Trudy en Freek: wie zijn ze?

Trudy en Freek

Hier is Trudy, de poezevrouw die de wedstrijd tong-uitsteken won op mijn feesboekpagina.  Ik mocht haar en Freek interviewen.

Hoe oud zijn jullie en waar wonen jullie precies?

Wij, Trudy en Freek, zijn allebei 13 jaar en wij wonen bij Hokazo Dierenopvangcentrum in Uden. En wij zijn ongeveer 10 jaar getrouwd. Freek gaf me op die dag een kopje en toen was ik vlieft en toen deden we trouwen.

Wat mooi Trudy. Liefde is gemakkelijk dat heb ik ook met Loesje ontdekt. Hoe kan het dat jullie in een asiel wonen en niet op zoek zijn naar een eigen huis?

Eerst woonde we gewoon op straat. En elke keer rook het zo lekker naar eten bij Hokazo dus gingen daar ons kostje scharrelen. We kregen een buiten hok zodat we ook droog konden slapen. Zo zijn we eigenlijk blijven hangen. En de mensen daar gaven ons lekker vlees en veel sneks. Ik vond het prima. Maar op den duur word je ouder en ik ben niet meer zo snel.

Trudy en FreeekEn bij ons wonen ook honden en ze hebben me al een paar keer gepakt. Daarom wonen we nu in de tuinen. Dan kunnen de honden ons niet meer pakken. We vinden aaien soms oke, niet zoveel. Freek vind maar een paar mensen okee, ik iets meer maar ik ben liever gewoon buiten met Freek. De mensen zeggen ook dat wij bij Hokazo horen.

Ja dan heb je toch een eigen thuis. Dus dat is goed. Jullie zijn getrouwd. Hoe verloopt een gewone dag voor jullie samen?

’s Morgens als we wakker worden (naast elkaar) dan is het etenstijd. Ik ben een vreetbuil en lust alles! Ik heb weinig tanden maar kan goed eten, hoor. Mijn Freekie doet ook goed eten. We geven kopjes tot dat er mensen gaan schoonmaken, dat vinden we te eng. Freek kruipt achter de pellut en ik loop rond. Als het rustig is liggen we te rieleksen en houden we wacht. Als er speciale mensen komen dan doe ik bodiegard spelen voor Freek. Ik kan heel goed kletsen. Als het donker word dan krijgen we vlees en dan zijn we snel. Lekker schrokken! Freek blijft bij ons huisje, dat is vertrouwd. Hij moet nog wennen dat we samen wonen. Daarna gaan we kopjes geven en lief doen.

 Trudy, wist je ervan dat Bram je foto bij de tong-wedstrijd zette en wat ging er door je heen toen je gewonnen had? Steek je vaak je tong uit?

Hihihi, nee Bertje! Het was een verassing. Nou ze willen mijn foto in de kantine hangen. Ik ben in eens een beroemde poes. En dan heb ik ook nog een maatje meer. Maar ik wist niet dat er zo’n koele wetstrijt was. En nu denk ik van, jaaaa Trudy… dat heb je goed gedaan. En mijn tong is altijd buitenboord voor als er eten komt.

Soms gaat dat vanzelf, dat is de natuur. Nou heb ik een vraag voor je katerman. Freek, ben je trots op Trudi? Of denk je had ik maar meegedaan?

Eh, ik ben heel trots op mijn poesevrouw. Ze kan alles en ze durft alles. Oh nee Bertje, daar ben ik te verlegen voor.

Ja dat snap ik wel. Volgens mij durft elke poesevrouw meer dan een katerman. Wat is jullie wens voor de toekomst, voor jullie zelf?

Dat we samen nog vele jaren samen mogen blijven en dat we oud worden en veel eten krijgen.
En natuurlijk dat de andere poesen en katers wel een ander huisje krijgen. Wij wonen hier prima en we vinden de mensen die ons verzorgen heel fijn!


Mijn Feesboekvriend Bram heeft me geholpen bij het interview. Dankjewel Bram!

Wilt u meer weten over waar Trudy en Freek wonen: klik en kijk hier over de Hokazo

Katrientje over: mijn doof zijn

doof
Hallo, daar is ikjes weer. Vandaag ga ik het hebben over mijn doof zijn.

Mijn personeel is er 31 december 2018 achter gekoom dat ik doof ben. Om 10 uur in de avond. Toen waren er al namelijk gekkies bezig met vuurwerk aan de overkant van ons huis. En één zo’n vuurpijl kwam tegen ons raam aan.

