Minnie: waar zal ik over mauwen

Waar zal ik fandaag eens oofer gaan mauwen. Ja, dat is toch elke keer weer de fraag he. Want je hebt als blogger toch ook wel een beetje een foorbeeld funksie. En ikke als Minniester Purresident natuurlijk helemaal. Je hoeft maar één fout dingetje te mauwen en je wordt teegeswoordig so gekanseld.

Dus ikke lag op het wasrek een beetje te tsjillen en na te denken waar ik het deese keer oofer wau hebben. Ik keek naar mijn pootje, gaf er een lik oofer en toen wist ik het! Ikke ga het oofer vagtjes hebben en hoefeel furrschillende er wel niet zijn.

Fagt

Eerst wil ik mauwen dat ik het maar raar vind dat Frau en alle andere tweebeners zo weinig en zo dunne fagt hebben. En dat ze die niet met hun tong wassen maar onder iets wat een does heet. En oofer dat dunne fagtje heen doen ze dan een of meerdere andere fagtjes. Ikke heb daar mijn wenkbrauwtje wel eens oofer gefronsd hoor. Want dat is tog helemaal niet effiesjent? Dan doen wij katten, poesen en eigenlijk de meeste dieren het tog wel handiger met gewoon een goeie fagt fan jeself. Behalfe naaktkatten enzo dan. Maar daar ga ik het nou niet oofer hebse.
Ok. Furrschillende soorten fagtjes dus. Hier in de buurt wonen heel feel katers en poezen dus ik zie ook feel furschillende foorbij komen. En ook hier op de blog en op Feesboek zie je fan alles wat. Ik heb wel eens horen seggen dat het fagtje wat ik heb dat dat een populer modelletje is. Geen idee wat die gekke tweebener daarmee bedoelde. Ikke ben een kat en tog geen modelletje zoals een auto ofzo. Een auto is zo’n blikken ding op vier wielen. Foor de kittens die dat nog niet kennen.
Oh oofer kittens gesproken. Het fagtje wat je krijgt als je net bij je mamapoes bent dat is je beginfagtje. Faak furranderd dat naar mate je ouder wordt. Of zoals bij de krullies zoals Tino en zijn familie. Dat ineens je fagjte een beetje of helemaal uitfalt als kitten en dat het daarna met allemaal krullies terugkomt. Of nou ja dat dagt ik dat ze dat een keer gemauwt hadden op Feesboek. Als ik het niet goed miauw dan mogen jullie mij furrbeetere hoor.
Nou goed, mijn fagtje dus. Ikke heb wit, grijs, oranjerood, bruin en zwart. Of zoals Kever wel eens naar me gemauwd heeft, ik heb alle kleuren die er foor katten bestaan in mijn fagtje zitten. En ikke heb ook een tekening van minnetjes op mijn ruggetje. Daarom ook dat mijn naam Minnie is. Nou bedenk ik me ook meteen. Dat ikke een huis geleden een buurmankat had met een blauwgrijze fagt. Dus dan klopte het niet helemaal wat Kever mauwde. Want ik heb net ff mijn hele fagt uit zitten pluizen en nee ikke zie nergens blauw.

Kattenkleuren

Wat ik wel heel seeker weet is dat er geen groene katten bestaan. Dat is een kleur foor kikkers of fooguls. Jammie fooguls het water loopt me in de….. oh eh waar had ik het ook alweer oofer hihi. Oh ja kleuren. Paars of roze heb ik ook nog nooit gezien bij een poes.
Soms is het wit zo op je lichaam dat het ergens op lijkt. Bij mij lijkt het net als je op mijn buikje kijkt of ik een gestreept jasje aan heb met een wit shirtje eronder en dan een gestreept riempje er omheen. Of zoals bij Keefie bij hem is het net of hij een witte bikini aan heeft. En fan streepjes fagtjes zijn ook furrschillende versies.
Kijk maar naar Streepje, zij heeft ook streepjes op haar pootjes. Bij mij is dat niet. Ikke heb twee witte achterpootjes en witte voorpoot teentjes. En dat is me trouwens wel feel werk hoor om die zo mooi wit te houden. Dat kan ik je wel mauwen! Ben daar dagelijks echt wel ff een tijdje mee beesig.
Dan heb je ook nog mooie rode katers zoals Bertje en prachtige zwarte zoals Doorie. En de Krullies waar ik net al oofer mauwde. Die hebben allemaal verschillende mooie kleuren en dat dan nog in combinasie met krullies ook. Helemaal gaaf toch.Wat trouwens wel zo is. Is dat het niet uitmaakt wat foor soort fagtje je hebt. Ikke ben er fan oofertuigd dat alle katers en poezen allemaal eefe lief zijn!
Nou dit was het weer foor deese keer. Blijfe tetteren foor Freede!

