Toen Loesje in mijn leven kwam

Loesje

Het is nou Valentijn en het gaat overal over liefde en  ook heel veel zijn er verhalen die ekstra negatief zijn. Ik wil vertellen hoe Loesje in mijn leven kwam.

Feesboek

Toen ik hier een tijdje was, kreeg ik computertijd. Nou, ik op Feesboek daar had ik de andere katten in het asiel over gehoord. En het asiel zat zelf ook op Feesboek. Ik had al best snel een eigen pagina en ik zette er berichtjes over mijn leven op. Met foto’s die mijn vrouw maakte en soms deed ik een selfie.

Feesboek is gaaf. Als ex-asielkater foelde ik me super. Nou had ik een thuis en ook nog vrienden dat had ik nooit kunnen denken.

Poes

Op een dag zag ik een leuke foto van een poes, ze had heel veel wit in haar vacht. En ze zag er lief uit en ook verlegen. Nou moet ik eerlijk zijn over mezelf en zeggen dat het helemaal niet mooi van mij was dat ik haar begon te plagen. Kijken wat ze allemaal wilde doen. Dus ik zei dat ze met haar buik helemaal op de foto moest en dan nog meer buik en ze deed het spesjaal voor mij zei ze.

Van mijn tante kreeg ik toen een standje dat ik te brutaal was met Loesje. Dus daarna deed ik het niet meer maar ik keek wel elke dag waar is ze nou.

En zo snapte ik hoe lief ze was en dat ze iedereen wilde helpen en dat ze heel veel gefoel had, ook voor mij.

Verkering

Daarna wist ik dat ik als katerman wat moest doen en dat deed ik. Toen ik Loesje om verkering vroeg, zei ze ja.

Samen

En nou zijn we dus samen, op onze eigen manier, dat mag als je verkering hebt. Loes heeft haar huis en ik heb het mijne maar we zien elkaar elke dag via de computer en als er wat is dan helpen we elkaar. Dat is verkering. Dat je samen bent op je eigen manier.

Mijn gefoel voor Loesje is heel biesonder dat heb ik nog nooit gehad. Ze is lief en mooi en wijs en zacht en toch gaat mijn gefoel over iets anders, het is meer en dieper. ik kan geeneens zeggen wat het is.

Heppie Valentijn Loes!! Van je Bertje. Nou ben ik nooit meer alleen en jij ook niet want we hebben elkaar.

Loesje vertelt over liefde en Faalentijn

liefde

Assie poes ben weet jij nie zofeel van alle daage van jou jaar. Maar assie zo gefoelig ben als mij eigen dan foel jij wel wanneer jou mees spesiejaale dag van jou jaar eraan kom. En het is morge, mij vrouw heb het mij eigen gezeg.

Faalentijn

Morge is biesonder want dan sta jou liefde in jou spotlicht. Het kom door Faalentijn, hij heb het bedacht. Hij was mij eigen net foor want hij heb meer leeftijd. Maar van mij eigen heb ik wel veel erfaring. Als poes die verkering heb kan jij wel zegge dattie er ferstand van heb. En of Faalentijn selluf verkering heef dat hebbie mij eigen nie fertel.
Maar assie poes van de liefde ben kan jij wel praate over liefde en verkering. Misschien heb u selluf ook verkering maar u moet ook liefde foele. Dat is belangrijk. Faalentijn maak ze sjokolaa en ze bloeme nie foor niks. Die maak hij alleen foor mense. Foor diere hebbie andere ferrassinge, bijfoorbeeld tonijn foor katte, kluifbot foor assie een hond ben en foor foogels hebbie kouwstiks.
Assie liefde foel dan is jou hart gelukkig en jij straal. Zeeker assie morge van u verkering iets lekkers krijg. Van me eigen maak u mij gelukkig met mij tonijn maar u kan ook met saardiene zegge dattie iemand lief vin.

Foele

Misschien weet u nog wel dat mij eigen foorig jaar mij worksjop heb gegeeve van mij Faalentijn. Assie die gefolg heb dan bennie wel op de hoogte van hoe liefde werrek. Jij kan zegge dattie jou baasis heb. In mij krant van mij Lopend Vuurtje heb ik ook geschreeve ofer liefde, dat hebbie misschien wel geleeze.
Assie zofeel kan foele als mij eigen dan foel jij liefde voor jou vrouw, jou verkering en jou beebie. Assie een groote buik heb dan hebbie een groot hart. Faalentijn heb misschien ook een groote buik, fooral assie veel van ze eigen sjokolaa eet. Liefde begin in jou eigen, anders kan jij het nie geefe. Jij hoef er nie persee verkering foor te hebbe maar van mij eigen vin ik het wel makkeluk. Jij moet wel weete aan wie jij jou saardiene geef. En jij kan fraage aan jou visboer offie er ze mooise strik omheen doe. Dattie jou vis feeseluk inpak. Dan maak jij wel indruk op jou verkering. En assie nog geen verkering heb ga jij die wel krijge assie met jou saardiene aan kom zette.
Misschien kan u het morge gewoon probeere. Ik geef u alleen mij tip maar u ben vrij om een andere vis te geefe assie daar meer liefde bij foel.

