Alle berichten van TegnieseDienst

Belle en de fensterbank

Hallo liefe frientjes, hoe maake jullie het? Lekker binnen bij de furrwarming en af en toe een frisse neus buite haale?

Jullie weete ik kom bijna niet op het balkon. Foordat ik hier woonde hep ik zoolang buiten gezworven met babies en al, nu blijf ik lekker binne. Wat ik wel doe is snuffen met mijn neus als de balkondeur oope is. Achter de hordeur foel ik mij feilig en kan ik toch frisse lucht opsnuffen.
Van de zoomer hep ik wel eefe op het balkon geleege toen het keiheet was, maar ik ben het meest op mijn gemak binnen.

Mand

Ik hep een nieuw plekkie gefonden, dat is in de fensterbank, daar staat mijn mand nu. Eerst lag die in de stoel, maar toen we een bank kreege heeft frouwtje de mand in de bank gezet. Opeens zei ze Belle, een mand in de bank is eigenluk ooferboodig, want je hep een warme teddiepleet in de bank. Ik was het heelemaal met haar eens, want ik lag niet in die mand op de bank. Maar nu wel, want nu staat de mand boofenop de fensterbank. En weten jullie wat daar zo fijn aan is? De mand is warm als de furrwarming aan is. En die is nu regelmaatig aan, want het is nu herruf en de winter komp, en dan is het koud.

Gezellig

Jullie weete dat ik hoog woon in de flat op de 7e eetaazje. Als ik op de fensterbank zit kan ik alles zien benee. Mensen, autos de weekmarkt, de kipkraam op woensdag die erg lekker ruikt, de notenkraam, de kaas en eierenkraam, en de viskraam staat er 3 dagen per week. Frouwtje heeft dat allemaal uitgelegd van die dagen en wie er dan staan, want dat weet ik allemaal niet. Maar nu snap ik het en hoor ik aan de geluiden’s morgens froeg welke kraam er staat. Op dinsdag is de grootste herrie, dan staan er feel kraamen bij elkaar, en komt er ook nog een draaiorgel die keihard speelt. Frouwtje zeg, dat is gezellig eg Hollands Belle. En nou fin ik het ook gezellig!

Dus nu heeft mijn mand een faste plek in de fensterbank gekreege. Eerst lag daar een teddiematje. Dat was ook wel fijn, maar als ik ging ligge paste ik niet goed op het matje en dat fon ik toch niet zo fijn. Nu kan ik languit in de mand op de fensterbank ligge, en ook naar buiten kijke en zie ik alles beweege.

Knal

Ik lag forige week in de mand lekker warrum op de fensterbank in diepe slaap en snurruken dee ik zellufs. Opeens was er een keiharde knal en ik schrok mij een hoedje. Ik glee met mand en al op de vloer. Frouwtje schrok ook en kwam naar mij toe geloope. Oh Belle je hep toch niets gebrooke ? Nee hoor ik had niets gebrooke, maar was wel errug geschrokken, want die harde knallies buite die hoor je nie vaak. Wat was er nou gebeurd?
Er loope buite weleens verfelende jongens die kattenkwaad uithaale. En nu hadden ze fuurwerruk afgestooke, en daar was ik zo van geschrokke. Frouwtje was ook geschrokke, zij was alleen niet fan de bank gevallen gelukkig. Belle, het is nog lang geen oudejaarsafond en nu steeke die jongens af fuurwerruk af, da mag heelemaal nie! Maar wat kan je er aan doen dach ik als je lekker in je mand lig te slaape op de fensterbank, niks. Frouwtje zeg nu zulle er fast wel meer harde knallies zijn de komende weeke, maar jij mag nie meer met mand en al fan de fensterbank afglije.

