Alle berichten van TegnieseDienst

Belle en de toestand beneden voor de flat

Haaaaloo liefe frientjes, hier ben ik weer en zit achter de aaipet om een leuke blog te tiepe. Wat hebbe we toch een mooie zoomer he ?! De eene keer is het keiheet en de andere keer hebbe we wat koelere daage, maar ik fin de afwisseling fijn!

Vaakanzie

Toen we een week hadde met het keiheete stond mijn frouwtje iedere dag froeg op. Daar was ik blij mee, want daarom kreeg ik ook froeg ontbijt. Moet je zo froeg de deur uit om te werruke vroeg ik aan frouwtje ? Nee hoor zei ze op het werruk is het rustug en hebbe de mensen zoomervaakanzie. Daarom ben ik ekstra feel thuis Belle, en zo fieren we saame ook zoomervaakanzie. Maar toch ging ze froeg weg de heele week en weete jullie waarom? Omdat het keiheet was ging ze iedere dag heel froeg strandwandelen, pootje baaje in de zee en zonnen. En foordat het druk werd op het strand was ze alweer thuis en ging ze saame met mij koffie zetten. Dat was gezellig en terwijl ze koffie dronk sprong ik op de bank naast haar en kreeg ik een snek. Dus zo hadde en een heele leuke vaakanzieweek.

Benee

Jullie weete dat ik in een groote flat woon en benee is een groot parkeerterrein voor alle ooto’s van de mense. Nou forige week gebeurde er toch wat, we konde onze ooge niet geloofe. Wehebbe ieder dinsdag weekmarkt en dat is gezellig. Mannen gooie s’morgens al heel froeg om half
5 met dingen om de kraame om te zette. Soms worden we er wakker fan, soms niet. Frouwtje
koopt dan altijd vis en krijg ik ook een stukkie. Soms is het makreel of haaring of kook ze kaabeljauw. Ik lus alles en smul er feel van. Om 12 uur komt er altijd een draaiorgel en die speel keihard, maar toch finne we het altijd gezellig, eg Hollands Belle, zeg frouwtje dan. Aan het einde van de middag koome die mannen weer om de kraame af te breeke. Dat is ook weer herrie, maar daarna is het rustug en begint de aafond.

Dat dachten we, maar wat er toen gebeurde, je kan je ooge niet geloofe! Opeens was er keiharde herrie, ik sprong in het raam op de slaapkaamer en zag heeele groooote treelers en ze bleefe staan ronken met hele harde mootoren aan. Broemmmmm, broemmmmmm.

Wij hebbe niet zo’n heele breeje straat en de ootoos en fietsers moesten er omheen, het was eg waar een gaaos zo geseg. En een fiese lucht dat die treelers deeje uitstoote. Frouwtje zei, Belle het is zoomer, we gaan nie de balkondeur en raame dicht doen, dat doe we nie ! Nou, in die treelers zat geen beweeging en ze bleefe maar ronken en toen kwaame er nog meer treelers de straat inrijje.

Dinosaurers

Frouwtje zei, Belle we krijge 3 daage dinosaurers-ekspo foor de deur van het wiekent. Ze zijn froeg gekoome want het is heel feel werk die dinosaurièrs op het parkeerterrein te zette. Het zijn heeele grooote beesten Belle, maar ze zijn nie eg hoor. Ze zijn naagemaak, dus je hoef er nie bang fan te zijn. Nou, beste frientjes dan ben je blij dat je hoog woon. Sommige fan die dino-beesten stonden op een waagen, en die beesten waare zo groot en hadden ze zulluke groote gefaarlijke koppen met groote tande. Nee, die zaage er niet lief uit. Frouwtje zei ook, wie komt hier nou naar kijke Belle, en kinderen krijge de schrik fan hun leefe. Katten ook dacht ik. Die treelers stonden maar te ronken en opeens kwam er wat beweeging in. Ze moesten stuk foor stuk een grooote draai maake naar het parkeerterrein, maar dat lukte nie so goed. Ze ramde bijna een paar oowto’s en een lantaarnpaal, het ging maar net goe. Iedereen stond te kijke op het balkon en was het een groot spektakel, en maar stinke die groote treelers. Het heef lang geduurd hoor, het was allang donker toen de laatste treeler gearriveerd was. Ze hadden ook kerrevens bij zich, dat was foor de mense om in te slaape. Er was ook een hondje bij en die bleef heel lang blaffen toen alle mensen van de flat al sliepe. Ook waren de mannen keihard spulle aan het uitlaaden en aan het schreeuwe, en werden de dinosauriërs ook uitgelaaje. Toen werd er een man in onze flat zo boos en die hep heel hard geroepe dat het afgeloope moest zijn met die herrie, en toen was het gelukkig stil. Kan eg nie he, of je nou een mens ben of een kat, iedereen wil rust fooral als het donker is.