Faalentijn, misschien vin u het kommersiejeel? Dat is assie er iets mee wil ferdiene. Maar van mij eigen ben ik het daar nie mee eens. Assie Faalentijn heb dan volg jij jou hart. Jij laat jou liefde weten dattie er nog steeds gek op ben. Daar ferdien jij niks aan. Jij kan liefde nie koope. Liefde foel jij in jou hart en jij kan het deele. Assie het kan koope vin ik er niks meer aan.
Het is spesiejaal en jij foel het somaar ineens. Jij krijg kriebels in jou buik en geloof u mij eigen, assie zo een groote buik heb krijg jij ook veel kriebels. Jij hoop dattie dan ook een groote vis krijg maar jij moet afwachte. Ik heb wel teege mij vrouw gezeg dat Faalentijn nie aan ze diejeet doe. Jij kan nie aankoome met jou uitgedroogde Makkareel, jou verkering zie jou aankoome. Van mij eigen doe ik wel aan Faalentijn maar nie aan mij diejeet. Soms moet jij jou diejeet in jou kast zette, naast jou droogbrokke. Dan kan jij liefde foele en jou visboer laate koome.
Mij vrouw zeg, Loes jij grijp echt iedere geleegeheid aan om onder jou diejeet uit te koome. Dan kan jij beeter eeve niks zegge en doen als offie slaap.

Foorbeeld

Nu wil ik nog ies zegge van mij hart teege mij verkering Huiskater Bert. En fergis u eigen nie, mij hart is ook gek op mij vrouw en mij Doorie maar Faalentijn is foor jou verkering. Of assie misschien jou geheime liefde heb dan kan het ook. Faalentijn kom morge pas langs, maar van mij eigen ga ik u mij foorbeeld geefe van wattie kan zegge teege u liefde. Het kom wel uit mij hart, dattie nie denk Loes ferzin maar iets. Soiets ferzin jij niet! Liefde is seeriejeus en het is spesiejaal foor mij Bert.

Verkering

liefdeLieve Bert jij ben mij verkering in mij hart en in mij leeve. Mij dag is pas mij dag assie jou heb gezien op mij kompjuuter. Jou knappe katerkop en dattie zofeel wijze dinge zeg. Mij hart klop sneller assie jou eigen zie en mij kop sla op ze hol. Jij ben als mij tonijn, jij ruik lekker en jij ben foor mij eigen onweerstaanbaar. Assie jou kop in mij vacht leg foel ik mij geluk. In mij droom mewww ik het van mij daake.
Geluk kan jij niet fastpakke maar jij kan het foele. Jij geef het mij eigen Bert, gewoon zo assie ben van jou eigen. Jij ben echt en jij ben mij katerman. Mij Adelbert Cornelis. Mij hart is altijd trots op wie jij ben en wat jij doe. Jij hoor bij mij eigen, jou poot in mij poot. Dan kan jij alles aan en oferwinne. Daarom ben jij wel mij Faalentijn. En jij ben het morge mij heele dag en de rest van mij heele leeve.
Ga u het morge ook zegge teege u verkering? Of assie iemand heel lief vin van u eigen…
Dan hebbie vast veel liefde in u hart op mij Faalentijnsdag.

Liefs van Loesje

Als er opeens zon is

zonEr was storm met allemaal moeilijke geluiden en ik voelde me raar maar toen, toen werd alles opeens goed. Er was zon. Op mijn kop. En mijn vrouw maakte meteen fotoos.

Genieten

Ik had de zon helemaal niet verwacht. Serieus waar niet. Ik dacht nou is het storm en dat blijft zo en wat moet ik met mezelf waar kan ik me weer gewoon voelen. Op bed ’s nachts bij mijn vrouw dat ging maar ik werd ook wakker soms. En beneden hoorde ik van alles van buiten. En toen opeens werd het stil en de zon kwam en ik begon meteen met genieten. Zooo wat voelde ik me fijn. Mijn vacht was warm en mijn kop en mijn oren waren ook warm.
Toen ging de zon weer weg maar mijn oren bleven warm.
De dag erna gebeurde het weer. Eerst dat moeilijke van geluiden van waaien. Dan opeens zon op mijn kop.

