Het is niet keiheet maar het is wel keiwarm. Dus dan moet je ook opletten. Dat je geen gekke dingen doet. En dat je genoeg drinkt.
Soep
Ik zal het meteen maar zeggen: ik kreeg soep van Gourmet voor mijn wiekentsnek. Volgens mij zat er een beetje extra water bij maar dat maakt mij niks uit. Ik had tonijn en nog wat. Dus vis, dat is ook goed voor mijn vacht. Lekker, soep.
Lang
Van mezelf ben ik een snelle eter als het om lekkere sneks gaat, gewoon omdat ik iets lekker vind en als ik meer eet dan proef ik meer lekker. Maar met deze soep gaat dat niet. Het is te stevig en er zit ook van allerlei soorten snek in, ik weet niet hoe ik het moet zeggen. Als ik het krijg, dan moet ik altijd even kijken van waar begin ik.
eerst komt de saus, ook al eet ik onderweg een stukje van het een of ander
dan begin ik met de lekkerste stukken en ik eet gewoon wat mijn neus zegt dat ik moet eten
daarna kijk ik wat er over is en wat ik dan wil eten
na die ronde neem ik pauze en dan ga ik mezelf wassen en even uitbuiken met knuffels, deze keer ging ik op mijn kussen en mijn vrouw hield heel zachtjes mijn achterpoten vast, dan ben je toch echt samen
daarna maakte ik het bord leeg en schoon en toen weer wassen natuurlijk
Vocht
Soep is goed als het zo warm is. Want gemakkelijk water drinken lukt nog niet. Vanmorgen had ik wel wat uit de badkamer. En uit de schaal. Dus toen ’s middag de wiekentsnek kwam was ik echt toe aan iets dat ik kon drinken. Ik weet dat er nog een zakje soep in huis is dat is vast voor de maandagsnek.
Een tijdje geleden schreef ik dat ik een ernstige kater ben. Loesje vroeg toen of ik daar meer over wilde vertellen.
En omdat Loesje een hele lieve vriendin van mij is doe ik dat natuurlijk.
Seeriejeus
Als ik zeg dat ik ernstig ben bedoel ik dat ik het leven seeriejeus neem.
Ik denk goed na voordat ik iets doe en ik doe nooit zomaar iets. Ik maak geen grapjes en ik haal geen kattenkwaad uit. Gevaarlijke dingen doe ik niet. Soms heb ik eventjes een gekke bui, maar dat is altijd snel weer voorbij.
Ik ben lief voor bijna alle andere katten, en ik speel niet de baas. Dat komt omdat ik nadenk over hoe andere katten of mensen zich voelen. Daar hou ik rekening mee.
Ik hoef niet in het middelpunt van de belangstelling te staan. Liever niet zelfs.
Denken
Het leven is best moeilijk, vind ik. Ik ben snel bang en vind veel dingen eng.
Het is nu veel beter dan vroeger, toen was ik alleen maar bang.
Nu kan ik ook heel blij zijn. Als ik uitgebreid geaaid wordt, als ik in het zonnetje lig, als mijn mensen en ik met zijn drietjes in mijn tuin zitten, als ik geborsteld wordt. Dan doe ik keihard brommen, en soms zelfs een beetje kwijlen. Nou ja, dat kan de beste gebeuren natuurlijk.
Maar meestal lig ik na te denken. Of ik zit na te denken, en ik sta zelfs wel eens na te denken.
Dat gaat de hele dag door, dat denken.
Ik denk over van alles. Ik denk terug aan het verleden, en ik denk na over wat er komen gaat.
Ik denk aan mijn Molletje, en ik denk aan mijn mensen. Ik denk aan de wereld en aan het heelal. Aan alle katten en dieren en mensen die daarin bestaan. Dat is zo belangrijk dat ik daar heel lang over kan nadenken.
Mijn Mol en ik
Mijn mensen zeggen dat mijn Molletje ook zo was. Ze was een ernstige poezendame die bijna nooit speelde. En ze wilde ook niet dat anderen speelden. Pop en Beer mochten dat niet, maar mijn mensen ook niet. Als mijn mensen vrienden op bezoek hadden en ze moesten lachen of waren een beetje druk, dan kwam Mol aanrennen en ging heel hard zitten loeien. Dat ze op moesten houden.