Ikjes was gewoon wakker. Ik kreeg knuffels tegen die tijd. En ik schrok niet eens van die vuurpijl. Ik zag het personeel praat tegen elkaar. Ze pakte een knisperpapiertje en begon achter mij te ritselen daarmee. Ik reejaageerde dus niet. Normaal betekend ritselen een snek.
Ikjes reejaageerde ook niet toen man mij riep.

Hand

Nou… toen kreeg ik me toch een partij knuffels. En een snek. Zo fijn gewoon.
Het rare was… toen maakte vrouw een beweging met haar hand van kom eens. En ik kwam.
Ooooh ik begreep haar gewoon.
En nu roepen ze mij steeds met een handgebaar. Maar ook met hun stem hoor, dat is voor hun eigen gevoel beter denk ik.

Naar Floor

Maar opeens begon ikjes bang te word. Want ik moest dus misschien weer naar Floor toe. Oooooh nee!!
Maar omdat ik mond kan lees zag ik vrouw tegen man zeggen van we kunnen wel Floor bellen, maar wat voor nut zou dat hebben? Dan maken we ons meisje onnodig bang om te horen te krijg dat ik dus doof ben. En dan komt er ook nog 30 euro kosten bij.
Sjoooohey… ik opgelucht. Want we zouden dus niet gaan. Ik hoef dus niet eerder dan juni. En dan zal ik gelijk dus voor mijn oortjes nagekeek worden.

Zingen

Maar nu snappen ze ook waarom ik, al een tijd, zo hard zing. Ik was en ben bang dat zij ook doof zijn geword. Daarom zong ik zo hard. Dat zou erg zijn zeg!!
Maar wat dus wel mooi is, ik kan dus gewoon blijf zingen. Ooooh daar ben ik superblij om hoor. Want zingen is toch echt het fijnste wat er is.

En floep…

Maar ik heb wel een voordeel… ik hoor hun gemekker tegen mij niet meer. Koel hè? Ze kunnen mopperen op mij wat ze willen.
Oooh wacht… dat is het rare. Heel soms hoor ik ze. Ooooh want ze blijfen ook gewoon tegen mij praten.
En heel af en toe hoor ik ze. Ooooh dan zijn ze zo blij. En floep… twee sekontjes later is het weer weg.

Mond lezen

Mijn personeel vermoed nu dat ik al langer doofjes ben. Al in 2017. Want vorig jaar oudjes en nieuwe was ik ook al zo rustig.
Ik ben er nu wel aan gewend, alleen moet mijn personeel er nog aan wennen dat ikjes merendeel niets meer hoor. Hun weten het pas kort. Maar het personeel kennende zal dat wel gebeur hoor.

Soms zal het lijken of ik in gesprek ben met mijn personeel. Niet vergeten… ik kan hun mondje lezen. Dus de gesprekjes tussen mij en mijn personeel zullen altijd blijf.

Nou….dit was het weer voor deze week.
Tot de volgende keer.
Liefs en kusjes
Katrien (geliefd prinsesje van beroep) (en stokjedoof) (niet altijd)

Toen begon ik dus aan de natuursneks (filmpje)

De laatste tijd ben ik druk met eten testen. Ik ben daar best goed in al zeg ik het zelf. Lekker of niet lekker, dat weet ik meteen. Mijn vrouw besloot dat het tijd was om natuursneks te gaan testen.

Natuursneks?

Ja, die heb je ook. Wist ik niet. Maar ik dacht laat maar komen, het kan alleen maar lekker wezen. Want al het natuurspul voor avondeten had ik lekker gevonden.

Dus daar gingen we.

  • Eerste bordje. Renske natuurvoeding, zalm. Nou hou ik best veel van zalm. Heel veel ook. Maar dit deed me niks. Het is ook in de vorm van een hartje en dan weet je eigenlijk al dat het eerder een vrouwendingetje is dan een serieuze oersnek voor de katerman. Dus daar deed ik niet aan mee. Ik vertrouwde de geur al niet.
  • Tweede bordje. Vitakraft. Nou ben ik gek op dat zachte spul uit de staafjes van Vitakraft, maakt niet uit wat voor smaak. Maar dit is raar. Het ruikt heel sterk en het is wel zacht maar door die geur denk je toch wat moet ik ermee. Het idee is dat je als kat zelf de stukjes eraf knaagt maar dat soort dingen doe ik niet dus ik krijg staafjes altijd in stukjes. Dat eet gewoon gemakkelijker.
  • Derde bordje. Catisfactions. Lekker spul!! Serieus!!