Lente

Tijdens het aaien zei mijn vrouw dat dit het leven was. Je kon zomaar iets fijns krijgen ook al verwachtte je het niet. Ik dacht aai nou maar door het hoeft niet met praten. En folgens mij is het gewoon lente dus dat het de ene keer raar weer is en dan opeens gewoon en dan weer raar en je snapt het niet maar je hebt wel het gefoel dat het beter is. Dat is lente. Weet ik toevallig.

Fijn

Met opeens fijn heb ik erfaring:

  • laatst kreeg ik opeens soep en ik had trek maar ik dacht ik moet weer wachten op het avondeten en toen kreeg ik opeens een bord
  • dat mijn vrouw van haar werktafel opstaat en mij in slaap gaat aaien en mijn gefoel had dan net gezegd gaat niet gebeuren
  • dus dat ik opeens zon op mijn kop heb
  • en dat de glazenwasser er de hele tijd is en dan is hij weg en het is weer stil

Dus nou weet ik weer het lefen kan heel moeilijk zijn en dan opeens is het fijn.

kater Dorus over: de dag datte ik sjo bang was

bangHajooooo daar benne ik weer. Ikke ga hut fanmijndag heppe oofer bang sjijn. Ikke sjau eers een anner bjoggie sjijfe, maar oompie Bert sei datte dit bewangerijker is.

Help

En missjien help ut anndere katten.  Wat isser dan gebeurt hoor ik uwes segge. Nau… hette follegente.
Ik sjrok. Ik sjrok me rot. Op sijn ammersedams segge we rolberoerte. Offf de t****g. Maar dat woort mag nie. Dat isse een tauwt woortje.
Zeg me awwemaal na! TAUWT!!

Knoepertjedjuk

Wat wasse er nau beurt Doorie hoort ik uwes segge.
Nau ik sjrok oppe tweetst feebruwaarie. Me mense bedachte dat se de wamen moessen lapjes. Eigeluk wat se alleteit doen. Anners kan ik niet vennestebankkonttroolle doen. Want dan siet ik nies.
Ikke woon fjak aan een snelle weg. Knoepertjedjuk dus. Twaaluf busse pur uur en eefenfeel tjemmen. Heeeeel feel toettoetauwtoos en inne soomer ook laag fliegende fjiegtuige.

Boererij

Ikke kom fan boererij af. Daar hep ikke nooit een gehijm fan maak. Het enige gewuit watte ik hoorte ware sjaapjes en paarden. Dat ware me fjientjes. En natuurlijk me geboortemoesje en Poppy en nog een kitte. Een siepurtje. Agt weke lang hoorde ikke aween maar mense en diere. Dus nooit de gewuide die ik nu al 7 maante hoor. Dus toene ik hier kwam hoorte ik nies, want de rame en deure waare digt. Potjedigt!! Dus dat wasse wel pjettug.
Maar toen kwam de dag datte ik naar buite mog.

Aween

Ikke was eers bang want ikke hoorte kinneren krijse. We woone naas een kinnerdagfurrbjijf. Djie selfs!! Maar goet, daar wen je aan. En ikke hep me buurhont Kartoesj. Een hewe gjote woefer. En ikke hoorte hem waffe. Maar datte was ik gewent. Dus wasse ik daar nie bang foor. Maar ik ging niet naar het plekkie toe waar ik hem wel kon sjien. Dat durf ik niet.
Ikke durfte teets meer en bjeef langer buite. Tot de dag kwam dat ik een eng gewuid hoorte. Er floog een masjiene oofur ons huis. Heel laag. Heeel feel broem. Heel hard ook. En hij fluitte. Eg waar… sjo eng. En ik was buite. Aween!! Ikke rente naar binne. Ikke furstopte me bij frauw. Ikke was sjo bang. Ikke bibberte. Man sei datte ik bang was foor dat fliegding.

Twoost

Ikke wert getwoost. Door beide. Maar ikke durfte niet meer naar buite. Noo weeh. Frauw en man sate maar fan joggie, ga nau wekker naar buite. NEE!!
Durruf ik nie meer. Wat nau as we met je meegaan naar buite? NEEHEE. Ikke bjijf binne!! Toen tilte sij me op en wiep naar buite met me. Ikke bibberte. Toen ginge we weer naar binne. Ikke ging wel foor de deuroopening sitte. Tweets daage bjeef ik binne. Toen durfte ik pas weer naar buite.
Pootje foor pootje. Eers flugte ikke weer naar binne, maar laatur oppe de dag durfte ik weer gewoon buite te sjijn.
Ikke was wel evve bang toen ikke kartoesj hoorte, maar ik bjeef buite.
Maar nu gaane we tewug naar sondag.

