Net toen ik zeker wist dat de stijger er voor altijd zou staan, kwam er even een raar lawaai en toen was de stijger weg. Helemaal weg. Ik snapte gewoon niet dat het kon.
Mijn vrouw zegt dat de stijger er maar drie dagen heeft gestaan maar mijn gefoel zegt dat ik geeneens meer weet hoe mijn leven was voor de stijger kwam. Dat is omdat ik eerst bang was en toen keihard ging spelen wegens de spanning.
Lekker dagje
Ik speel haast nooit keihard. Als ik me mezelf voel, dan lig ik het liefste te rieleksen. Een knuffel erbij, een brokje tussendoor, even in de vensterbank naar de straat kijken, gewoon dat je zegt: een lekker dagje. Heel af en toe rol ik wat heen en weer op het tapijt, dat is als ik me supertevreden voel. Ook tik ik weleens tegen een lintje, maar dat duurt nooit lang.
Spanning
Maar nou met die stijger, ik weet het niet, opeens voelde ik iets in me. Dat keiharde willen spelen. Wegens dat ik allemaal moeilijke gefoelens had en daar moest ik iets mee, en dan samen. Want ik kan wel heen en weer gaan rennen op de trappen maar ja hoe gezellig is dat als je samenwoont. Plus ’s nachts hoor je zoiets beter.
Dus ik zitten en MEWWW doen. Dat mijn vrouw meteen wist er is iets seeriejeus. Ze kwam en toen deden we onder-de-lap. Ik vond het meteen keispannend. En ik ging strekken en springen en van alles waarvan ik geeneens wist dat ik het in me had.
Daarna moest ik heel erg op de bank bijkomen van mezelf. Keihard spelen, dat kost heel erg veel energie. Dus ik was wel rustiger, dat is zo.
Weg
De dag erna ging de stijger opeens weg. Toen moest ik daar weer aan wennen. Eerlijk waar, ik maak veel te veel mee, dat vind ik.

Assie net als mij eigen nie alleen geluk foel maar ook jou spanning, dan moetie daar wel iets aan doen. Jij kan jou visboer fraage offie jou volprop met ze vers gefange kaabeljauw maar assie daar niks foor foel wat doe jij dan? Van me eigen heb ik mij lijntje naar mij visboer altijd oope staan. Maar jij leef nie alleen op jou weereld. Assie een poes ben met jou hart op jou eigen plek dan ga jij wel nadenke.

Jullie rade tjouwens nooit watte ik hep gekjeeg van mijn mensen. Ik kjeeg een sjaapmantje. Maar er was wat mee. Ikke rook er aan en rook een andere kat. Ik keek mijn mensen aan. Frauw had weer natte oogjes.