Nou, in het weekend was pas de Dino-Expo geopend, maar folgens mij was er niet feel belangstelling. Maandag zijn die mannen weer alle dinosauriërs gaan inlaaje in die groote treelers en was het weer een heeel spektakel, met herrie en ronkende mootoren. Toen ze weg gingen was het al donker en hebbe we geswaait en gezeg, daaaaaaaaaag, en kom foorlopig nie meer terug!
De folgende dag was er weekmarkt, maar aan die geluiden zijn we gewend en heeft frouwtje ook weer foor mij een stukkie vis gekookt. Verder was het een fijne week met zon en niet van dat keiheete, dus hep ik weer wat kunnen treene. Omdat frouwtje zofeel op het strand is geweest heeft ze feere van fogels foor mij mee genomen en die aan een hengel gebonden. Zo hep ik weer een leuk speeltje met nieuwe feere er aan, want die andere had ik bijna opgevreten.

Circus

Frijdagmiddag hoorde ik weer geluiden die ik niet zo goed kende. Er kwamen er weer groote reelers aanrijden, maar niet zo heel groot als die andere van de week. Ik dach, nee toch niet weer die akelige dino beesten. Belle zei frouwtje, we hebbe van het wiekent weer wat anders voor de deur. Het is Magic Circus, dus ik ging gelijk foor het raam zitte. Het is geen circus met dieren hoor zei frouwtje, dat is ferbooden. Wat ze wel in die tent hebben weet ik niet, ik ga niet kijke zei ze, het kan mij niks scheele. Nou, toen gingen er weer mannen uitlaaje en was er herrie, maar niet zo lang gelukkig. En s’avonds stond er een mooie tent met lichies, het leek wel Kersemus ! Het is een soort kindercircus, het interesseert mij ferder niet als het maar rustug is, dach ik. En dat was gelukkig zo. Ook hier zijn niet feel mensen en kinderen op af gekoome, want ik kan alles zien
fanuut het raam. Morrugemiddag gaan ook zij weer opbreeke want de weekmarkt moet doorgaan, anders heb ik ook niet mijn lekkere visje.

Binnen

Ik hep weer heel feel beleeft he? Mijn leefe binne is rustug en die van frouwtje ook, maar hier beneeje aan de flat is er iedere keer wat. We krijge nog een dorrupsfeest van 3 daage binnekort, en dan is er eggie waar keiharde muziek tot laat in de afond als het al donker is. Maar frouwtje zeg furrstandige woorden, wat komt gaat ook weer weg Belle. En zo is het! We gaan allemaal nog genieten van naaazoomer en zon. Daarna komp de herruf en zijn alle feesten buite afgeloope. Dan is het weer fijn fin ik met frouwtje saame op de bank met een warrume pleet, en hebbe we gezellig de kaarsjes aan.

Genoeg getiept foor deze keer en ik ga afsluite. Wees allemaal tefreede met wat je hep, en geniet iedere dag dat je in een fijn huisje woon, en dat er foor je wor gesorrug!

Dikke kopstoot van Belle

Japie: schrijven we Saame geschiedenis?

Protoypes

De Gouden Lepel Furkiezing heeft heel wat poten in de kattenbak gehad. Wat begon met een terloopse opmerking over een blikopener door Yep en Demi groeide uit tot iets (te) groots waar ik van tevoren niet goed over had nagedacht. Mijn broer miauwde dat hij ook weleens zoiets in izjn enthousiasme had gedaan. Toen was de aanleiding een vraag van een soortgenoot aan een grote fabrikant of ze kattenvoer in muissmaak verkochten. Het antwoord was dermate teleurstellend dat Foppe in actie kwam. Saame met Oom Sjaak en tante Luna lanceerde hij de inmiddels befaamde Mouse Mousse. Het spul ging een eigen leven leiden en werd op unieke wijze een ongekend succes. Er zijn katten onder ons die nog steeds over Mouse Mousse miauwen. Ook dat startte door iets terloops. Net als de Gouden Lepel Furkiezing.