Mijn Mol en ik begrepen elkaar heel goed. Dat drukke gedoe, en dat rennen: nee, niks voor ons.
Wij liepen samen door onze tuin, of we lagen op onze stoelen en we dachten na.
Omdat ik een ernstige kater ben wist ik dat mijn Molletje hulp nodig had. En die gaf ik haar. Ik bleef altijd bij haar, zodat ze niet bang hoefde te zijn.
Popje
Mol zegt hier tegen Pop dat er niet gespeeld wordt.
Popje was een heel druk ventje, dat altijd aan het spelen was. Hij bemoeide zich overal mee, en moest alles weten. Mijn mensen konden geen kastje open doen of Pop zat er in.
Hij was vrolijk en haalde grapjes uit met mijn mensen. Hij deed eerst iets, en dacht dan pas na. Mijn mensen zeiden altijd dat hij in wel meer dan zeven sloten tegelijk liep.
Beer was een stuk ouder en wat minder druk, maar hij ging ook altijd op onderzoek. Hij liep alle tuinen door en kende alle katten. Hij ging naar binnen door hun deurtje en at een hapje mee van hun eten. Zo kende hij ook een heleboel mensen.
Pop en Beer deden aan soemoo-worstelen, volgens mijn vrouw. Dat is iets Japans. Ze renden elkaar achterna door het huis. Ze gooiden elkaar omver en ook alles wat in hun pad stond.
Soms liet Pop zich vanaf de tafel bovenop Beer vallen. Of Beer trok juist Pop zó van de tafel af. Mijn mensen moesten midden in de nacht wel eens roepen “Mannen!” omdat ze aan het rondgalopperen waren. Ze klonken als een kudde ooliefanten, volgens mijn vrouw.
Dit was natuurlijk afgelopen toen mijn Mol bij hun kwam wonen.
Karakter
Zo zie je dat elke kat anders is.
Dat heeft te maken met hoe je jeugd was, hoe je opvoeding was, hoe je nu woont, hoe je mensen zijn, hoe oud je bent en hoe gezond je bent. Het is natuurlijk logies dat je als je een kat van 17 bent minder druk aan het rennen bent dan een kat van een paar maandjes.
Maar weet je wat de belangrijkste oorzaak is dat elke kat verschillend is? Dat is karakter.
Elke kat heeft een eigen karakter. Dat is je diepste wezen in jezelf. Daar wordt je mee geboren, dat is je persoonlijkheid.
Ernstig
Mijn karakter is dat ik ernstig ben. Zelfs als ik een andere jeugd had gehad zou ik nog steeds ernstig zijn. Ik zou dan minder bang zijn, maar net zo ernstig.
Elke kat is een uniek indievieduu. We verschillen van elkaar in kleur en in leeftijd, maar ook van karakter.
Weet je wat ik nou zo lollig vind? Dat mensen dat wetenschappelijk hebben bewezen. Dat zeggen ze. Ze hebben bewezen dat katten een karakter hebben, veel meer dan honden. Ja logies natuurlijk dat meer dan honden, dat had ik zo wel kunnen vertellen.
Maar daar kan ik dus weer over nadenken. Dat mensen zo raar zijn. En honden vaak dom. En katten niet. En hoe dat komt. En waarom dat zo is. Waarom niet iedereen dat weet.
Ik denk na omdat ik een ernstige kater ben.
Of andersom, als je erover nadenkt (!) kan dat ook.
Roos is mijn Feesboekvriendin en ze speelt heel graag met Mentos-papier. Ik wist niet hoe dat was. Mentos hebben we niet thuis. Dus Roos stuurde wat op. Dankjewel Roos!!
En meteen leerde ik twee dingen:
1 ik weet niet hoe het moet
2 ik moet heel erg wennen aan nieuw speelgoed
Wennen
Serieus ik heb aan al mijn speelgoed moeten wennen. Dat ik snapte waarvoor het was (om te spelen dus) en hoe het moest. Eigenlijk heb ik het liefste dat mijn vrouw het even voordoet dan hoef ik het zelf niet te bedenken.
En het wennen is ook dat het speelgoed naar thuis gaat ruiken, anders kan er ik helemaal niks mee. Ik ga echt niet aan vreemde spullen zitten, dat is eng.