Antie slip

Wat heef ze nou gedaan? Op de weekmarkt staat een meubelmaaker met stoffen en fanalles. Frouwtje kreeg ineens een idee. Dus is ze fan de week naar die meubelmeneer gegaan en heeft ze furrteld dat ik in de mand was uitgegleeje omdat ik schrok en op de grond terecht was gekoome.
Nou, die meneer wist raad. Hij zei tegen frouwtje, ik hep een stukkie ondertapijt en dat is antie slip. En als je dat nou onder de kattenmand op de fensterbank leg dat kan die mand niet meer verschuife. Frouwtje kwam dus thuis en toen heeft ze fan het stukkie ondertapijt een rondje geknip net zo groot als de mand, en de mand er op gezet.
En nou kan ik niet meer zomaar met mand en al op de grond terecht koome als slaap, en van schrik uitglij. Want dat is gefaarluk, ik ben een wat zwaardere poes en ik kom harder neer. Zo foel ik mij feilig in de fensterbank. Frouwtje heef geseg Belle, uitglije dat kan niet meer, maar schrikke van harde knallies nog wel. Dat ze aan die knallies niks kan doe fin ik wel jammer. Ik denk dat de meubelmeneer daar ook niets foor heeft. Gelukkig woon ik hoog en zijn de knallies niet dichtbij. Frouwtje zeg, de komende weeke tot het eind fan het jaar kan het onrustig zijn, dat finne dieren maar ook mensen ook niet fijn. Maar daarna is het foorbij en nieuwjaar, en dan gaan de sneeuwklokjes en krokussen weer koome en dan is alles fijner is rustuger. Maar dat duurt nog wel eefe hoor Belle, je merrukt het fanzelluf wel.

Wij fiere eerst Sinneklaas hep ze geseg, en krijg ik een kadoo! En daarna ga ze lichies ophange en koome de kersemusballe tefoorschijn. Dat fin ik mooi. Ik kom er niet aan hoor, ik kijk er alleen naar en zie het glisteren.

Maar fandaag is fandaag en hep ik de blog geschreefe.

Japie: ratjetoe

De titel boven mijn furhaal zou kunnen vermoeden dat ik het over Grote Bruine Knoeperds ga hebben. Was het maar zo’n feest! Ik zou zo’n beest best als toetje willen (ratje – toe). Helaas gaat het niet over die hele grote muizen. Die zijn al maanden uitverkocht bij Muisbezorgd. In de wijde omtrek is er niet één meer te bekennen. Het zou zomaar kunnen dat ze allemaal bij KeverT in de tuin wonen en daar een winterslaap houden. Genoeg over de GBK’s, daar wil ik niks over miauwen. Deze keer heb ik het over van alles en nog wat. Kleine purrichtjes die ik anders op Beestboek zou zetten. Daar blijven we nog een tijdje stil, dus vertel ik hier hoe het bij mij thuis gaat.

Furmilie

Met mijn furmilie gaat het boven verwachting. Het magere lijf van tante Cato reageert goed op druppeltjes van aardige planten die haar weerstand verhogen. Het ziet eruit als water, het ruikt naar water en het smaakt naar water. Daarom gaat het moeiteloos door haar dagelijkse portie vloeibare snackjes. Het enige bakje waarvan ik nooit de kans krijg om het af te wassen. Haar hartje is nog wel furdrietig om Oom Willem. Ze zou maar wat graag Saame met hem onder een dekentje liggen. Omdat dat niet meer kan, zit ze ieder donker in de vensterbank van de slaapkamer en zwaait naar hem tot haar staart moe is. Het goeie meows is dat de gekke beestjes die haar eerder zo ziek maakten zich gedeisd houden, waardoor haar jas minder slobbert. De kapper heeft haar mottige piekende winterjas omgetoverd in een zachte wollen broek. Het is even wennen deze meowe mode. Tante Cato overlegt met de katarazzi welke foto van de catwalk ze mogen gebruiken.
Bij mijn broer knettert het al een tijd niet meer onder zijn staart. De buik van Foppe is zo rustig dat hij een pilletje minder mag. Hoe simpel zoiets lijkt, het is een reuzenmijlpaal. Vooral voor ons mens die daardoor zomaar meer bewegingsvrijheid krijgt. Nu duimen dat hij dit vast kan houden.