Sneks

Dus nou ja, voor deze jongen geen natuursneks. Doe mij maar het gewone spul, dat is tenminste meteen lekker. Dat hoort toch, voor een snek?

Wel moet ik eerlijk zeggen dat ik sinds mijn operazies minder snek dan ervoor. Dan kreeg ik nog weleens een bodempje op een schoteltje of wat voor het tussendoor. Tegenwoordig is het drie per avond en nul tussendoor. Ik klaag niet. Ik wil het alleen even zeggen zodat iedereen weet hoe beroerd het dan is als die natuursneks komen en ze zijn niet om te eten.

kater Bolle over: een nieuwe veer

veer

Ja, je snapt het natuurlijk al: ik heb dus een nieuwe veer gekregen. Ik heb al een hoop veren, maar die zijn allemaal kapot. Die kapotte veren zijn veren van fa-zan-ten. Groot en mooi en bruinzwart gestreept. Net als ik eigenlijk!

Dat ze kapot zijn komt omdat ik ze kapot heb gemaakt bij het spelen.
Ik wist eerst niet of dat mocht, maar mijn vrouw zei van wel.
Dat geeft niks, zei ze, want daar zijn ze voor.

Nepmuizen

Toen ik hier net woonde wilde ik nergens mee spelen. Dat heb ik wel eens verteld.
Rennen mocht niet van Mol en ik durfde het soowiesoo niet.
En ik snapte niet zo goed waarom mijn mensen nepmuizen door de kamer gooiden. Dan stonden ze heel blij naar mij te kijken, en vroeg ik me af wat er aan de hand was.
Ik werd er bang van, van dat gegooi.
En ik kon me niet voorstellen dat volwassen mensen zo druk deden vanwege een pluusjen muis.
Maar ja, ik wist ook nog niet veel van mensen.

Lampje

Het laserlampje is één keer leuk. Maar daarna kijk ik meteen naar de hand van mijn vrouw en laat haar weten dat ik weet dat zij een lampje vasthoudt. En dat zij dat beweegt. Spannend hoor.

Veren

Maar toen had mijn vrouw dus die veren gekocht.
En kijk, ik ben een denker, en ik ben ook niet zo snel in een gekke bui, maar die veren… het was meteen raak.
Mijn vrouw of mijn man verstopt zo’n veer onder mijn rode kleedje. Dat kleedje noemen wij altijd Stip. Omdat het rond is dus.
En dan bewegen ze die veer. En dan wordt ik een levensgevaarlijke tijger die alles wat hem voor de voeten loopt aan flarden scheurt. Vooral die veer.
Dus die veren gingen nooit zo lang mee. Terwijl ze best duur zijn. En mijn mensen vinden eigenlijk dat het niet nodig is, dat vogels hun veren aan mij moeten geven. Dat vinden ze zielig.
Dus mijn vrouw wilde niet nog meer van die mooie veren van fa-zan-ten kopen. Zelfs niet voor mij.

Frutsels

Alleen snap ik ander speelgoed nog steeds niet zo goed.
Ik heb allemaal balletjes en muizen en ketnip-spulletjes en nog veel meer.
Maar daar doe ik niks mee.
Nou, dat is niet helemaal waar, want ik lik aan de ketnip-vis.
Maar dat is blijkbaar niet genoeg. Want ik MOET en ik ZAL spelen, met die kinderachtige spulletjes.
Volgend mij vindt vooral mijn vrouw die frutsels erg leuk, want zij doet altijd alsof er iets heel spannends gebeurt. Ze gooit zo’n balletje over de grond en kruipt er achteraan, en roept mij. Dan zit ze heel druk kijk nou Bolle te roepen.
En dan kijk ik, en schaam ik me een beetje. Plaats-ver-van-gend, heet dat.

Wappie

Maar nu had mijn vrouw pasgeleden andere veren gekocht. Ze zijn wit, en groot en stevig. Mijn vrouw denkt dat ze van gan-zen zijn. Ook zielig, maar hier doe ik tenminste heel lang mee. Omdat ze zo stevig zijn.
Mijn man was bang dat ik me ermee in mijn oog zou prikken. Toen heeft mijn vrouw er een touwtje omheen gedaan, om dat harde stukje. En daarna haalde mijn vrouw die veer aan dat touwtje onder Stip door.
Wat er toen gebeurde… ik werd helemaal wappie!
Ik sprong en ik sjeesde en ik gromde en ik trapte en ik blies. Ik heb Stip zelfs een paar keer gebeten!
Ik was niet alleen een grote gevaarlijke tijger, nee ik was wel tien grote gevaarlijke tijgers geworden!