Potlood
“Het is net een potlood,” zei mijn vrouw en ze deed er iets mee waardoor het even bewoog als een potlood. Ik vind een potlood leuk daar speel ik graag mee. Een staafje soms ook. Het leuke is dat het alle kanten op gaat en je weet niet waarheen, dus dan is het ook een beetje spannend. Alleen dit was anders. Dus ik keek en dacht, nou vandaag even niet hoor.
Papier
Toen zei mijn vrouw: “Het is papier, Bert, dus je kunt het vangen en ermee rollen.” En ze gooide het in de lucht wat ik bij gewoon papier best spannend vind, dan wil ik met dat papier wilde dingen doen en dat lukt dan ook, maar ja dit was geen papier alleen iets anders, geloof ik. Dus ik deed voor de zekerheid even niks. Ik neem geen riesiekoo met dat soort dingen.
Ruiken
“Ga er nu maar aan ruiken,” zei mijn vrouw en dat kon ik wel. Ik snuffelde er heel voorzichtig aan. Het was een geur die ik niet kende. Een beetje scherp. En ook een vaag iets van een gezellig iemand dat moet Roos zijn geweest (hoi Roos!) en nog een paar geuren waarvan ik dacht dat weet ik nog niet helemaal zeker.
Dus ik kwam er goed in, en net toen ik dacht misschien kan ik er tòch mee spelen, toen moest ik opeens op d e foto en of ik daar zit in had, dat heeft u al gezien.
Een tijdje geleede heb mij beebie Dorus en mij eigen ze oproep gedaan van mij herdenkingsjoow met hoedjes. Het is voor mij hartjesdinnetje prinses Katrientje en mij beebie Poopei. Dattie nooit wordt fergeete ook al bennie over ze Regenboogbrug gegaan.
Saamhoorig
Mij eigen wil eeve zegge, dank u wel dattie zofeel gereageer heb. Mij hart is nu zo geraak dat mij buik veel begeerte voel in mij tonijn. Mij visboer spin er wel ze gaare bij, hij heb ze fieliejaal weer uitgebreid. Dan ben jij wel goed beezig en jij voel saamhoorigheid. Dattie zofeel steun krijg en iedereen leef mee. Mij beebie Dorus heb ze eigen ook uitgesloof, hij heb ze organisazietalent van mij verkering Huiskater Bert. Mij hart is trots op mij katermanne.
In jou akzie
Maar voor mij eigen beteken het dattie nu heel druk is. Want jij wil alles geeve voor jou herdenkingsjoow. Jij kan nie op jou lauwe ruste, jij moet in jou akzie koome. Van me eigen ben ik nie tegnies en mij eigen is ook onhandig. Maar jij kan altijd werke met jou hart. Assie erges liefde in leg voel jij het kom goed. Mij hart sta nu open van mij emozie, dat is mij gereedschap. En mij vrouw geef mij knuffels en zij zorg voor mij tonijn, garnaale en kaabeljauw.
Rieleks
Maar soms moet jij jou eigen ook terugtrekke van jou weereld. Dattie rieleks ben en tot jou besinning kom. Omdat ik nu veel besinning heb kan mij meedietazie helpe. Soms voelie jou eigen uitgestreeke, ken u dat? Dan kan mij strijkplankmeeditazie helpe en het is foor geforderde. Kittens en suuperseeniore kan beeter los gaan op ze groote bed.
Gefordert
Van mij eigen heb ik mij vrouw gefraag offie ze strijkplank klaar wil zette. Misschien denk U nu is Loes nog wel bij ze tijd? Heb Loes misschien ze zonnesteek in ze kop. Mij eigen was meer bij mij tijd dan dattie lang gewees is. Assie op jou hoogste nifoo meediteer dan hebbie ook meer mogelukheede.
Van me eigen ben ik eigenluk fer gefordert in mij meedietazie. Dan kan jij, assie jou eigen uitgestreeke voel, het beste jou strijkplankmeeditazie doen. Dattie helemaal in jou trans kom want jij lig hoog en jij kan jou eigen en jou leeve oferzien. Jij moet er nie aan beginne assie net 6 kippe heb weggewerkt want dan kan jou plank breeke. Dan blijfie misschien met jou vacht hange tusse jou splinters van jou strijkplank en neem U van mij eigen aan. Dan bennie jou zen gefoel meteen kwijt. Assie stop bij 3 kaabeljouw dan kan jij in jou diepe trans koome. Jij weet dan ook, assie klaar ben met jou meedietazie hebbie nog 6 kippe achter jou hand. Dan hebbie meer rust voor waar het om ga. Jou strijkplankmeeditazie!