Wappen

Mijn mense ginge de wame wappen. Se deede de waam ope. Oooooh ikke sjrok. Sofeel herrie. Eg!! Ikke wende naar aggere. Naar de stilte. Ik kjoop onner een kast. Oooh wat was ik bang. Na 10 mienuute wiepe me mense me. Jullie moete wete… ik wuister sjoms nog betur dan een woefer en sodja ik me naam hoor ben ik er dan ook. Alleen deze keer niet. Ik was bang. Eg bang.
Me mense ginge met me noepjessak risselen. En weer reejaageerte ik niet. Frauw wiep door awwe kaamers met een risselent sakkie.
Se riep Pooooorie, waar benne nau. Ikke sei nies. Ikke was bang.
Toen werre me mense bang. Se dagge dat ik naar beneede was gefalle. Man ging onner bed kijke, frauw rende alle tjappe in het tjappehuis op en af. Nog steeds lag ik onner kassie in swaapkaamer.

Noepies

Toen keek man onner kassie waar ik was. Ooooh frauw pakte me gewijk oofer fan man. Ikke wert pjatgekoest. Ikke tjilte. Ikke fin oppetilt worre nie fein. En nu helemaal niet. Ik kjeeg noepies. Nee dank u sei ik.
Oooh erg he? Ik en geen noepies. Me mensen liete me weer wopen. Ik liep naar bet. Frauw kwam evve later bij me sitte. Wat isser dan joggie hoorte ik. Ben je so bang?
bangIk keek frauw aan. Se sei maar joggie tog. Ikke mog wat mette feer pele. Ikke gaf wat tikjes. Na een half uur of so wau ik wel een noepie. Toen nam frauw me mee naar binne. Se wiet me in de kaamer frei. Het was stil. Geen herrie. Nau durfte ik te blijfe. Na een paar uur luste ikke ook weer noepies. En weer een uur laatur at ik weer. En ront 8 uur was ik weer beina hewemaal de auwe. Ik ging naast frauw wigge, op me nepsjaapie. Ik sat te knorren.
En de follengente dag was ik weer helemaal het mannetje. Hihihi.
Man sei datte se me foortaan maar evve opsjuite as se weer gaan wappe.

Dit was het foor dese keer.
Ik sluit af met een dikke koes
Foor MammaLoes.
Toedeledokie

Dorus

Waarom ik weer aan de voordeur ruik

voordeur
Het is niet echt winter meer al heb ik nog een wintervacht. Er is iets aan het veranderen dat foel ik. Maar wat is het en wat moet ik ermee?

Oer

Als binnenjongen ben ik nog steeds een echte katerman. Dus dat ik oer ben diep in mezelf.  Dus als ik in mijn straat vogels zie en hoor dan is er iets diep in mij dat moet miauwen. Het oer, dus. Gaat vanzelf.

Dat heb ik nou ook met het weer buiten. Gisterochtend had ik een ander gefoel in mezelf dat er iets ging gebeuren en het gebeurde dan ook het ging stormen. Maar daar wil ik het niet over hebben wel over iets anders.

Beneden

’s Morgens doe ik de laatste tijd iets nieuws. Wanneer mijn vrouw naar de badkamer gaat, dan neem ik de trap naar beneden. Daar is de voordeur. Toen het nog echt winter was, kwam er hele koude lucht onderdoor daar werden mijn oren zo koud van dat er bijna geen gefoel meer in zat. Maar nou is het minder koud. En als ik daar sta, ruik ik de lucht van buiten en dan heb ik allerlei infoormaazie:

  • wat voor weer komt eraan en moet ik me verstoppen wegens herrie in de lucht of kan ik straks met de poten gestrekt in de zon
  • zijn er veel mensen in de straat of vervelende mensen of is alles zoals het hoort en blijft het vast ook zo
  • lekker even buitenlucht, dat heb ik ook gewoon voor even wat anders in mijn neus

Daarna ga ik weer naar boven en ik ben terug voordat mijn vrouw uit de badkamer komt.

Binnen

En als u nou zegt Bert wil je niet naar buiten dan zeg ik helemaal niet. Vroeger moest ik op straat leven en toen ik hier kwam zei mijn vrouw dat ik nou de rest van mijn leven alleen hoefde te rieleksen en dat vond ik meteen super!! Buitenlucht snuiven is voor mij genoeg, serieus waar.