Afgrijselijk

Het begon als een grapje toen ik bij toeval een gouden lepel op de kop wist te tikken. Eerlijk gemiauwd vond ik het ding foeilelijk. Ik stond er verder niet bij stil, omdat ik dacht dat het bij een fotomomentje en een furhaal zou blijven. Hoe had ik kunnen bedenken dat het een furkiezing zou worden waar het katbinet jaloers op kan zijn. Na een slome start kwam het boemeltje op stoom, schakelde over naar diesel, transformeerde naar een TGV met een eindsprint die tot de allerlaatste seconde zo spannend was dat niemand meer kon slapen. En toen hadden we opeens vijf – ik miauw VIJF – winnaars. Die kon ik toch niet zo’n afgrijselijke lepel toesturen?!
Avonden lang tuurde ik met Mo naar het beeldscherm op zoek naar ander bestek. Iets dat de Gouden Lepel Furkiezing eer aan zou doen. Ik stond te popelen om op pad te gaan, zeker nu het vroeger donker wordt. Maar ik mocht pas weg als we geslaagd waren. Uiteindelijk vonden we superschattige lepeltjes met een poezenkopje en pootjes die over de rand van een kopje bungelen. Om het feest compleet te maken, waren ze verkrijgbaar in goud, zilver en brons. Purcies wat ik nodig had. Ik drukte op de bestelknop en sprintte naar buiten. De rest was van latere zorg.

Twijfel

Doosjes maken

Ik was in de veronderstelling dat ze per stuk in een mooie verpakking zouden zitten. Kaartje erbij, postduif inschakelen, iedereen blij. Het liep anders. Ze kwamen binnen in plastic zakjes. De lepeltjes waren geweldig, maar niet geschikt om zo op te sturen naar de top drie van de genomineerden. Mijn inspectierondes moesten er opnieuw aan geloven. Ieder donker zat ik met Mo te prutsen om purrachtige doosjes te maken die winnaarwaardig waren. Het aantal prototypes dat in de prullenbak verdween, is niet op vier poten te tellen. Ze waren te lang of te kort, te breed of juist te dik. Moet ik iets miauwen over lijm en lange haren? Of is deze opmerking voldoende om beeld te krijgen bij dubbelzijdig tape tussen mijn tenen en poten die vastgeplakt zaten aan karton?
Terwijl de tijd doortikte, sloeg de twijfel toe. Bij alles wat ik deed, vroeg ik me af of het wel leuk zou zijn. Misschien moest ik die hele prijsuitreiking maar gewoon afblazen? Daar stak Tante Cato een poot voor. ‘Je hebt A gemiauwd, Japie, dan moet je ook B miauwen!’ Ze posteerde zich op de hoek van het bureau om de vorderingen nauwgezet in de gaten te houden. Eerlijk is waar, ze gaf ons creatieve aanwijzingen. Toen de doosjes purfect waren, dacht ik dat het klaar was. Weer bemoeide ze zich ermee. ‘Hoort er geen officieel document bij? Zo weet niemand waar het voor is.’ Pas toen de certificaten goedgekeurd waren en een begeleidend kaartje eigenpotig geschreven, kon alles eindelijk in een envelop. Tante Cato knikte goedkeurend en plakte er poeszegels op. Op een holletje bracht ik ze naar de brievenbus voor ik me zou bedenken.

Op de post

Saame

Degenen die hopen dat dit een jaarlijkse traditie gaat worden, zal ik gelijk maar uit de droom helpen. Er zit heel veel liefde in dit project. Niet alleen van mezelf. Juist van iedereen die met zoveel enthousiasme heeft meegedaan. Doordat we het Saame deden, werd het een kattastisch geheel. De lieve woorden die zijn gedeeld, de gulle donaties die zijn gedaan. Dank jullie meow daarvoor. Jullie maakten de GLF tot iets bijzonders. Toch blijft het een unieke actie. Misschien gaat de Gouden Lepel Furkiezing wel net als de Mouse Mousse geschiedenis schrijven. Dat zal de tijd uitwijzen.

Koppie van Japie

Kever heeft een mening over jongenspoesen

Papa Bolle en kind Mikkie, hier in mijn tuin!

Van mezelf ben ik een frolijke jongen, daar hoef ik niet veel voor te doen, het gaat eigenlijk vanzelf, mijn letters zijn ook meestal frolijk, en dat is logies want ze komen uit mijn eigen hoofd, maar fandaag heb ik iets ernstigs, het is moeilijk en het gaat over een vriend van mij, gelukkig niet over mezelf want ik word al nerfeus als ik er aan denk.