Strijkplankmeeditazie
Jij spring op jou plank en het is jou strijkplank. Jij kan er ook op kruipe. Jij moet wel foorzichtig zijn dattie er nie naast spring. Van me eigen doe ik meer iets van klautere want assie nie atleeties ben moet jij jou eigen behellupe. Jij ga ligge en jij strek jou eigen uit. Jij denk nerges aan, nie aan jou verkering, jou beebiekitten of dattie zo druk ben. Jij onspan en jij doe jou oog dicht.
Misschien vallie in jou slaap, van me eigen word ik soms ook mij volgende dag wakker. Dan ben jij heel rieleks gewees.
Gat
Assie nog hooger in jou nifoo wil meediteere kan jij jou poot en jou kop door jou gat in jou strijkplank steeke. U kan het op mij footoo zien. Jij laat al jou spanning los in jou poot en jij wor slap. Jij lig feiteluk uitgestreeke maar dan in jou meeditaziestand. Jij ben weg van jou weereld, jij ben strijkplankzen. Assie zo rieleks ben kan jij jou hart open zette, jij heb jou innerlukke rust. En jij weet jij heb nog 6 kippe achter jou hand.
Jij kan jou weereld en jou groote klus aan.
Mij tips voor assie druk ben:
tot jou besinning koome, waar ben jij mee beezig?
jou vrouw zet jou strijkplank klaar
jij ga jou eigen beheerse met jou eete, 3 kaabeljouw mag
jij ga foorzichtig op jou strijkplank. Kittens en suuperseeniore jij ga op jou bed ligge
jij ga ligge en jij doe jou oog dicht. Jou vrouw mag jou een kussen geeve dattie zachter lig
slaape mag
jij ga nerges aan denke
jij mag jou poot en jou kop door jou gat in jou strijkplank steeke, dattie op jou hooger nifoo ontspan
Ik ben altijd huiskater, zeven dagen per week en de hele tijd overdag en ook ’s nachts. Dus ik heb nooit vakansie. Is dat erg? Dat weet ik geeneens.
Drukker
De laatste tijd is het anders in de straat. Drukker. Er lopen meer mensen, vooral ’s morgens vroeg. Die waren met vakansie en nou zijn ze weer terug. Ze zien er helemaal niet blij uit in hun gezicht. Als ik een snek heb gehad dan kijk ik tevreden, zegt mijn vrouw. Omdat er iets fijns gebeurde. Misschien is vakansie helemaal niet fijn als je zo moet kijken. Dus dan hoef ik het niet.
Rieleksen
Soms zegt iemand dat ik de hele tijd aan het rieleksen ben en geen klap uitvoer. Dat is helemaal niet waar. Want ik heb mijn eigen taken in huis:
ik controleer de straat dus dat ik weet wat er gebeurt, niet de hele tijd maar af en toe dat niemand weet wanneer ik ga controleren
ik kijk in de boodschappentas of het in orde is. Dat hoeft maar even dus niet dat ik overal aan ga ruiken, maar het moet wel gebeuren
ik help mee met het dekbed verwisselen dan doe ik toezicht, maar als ik beneden slaap dan merk ik het niet altijd dat mijn vrouw op de slaapkamer is
ik zorg voor ontspanning van mijn vrouw door kopjes te geven en te zeggen dat ze me moet knuffelen en in slaap moet aaien
Volgens mij doe ik nog meer maar dat weet ik zo gauw even niet. Het zijn best dingen die belangrijk zijn. Dus ik kan als huiskater niet zeggen nou even niet. Vooral de straat en de boodschappen en alles eigenlijk wel.
Zorg
Mijn verkering Loesje schreef laatst ook een mooi stuk over voor jezelf zorgen, dat dat eerst komt en dan pas heb je wat aan een ander te geven. Zo zie ik het ook. Dus ik moet wel veel rieleksen anders kan ik mijn werk als huiskater niet doen. En soms doe ik het tegelijk dan zit ik in de zon in de vensterbank, dan let iedereen in de straat vanzelf op. Als huiskater moet je naar oplossingen zoeken en dit is fijn en belangrijk op hetzelfde moment.