Cijfers

Iedere week gaan we op een apparaat dat getallen laat zien. Bij mijn tante begint het getal al een paar weken met een drie in plaats van een twee en dat was reden voor een feestje. Toen mijn eerste cijfer van een vijf naar zes sprong, was ons mens minder enthousiast. Dat vind ik meten met twee maten. Wat het extra leuk maakt (vind ik) is dat het getal van tante Cato pas purcies de helft is van mijn getal. En Foppe weegt exact datgene dat ik woog voordat ik een bolletjes winters pretvet ben gaan heten. Mo zegt dat ik daar best iets minder trots op mag zijn. Inmiddels ben je geen bolletje meer, Japie, voegt ze er aan, maar een BOL.
Al dat gegoochel met cijfers is een beetje onzin, maar wel goed voor mijn wiskundeknobbel die me weer van pas komt bij Muisbezorgd. Ik trek me er geen lor van aan. Als Mo het apparaat neerzet, ga ik er uit mezelf braaf op zitten. Steevast krijg ik een catpliment dat ik zo netjes stil zit. Daarna gaan we een rondje rennen met een onwijs gaaf nieuw speeltje. Het is een felgele kronkelende worm aan een extra dik touw. Alleen maar omdat ik de gewone draadjes aan hengels in een oogwenk doorknaag met mijn vlijmscherpe hoektanden. Tja, die zijn nou eenmaal nodig voor mijn handeltje in piepbeesten.

Pyjamaparty

Om even over piepbeesten te miauwen; het muishouden op de vliering is onder controle. Na de schreeuw van tante Cato zoals te lezen in mijn vorige furhaal hebben die kleine rakkers zich razendsnel uit hun piepkleine pootjes gemaakt. Het kan ook zijn dat ze zo enorm zijn geschrokken van het idee dat al mijn furrienden komen voor een pyjamaparty. Hoe dan ook ze zijn in geen velden of vliering te bekennen. Het is fijn te weten dat iedereen paraat staat als het muis aan de man is. Overigens schijnt de vlieringsnuiter nog een keer langs te komen om zelfs de piepkleinste gaatjes dicht te komen maken. Dan kunnen we dat feestje hierboven wel op onze buik schrijven.
Ik heb wel een ideetje. Zal ik KeverT vragen of we een pyjamaparty in zijn tuin mogen houden? Dan slaan we twee vliegen in één klap. Een kat- en muisspel is hartstikke goed tegen zijn ferfeeling en je krijgt het er vanzelf warm van. Dan is buiten weer leuk, ook al is het winter. Ik ga hem gauw een kattenbelletje sturen. Jullie komen dan toch ook, als het mag?!

Koppie van Japie

Kever heeft een mening over ferfeeling

Het was een tijdje zo kaud dat ik bijna niet in mijn tuin kwam, als ik naar buiten ging snufte ik aan de lucht en foelde meteen aan mijn ooren dat het kaud was, dus draaide ik me om en ging weer naar binnen, wat moest ik buiten ook doen?, Mikkie en Juultje waren er niet, zelfs voor Pokon was het te kaud, ik zag geen vogels, er was helemaal niets, alleen maar kau.

Buiten en binnen

Forige winters ging ik altijd naar buiten en liep ik door de witte flokken, maar ja toen was ik jonger en wist ik nog niet beeter, nu ben ik een seeniejor katerman en find ik warm veel fijner dan kaud, die witte flokken zijn leuk om te zien maar als je er doorheen moet loopen krijg je me toch een partij kaude foeten… daar begin ik niet meer aan, en als het gefrooren heeft kan ik niet eens fatsoenlijk een gat graafen om een plasje te doen.

Daarom ben ik een paar keer binnen op mijn bak geweest, dat is veel makkelijker, alleen voor plasjes hoor, poepsen doe ik altijd buiten, dat hoort nau eenmaal zo find ik, en ik laat alles gewoon liggen als het kaud is, dat ingraafen komt wel weer een andere keer.

In mijn huis slaap ik lekker veel, ik eet mijn brokjes, ik word gekamd en ik knuffel met mijn mensen, maar daarna is er nog een heel stuk van de dag en de afond over, soms komt Pokon efentjes binnen en ferstopt hij zich en ga ik hem zoeken, maar als het echt heel erg kaud is blijft hij thuis, en dan duurt een dag best lang, eigenlijk TE lang.