Mikkie

Jullie kennen toch mijn Mikkie?, mijn tuinvriend, een zoon van kater Bolle die hier voor mij woonde?, Mikkie komt al jaaren elke dag langs op het dak van het schuurtje, vaak zit hij stiekum in de tuin van de buuren, achter mijn gaaas, en als het lekker warm is liggen we allebei te dutselen in de planten, vlak naast elkaar, ik find het heel gezellig dat hij er elke dag is, met zijn zus Juultje, en natuurlijk komt Pokon ook nog, en als iemand een dag niet komt maaken mijn mensen en ik ons zorgen.

Mikkie en ik

Forige week zag mijn vrouw Mikkie door mijn gaaas, en ze schrok heel erg: hij liep heel moeilijk en hij was gewond – er zat een gat op zijn hoofd!, mijn man is meteen een reismand gaan pakken van zolder, en mijn vrouw is in de tuin van de buuren en later nog een tuin ferder gegaan om Mikkie te lokken en te fangen, de eerste keer ging het faut, maar de tweede keer kon ze hem optillen en in de mand zetten, en daarna hebben mijn mensen Mikkie naar zijn eigen huis gebracht.

Zijn mensen zijn met hem naar de dokter gegaan, en daar is hij nou nog steeds, hij is keihard gebeeten door een niet gekatsre… gekestraa… gekastraatsiede gekater, dat weeten ze bij de dokter omdat alleen die katers zo keihard bijten, en nau moet Mikkie pillen tegen apsessen en ook tegen de pijn natuurlijk, zijn hoofd moet steeds gewassen worden en misschien moet hij ook nog worden geopereerd.

Het is heel ernstig, mijn mensen waren er ferdrietig van, en Mikkie’s eigen mensen natuurlijk ook, mijn mensen hebben het me uitgelegd, maar helemaal snappen doe ik het niet… want waar is mijn Mikkie nau?, waarom is hij niet in de tuin van de buuren?, ik ga steeds kijken maar ik zie hem niet, alles is stil, en ik find er niets aan.

Jongenspoes

Mijn vrouw zei dat je hierdoor weer kan zien hoe belangrijk het is dat jongenspoesen geopereerd worden, als dat niet gebeurt ben je als jongen echt keigefaarlijk voor andere jongens, niet geopereerde katerjongens worden in het wild maar een jaar of twee, door alle wonden worden ze ziek en dan is het vaak al te laat, want sommige van die ziektes gaan nooit meer over.

Een jongenskater met alle onderdeelen kan ook steeds kindjes maken bij meisjespoesen, of die dat nau willen of niet, en zo komen er steeds meer katten bij, terwijl de asiels al fol zitten met beebiekittens die geen huis hebben!

Fechten

Mikkie en ik

Volgens mijn vrouw was ik foordat ik in het asiel kwam zelf ook zo een katerman met kerstballen, ik kan me dat niet herinneren hoor, en ik ben blij dat ik nau gewoon Kever ben!, mijn vrouw heeft me alle litteekens aangeweezen van het fechten: mijn ooren zijn helemaal kapoo, over mijn neus loopt een groot litteeken, en oferal op mijn hoofd kan je zien dat ik klappen en beeten heb gekreegen… en vast ook gegeefen, ik kan het me haast niet foorstellen en toch is het zo.

Ik hoop maar dat die andere kater geopereerd wordt, want wat heb je aan fechten?, helemaal niets, er komt alleen maar fedriet van, ik heb veel liefer dat we gewoon weer allemaal vrienden zijn in de tuinen, dat is veel fijner, ik mis mijn Mikkie.

****

Ik blijf tetteren voor vreede, het is keihard noodig!!
En ik stuur iedereen die iemand mist zachte kopjes.

Joep heeft gewone speciale wensen

Begin deze week was het eigenlijk meer van ‘t zelfde, een beetje zoals voorgaande weken… Zowel overdag als ‘s nachts lekker warm, dus prima weer om de hort op te gaan.