Tijger

Nu wil ik dus elke avond met de veer en Stip en mijn mensen spelen. Ik ga op Stip zitten en kijk naar mijn mensen.
Soms zegt mijn vrouw dan iets van niet wéér die veer. Maar daar trek ik me niks van aan.
Ik wil dat spel doen. Telkens opnieuw. Zo leuk vind ik het!
De rest van de dag slaap ik, of zit ik eventjes in mijn tuin, of op de vensterbank.
Dan noemt mijn vrouw me Sloompie, of Suffie Sufkadet.
Maar ’s avonds niet, want dan ben ik tien levensgevaarlijke tijgers die op een veer jagen.
Die wil je niet tegenkomen in het wild!
Weet je hoe mijn vrouw me dan noemt? Een Gifkikker, of een TijgerBol!

Stip

Tot nu toe heeft de veer zich goed gehouden. Hij is rafelig geworden, maar hij doet het nog prima. Maar mijn vrouw heeft een beetje medelijden met Stip. Die is al heel vaak ondergespuugd (als ik moet overgeven, doe ik dat het liefst op Stip) en wordt nu ook nog gebeten en geschopt.
Ik vind het zelf eigenlijk ook niet netjes, want ik ben juist DOL op Stip. Van mij mag Stip nooit weg. En ik ben zelf juist altijd heel voorzichtig met Stip.
Maar ik kan er niks aan doen, van dat schoppen en bijten. Want dat doen die tien gevaarlijke tijgers. Die deinzen nergens voor terug.
En niemand kan ze tegen houden als ze een veer aan een touwtje zien, ook ik niet!

veer

Ik at zalm en kip van Canagan

Canagan

Bijna elke avond krijg ik nou iets anders om te eten. Het is allemaal natuureten. Dus daar doe ik eet-ervaring mee op. Gisteren had ik Kip en Zalm van het merk Canagan.

Dat natuureten is lekker spul heb ik ontdekt. Dus ik ben nou meer betrokken bij het avondgebeuren. Ik zit sneller klaar om te eten en ik let beter op. Zo beleef ik er meer aan.

Plok

Natuureten doet PLOK uit het zakje. Deze keer ook. Dan weet ik dat ik zo eten krijg. Dit was een harde plok dus ik dacht als dat maar goed gaat. Stenen lust ik niet. Mijn eten moet stevig zijn of een beetje slap zoals kip van Almo.  Lekker om te slobberen.

Bord

Mijn vrouw zette een groot bord vol eten voor me neer.  Het rook goed maar het was best veel dus ik moest even pauzeren voor ik begon om te kijken waar ik met eten wilde beginnen.

Had ik niet met de Almo-kip. Dat was aanvallen doorgaan en hup bord is leeg.

Pauze

Dit was best stevig dus ik moest goed kauwen en smakken. Vanzelf eet je dan langzamer, misschien is dat de bedoeling. Ik kon ook geeneens alles achter elkaar opeten, dus ik heb tussendoor een paar keer eetpauze genomen.
Dan loop ik even door de huiskamer. Ik kijk wat mijn vrouw op haar bord heeft of ik ga even in de vensterbank zitten. Daarna eet ik weer verder.
Zo kwam ik best een heel eind hiermee. Het is ook lekker spul, dus ik heb er geen bezwaar tegen om het nog een keer te eten, maar liever niet elke avond want dat wordt eten zo’n klus.

Oer

 Dit is het dus. Zogenaam oer-eten. Wat mijn voorouders ook al aten. Ja wat ze allemaal verzinnen, je snapt het niet.

Gelukkig had mijn vrouw maar 1 zakje gekocht, om te proberen. Die andere smaken wil ik ook best een keertje proberen maar liever als snack tussendoor.

Maar ik blijf erbij, ’t is best lekker. Maar als u begint met natuureten is Almo het beste denk ik.

Brokjes

 Wat gebeurt er? Omdat ik zo goed had gegeten, kreeg ik van hetzelfde merk natuurbrokjes. Ze zagen er stom uit, ze waren veel te klein voor mijn bek, ze roken nergens naar en ik dacht, hier begint Bertje niet aan. Dus die gingen de vuilnisbak in en toen kreeg ik mijn gewone brokken weer.