Op zo een te lange dag ferfeel ik me en ga steeds naar mijn mensen om te fraagen of ze iets weeten om te doen, ik bedoel dus knuffelen of kammen of snekkies eeten, maar mijn mensen zeggen dat dat niet de heele dag door kan en dat ze soms zelf efen iets moeten doen, nau ja!!, ik snap dat niet, wat moeten ze doen zonder mij?, dat kan nooit iets belangrijks zijn, dus ik find het niet noodig dat ze die dingen langer doen dan een paar mienuutjes, daarna zet ik mijn toeter weer aan voor aandagt, ja logies want ik ben toch Kever?!

Spelen

Mijn mensen hebben van alles voor me gemaakt en gekocht maar ik doe er niets mee: ik ga nooit meer op mijn meubel voor het raam zitten, ik kijk niet naar buiten naar mijn tuin fanaf de fensterbank, ik speel niet met de bal die ik rond kan duwen in een kartonnen ding, ik wil geen fillumpjes zien op de Aaipet, ik wil niet in een kartonnen doos zitten, ik find het allemaal stom.
Ik speel wel efentjes met mijn mensen Saame, ze gooien pluusjen muisjes of ik fang de feer, ik trap tegen mijn wiewspeelgoed dat ze gooien en ik hang aan de bank, maar eigenlijk wil ik gewoon naar buiten, naar mijn tuin, daar is altijd van alles te doen en ik ferfeel me er nooit.

Gelukkig is het nau een beetje minder kaud en kan ik weer buiten op mijn stoel zitten, ik heb al een rondje gemaakt langs alle stoelen in mijn tuin, ik heb getetterd naar Juultje die op het schuurtje zat, ik heb me ferstopt voor de duifen en sprong ineens te foorschijn, mijn vrouw en ik hebben gespeeld met een duifenfeer, kijk maar op de fillum, ik had het keidruk, echt waar, ik was er helemaal frolijk van geworden, de kau duurde al veels te lang, en ik hoop dat de winter nau eindelijk foorbij is!

***

Ik tetter natuurlijk weer voor vreede!
En ik stuur iedereen die iemand mist zachte kopjes.

Jajim en Frou Frou: een ander rooster

Miauw beste furriendjes en mensen van furriendjes, we moesten hard nadenken waar we deze week over kunnen miauwen. Er is veel furandering geweest de laatste tijd met het licht en de klok, daar miauwden we vorige week over. Nou is er nog iets wat anders gaat sinds we minder licht hebben en dat is niet alleen met eten. Vandaag vertellen we over ons winter-speelkwartier en hoe dat werkt.

Balkon

Jajim: “In de koudere, donkerdere periode van het jaar is er één ding wat als eerste van ons schema gaat en het heeft te maken met buiten. Zoals onze mede binnenpoezen- en katers vast wel begrijpen is dat Frou Frou en ik onze pootjes graag warm houden. Nou is dat in de lichte tijden niet zo moeilijk, ook op het balkon gaat dat dan nog prima. Maar zodra de blaadjes van de bomen beginnen te vallen merk ik; het is minder fijn om buiten te zitten. Het waaien voelt kouder en soms is er regen. Elke ochtend wil ik wel even kijken en Frou Frou ook, maar zodra mijn kussentjes de balkonvloer raken voel ik dat het toch fijner is om binnen iets anders te gaan doen. Vogels kijken en blaadjes jagen is nou eenmaal veel fijner in de frisse buitenlucht met de zon in mijn vacht. Wat dat betreft zijn we allebei luxepoezen”.

Frou Frou: “Van mezelf ben ik een echte lente- en zomer-poes en Jajim ook. Als kleine katjes hebben we allebei al snel leren wennen aan de luxe van binnen wonen. Jagen is leuk maar daarvoor hoef je niet purr se op je balkon of in je tuin te zijn. Het kan namelijk ook binnen en je hebt er niet veel voor nodig”.

Binnen-kattiviteiten

Frou Frou: “Binnen kun je van alles doen. Zo hebben we bij de grote ramen vogel-teevee. Wij wonen hoog en hebben uitzicht op de vliegroutes van de duiven en parkieten, dat blijft spannend. Vaak roepen we Saame ‘ekekekekekek’ naar de vogels. Dat noemt onze mensenbroer ‘kekkeren’. Niet dat de vogels naar ons luisteren trouwens, ze blijven altijd in de lucht hangen. Ze horen ons niet goed als we binnen zitten denk ik. Maar het balkon is te koud om buiten te kekkeren. Daarom hebben we beiden een aangepast rooster. Voor mij is het al snel goed; met mandjes opschudden, knuffelen en haren van onze mensenbroer wassen ben ik al een half ochtendprogramma verder. Speelgoed interesseert me niet zo, wel vind ik dekentjes opfrummelen supurr leuk en ben ik dol op mijn bamboe tandenborstel”.