Avond

Op zulke dagen zie ik m’n personeel weinig, al probeer ik er wel voor te zorgen dat ik binnen ben voordat ze het rolgordijn laten zakken, de steen voor de tuindeur wegschuiven en de deur dicht doen. Want als ik te laat ben zit er niks anders op dan op de tuintafel te springen en onder ‘t gordijn door naar binnen te loeren, in de hoop dat ik opgemerkt wordt. Als me dat te lang duurt dan geef ik een hele harde mauw, en dan is er altijd wel iemand die de deur voor me open doet. Ik heb m’n personeel inmiddels best goed getraind, al mauw ik dat zelf.
Ze weten dat ik, voordat ze gaan slapen, altijd nog wel iets lekkers lust. Dat kan een knabbelstaafje zijn, wat snekkies in m’n snoeptoren of een cupje kattenmelk. En ik wil natuurlijk nog even met ze spelen, knuffelen en geaaid worden. Omdat ik ze op warme zomerse dagen al zo weinig zie wil ik niet dat ze zich genegeerd voelen, want ik vind ze nog steeds reuze lief. Maar ik ben met dat mooie weer ook zo graag buiten…

Nacht

Als ik m’n snekkies op heb en ‘t geknuffel en gekroel lang genoeg geduurd heeft, ga ik alvast op een tactische plek op ‘t grote bed liggen voordat m’n personeel instapt. En de eerste tijd lig ik dan lekker tussen hullie in, krijg ik van twee kanten kriebeltjes en kusjes en aaien, en doen we wie het eerste in slaap valt. Meestal win ik dat, maar zodra m’n personeel begint te snurken verhuis ik naar ‘t voeteneind van ‘t bed, leg m’n voorpoten over m’n oren en slaap ik lekker verder.
Meestal wordt m’n personeel midden in de nacht wakker om op hun eigen bak te gaan. Om een reden die ik nog steeds niet snap vertikken tweebeners het gewoon om, net als ik, de planten in de tuin of ‘t gras in ‘t weiland te bemesten en bewateren. Dat hoor ik ook van de buurtkatten die ik mauw. Ze blijven veel liever binnen op die rare stoel met stromend water zitten. Maar goed, wie ben ik om te mauwen dat ze dat niet mogen. Ze zijn er gelukkig mee, dus dan is ‘t goed.

Zodra m’n personeel uit bed stapt, weet ik dat ‘t tijd is om op te staan. Als volwassen katermans ken ik inmiddels de nachtelijke gewoontes van m’n personeel als de achterkant van m’n voorpoot. Ik blijf nog even lekker op ‘t grote bed liggen totdat ik hoor dat er een papiertje gescheurd wordt. Dat is het signaal om me even uitgebreid uit te rekken en te kijken of de rest van m’n personeel ook al wakker is. Tegen de tijd dat de personeelsbak dan wordt doorgespoeld zit ik al op de mat bij de voordeur en zodra de bakdeur open gaat hoef ik maar één mauw te geven om m’n personeel te laten weten waar ik ben en dat ik naar buiten wil.
‘t Heeft even wat tijd gekost hoor, om ze dit aan te leren. Want het liefste hebben ze eigenlijk dat ik de hele nacht gezellig tussen hullie in op ‘t grote bed blijf liggen als ik geen straatcontroledienst heb. Maar ja, als jager ben ik op m’n best tijdens de kleine uurtjes, dat zat al in de genen van m’n verre voorouders, dus bij mij begint ‘t dan ook te kriebelen en moet ik gewoon de deur uit.

Ochtend

Meestal kom ik dan ‘s morgens rond een uur of 5, 6, 7 weer thuis, en even afhankelijk van de route die ik gewandeld heb meld ik me dan weer met een mauw bij de voor- of achterdeur. Want tegen die tijd heb ik al best wel weer trek in een hapje brokjes of nog beter, een bakje met sappig natvoer. Soms heb ik geluk, want als Junior vroeg moet werken zit ik vaak al om half 6 aan m’n ontbijt. Maar op andere dagen kan het ook wel ‘s half 8 worden voordat ze eindelijk ‘t grote bed uit komen.
Mij hoor je daar niet over hoor, als m’n personeel wat later is. Maar van de week had ik best een drukke nacht buiten gehad, en was ik daarna lekker onder wat struiken in slaap gevallen. Ik schrok wakker van de buurkindjes die buiten kwamen spelen, en ik voelde m’n maag een beetje knorren. Toen ik m’n kop tussen de struiken door stak zag ik dat de zon al heel hoog boven me stond en ‘t was al behoorlijk warm, dus hoog tijd om naar huis te gaan voor m’n ontbijt. Tenminste, dat dacht ik.
Zodra ik het voortuinpad opliep zag ik dat het slaapkamerraam open stond, dus ik kon zonder gemauw naar binnen. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was om zo laat thuis te komen, liep ik op m’n gemak door de gang naar de keuken, maar wat denk je? Er werd om 1 uur ‘s middags niet eens meer ontbijt geserveerd! Nee, ik kon een soeppie krijgen, of wat kattenmelk. Gelukkig was m’n bak met brokjes wel bijgevuld, anders was ik zeker verhongerd voordat ‘t avondeten werd opgeschept.

Ontbijt

Binnenkort maar ‘s even met m’n personeel om de tafel. Om ze te beloven dat ik ga proberen niet meer zo laat thuis te komen, want ze hebben zich urenlang zorgen gemaakt omdat ik niet kwam opdagen op de gebruikelijke tijd.
Maar ik ga ook m’n poot stijfhouden, want ik vind dat zodra ik na een nachtje buiten weer thuiskom, dat het gewoon tijd is voor een lekker nat ontbijtje, ongeacht het tijdstip van de dag.
Maar vandaag ga ik eerst even een dutje doen, na een heerlijk ontbijt. ‘t Is nu toch geen weer om buiten te zijn.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Tante Fleur, Doerak en Bliksem

Hoofdstuk 1: Tante Fleur en de Sterrenhemel

Sinds die bijzondere zomeravond in Doetinchem, waarin Tante Fleur, zonder dat Doerak dat wist, haar laatste wandeling maakte door de tuin vol lavendel en oude rozenstruiken, voelde Doerak wel dat er iets aan het veranderen was. Tante Fleur was niet meer zo snel, haar ogen keken verder dan de heg, alsof ze iets zag wat anderen niet konden zien.
Op een zachte avond, toen de maan hoog stond en de sterren fonkelden als diamanten, sprong Doerak op de tuinstoel naast haar. Tante Fleur zuchtte diep, keek naar de hemel en fluisterde:
“Lieve Doerak, mijn tijd hier is bijna voorbij. Maar ik zal altijd bij je zijn, als een ster aan de hemel. Wanneer je me mist, kijk omhoog. En wanneer je hulp nodig hebt… dan zal ik je een teken geven.”
Die nacht verdween Tante Fleur stilletjes, vredig, alsof ze oploste in het maanlicht. En toen Doerak de volgende avond naar boven keek, zag hij een nieuwe ster, helderder dan alle anderen. Hij wist: dat is haar.

Hoofdstuk 2: De komst van Bliksem

Dagen gingen voorbij. Doerak voelde zich alleen, maar bleef trouw aan Tante Fleur’ s woorden. Op een stormachtige avond, waarin de bliksem de lucht spleet en de regen tegen de ramen sloeg, hoorde hij een zacht gemiauw vanuit de woonkamer.
Daar zat hij: een klein, zwart-wit katermannetje met ogen vol vuur en nieuwsgierigheid. Hij begon Doerak gelijk te besnuffelen en te onderzoeken. Doerak voelde een rilling over zijn rug. Boven hem flonkerde Tante Fleur’ s ster extra fel.
“Is dit jouw teken?” fluisterde hij.
Het katertje heette Bliksem — snel, eigenwijs, en vol energie. Alles wat Doerak ooit was als kitten. En nu begreep hij zijn taak: hij moest Bliksem opvoeden, net zoals Tante Fleur hem had opgevoed. Met geduld, liefde, en een beetje kattenwijsheid.

Hoofdstuk 3: Een nieuw begin

Doerak leerde Bliksem hoe je stil door de nacht sluipt, hoe je kan klimmen in de jungle, hoe je oer wordt, waar de beste vis te vinden is in Doetinchem, en hoe je mensen kunt laten lachen met één blik. Soms keek hij omhoog, naar de ster van Tante Fleur, en glimlachte.
“Kijk eens, Tante Fleur. Hij leert snel.”
En zo begon een nieuw hoofdstuk. Tante Fleur bleef waken als een ster aan de hemel, Doerak werd een wijze mentor, en Bliksem… werd een legende in wording.
En zo beginnen mijn avonturen met Bliksem. Omdat er veel emo was in die periode ben ik nu wel geholpen om de letters op papier te krijgen. In mijn vervolgverhaal kan ik mijn vriendjes en vriendinnetjes nieuwe avonturen gaan vertellen.
Allemaal weer veel zon, brokjes, snacks en verse vis gewenst.
Veel knuffels en pootjes van mij en Bliksem.