Jajim: “Mijn interesses zijn een beetje verschillend van die van Frou Frou. Buiten mijn dutjes om verveel ik me sneller dan mijn zusje. Ik mag dan wel senior-poes zijn, spelen blijft mijn hobby. Je hebt daarvoor je lievelings speelgoed, bij mij is dat een poppetje van stof en het lijkt op een mini paard. Het is mijn prooi en na een tijdje spelen en jagen breng ik het naar onze mensenbroer. Waarom zou je denken? Nou, omdat er ook een beloning voor terug komt. Ik breng het poppetje met een luide MAUW naar hem toe en dan komen de snacks tevoorschijn. Voor de rest vind ik speelgoed met wiew erin HEEL leuk. Dan word ik eventjes wild en voel ik mij speels als een kitten”.

Frou Frou: “Wiew snap ik niet echt. Jagen doe ik ook niet, behalve jagen op het licht of op dekentjes. Maar het aller-aller leukste van alles is voor mij toch wel knuffelen, daar kan geen speelgoed tegenop”.

Zachte kopjes,

Jajim en Frou Frou

🐾 Bliksem en de vreemde wit –zwarte poes

Hallo katermannen en kattenpoezen,
Ik ga jullie vertellen over een onverwachts avontuur in mijn jungle.
Het was een rustige middag in mijn jungle, mijn geheime wereld van hoge stengels, struiken en verborgen hoekjes. En natuurlijk de jungle van ome Doerak. De zon scheen door de bladeren en ik lag in één van de verstophoekjes van de jungle. Ik lag half te sluimeren en was half op wacht. Tot er ineens iets vreemds gebeurde.

Poes

Tussen het groen van de struiken bewoog iets dat niet bij mijn vertrouwde wereld hoorde. Een gestalte, sierlijk en toch onmiskenbaar anders: een poes met een glanzende vacht, wit als sneeuw en zwart als de nacht. Haar ogen fonkelden nieuwsgierig, alsof ze een geheim met zich meedroeg.
Ik sprong overeind. Mijn oren spitsten zich, mijn staart zwiepte heen en weer. Wat is dit nu? Dacht ik. Ik had nog nooit zo een verschijning gezien in mijn jungle. Zonder aarzelen zette ik de achtervolging in. Niet om te jagen, maar om te ontdekken.
Wie ben jij? Riep ik terwijl ik behendig door het gras naderbij schoot. En wat doe je hier?
De vreemde poes draaide zich langzaam om, haar blik kalm maar ondeugend. Ik ben Luna, zei ze zacht. Alsof haar naam een geheim was dat alleen de wind mocht horen. Ik kom van ver, uit een tuin waar de bloemen s ’nachts groeien.
Ik bleef staan, mijn snorharen trilden van spanning. Een tuin waar de bloemen in de nacht groeien klink …. magisch.
Luna glimlachte. Misschien is het dat ook wel. Maar ik hoorde verhalen over een dappere katerman die een jungle bewaakt. Ik wilde zien of ze waar waren.
Ik voelde mijn borst zwellen van trots. Dan heb je hem gevonden, zei ik met een speelse sprong. Kom ik laat je mijn wereld zien.

Jungle

En zo begon ik samen met Luna door de grote jungle te dwalen. 2 katten uit verschillende werelden verenigd door nieuwsgierigheid. Terwijl het langzaam donker werd, wist ik één ding zeker: mijn jungle zou nooit meer hetzelfde zijn.
Ben toch ook wel benieuwd wat ome doerak, tante Fleur en Roover hiervan vinden? Zouden zij dit goed vinden allemaal?
Al mijn vriendjes en vriendinnetjes wens ik knuffels, lekker eten, snacks en veel zon toe. En ome Doerak zit voor altijd in mijn hart.
🐾 Poot van Bliksem