Pootje van Minnie

Lucky en Molly en de trimsalon

Hoi lieve allemaal, Bertje heeft gevraagd of Molly wat over de trimsalon wil vertellen deze keer dus ik heb aan haar gevraagd of ze dat wilde doen. Ze vindt het best spannend om erover te praten want Molly is geen haantje de voorste en ze is niet altijd zo spraakzaam. Ze kletst wel veel meer dan eerst zeggen mijn mensen dus ze gaat het toch proberen om jullie over haar ervaringen te vertellen en hoopt dat jullie er wat aan hebben.

Molly

Hoi, Molly hier dus. Ik zit met dit mooie weer heel vaak buiten maar nu kom ik wel even binnen om mijn verhaal te vertellen aan jullie. Ik ga ’s morgens trouwens bij voorkeur zo vroeg mogelijk buiten en kom dan ’s avonds pas binnen als het zowat donker is. Dat is echt heel lang hoor maar ik kan dan lekker rustig liggen en slapen en als het regent, kan ik in een van de buitenhuisjes. Er zit momenteel wel erg veel zand op aan de buitenkant maar dat is niet zo erg. Dat krijg je als Oopa Floris veel pinkels van boven naar beneden stuurt en dan spat het zand dat op de stoep ligt ook tegen het huisje aan. Heel soms is mijn kleedje dat erin ligt nat geworden van de regen (tip: ga er gewoon bovenop liggen of zorg ervoor dat het zover mogelijk achterin het huisje ligt, dan kan het gewoon niet nat worden) en dan krijg ik een droog exemplaar. Mijn mensen letten daar goed op want op een nat kleedje of natte handdoek liggen is niet goed. Dat is koud en niet best voor mijn al wat oudere kattenbotjes. Zeggen ze. Nu zit ik er persoonlijk niet zo mee als ik nat word maar toch.

Daarmee komen we meteen op het punt waarover ik wat zou vertellen. Mijn mensen denken dat er wat Brits in mij zit en dat is waarschijnlijk ook wel zo. Iets van een Britse korthaar noemen ze dat dan. Ik voldoe wel aan een aantal kenmerken daarvan zeggen ze zoals tamelijk veel slapen maar dat doen toch alle poezels zeker? Maar goed, mijn vacht is bijvoorbeeld veel anders dan die van Dropje, Moos en Lucky. Ik heb een soort ondervacht en een jasje dat daarom heen zit. Dit zorgt ervoor dat de druppels van de regen erop blijven liggen en ik zelf niet erg nat word. Dat is best handig. Mijn vacht lijkt op die van blogger Kever trouwens. Qua kleur komen we ook erg bij elkaar in de buurt dus wie weet, misschien zijn we nog ergens familie van elkaar.

Trimsalon

Omdat ik niet superslank ben, kan ik niet altijd even goed bij de haren achter op mijn billen en rug. Hierdoor krijg ik soms klitten en vervilte plekken. Dat staat niet zo netjes en je wilt er als poezendame natuurlijk wel altijd op je best op staan. Stel je voor dat er ineens een knappe kater in je tuin staat. Die vervilte plekken en klitten kan ik er niet zelf uit halen dus daarvoor moet ik naar de trimsalon. Daar is een aardige borstelmevrouw die me dan helpt de klitten eruit te halen. Ik vind het erg spannend als ze me hier proberen te vangen, daar kan ik eerlijk in zijn. Ik schreeuw en blaas dan hard maar als ze me eenmaal vast hebben, dan geef ik het op en laat mezelf in de mand zetten. Daarna mag ik in het rijdende blik met wielen maar de borstelmevrouw woont niet ver weg.
Eenmaal daar ben ik zo mak als een lammetje (hoe dan, ik ben toch geen schaap???) zeggen mijn mensen. Dat komt omdat ik dan zie dat ik daar ben en niet bij de witte jas. De mevrouw praat zachtjes tegen me en zegt dat ik lief ben. Dat wist ik natuurlijk allang maar ja, aan mijn lijf liever geen polonaise maar soms moet het want die dikke klitten krijg ik er niet uit en ze doen pijn. Als ik geluk heb kan ze alles met de kam of borstel eruit halen, echt ze heeft er zoveel, dat er altijd wel iets bij zit dat bij jouw kattenjasje past en dat werkt. Heel soms heeft ze een brommend ding nodig om er nog meer haren af te halen maar meestal hoeft dat niet. Daar ben ik blij om want dat doet geen zeer of zo maar ik vind het geluid heel akelig.

Mensenpootje

Als ik een heel poosje geborsteld ben, ligt er zowat de helft van mijn jas naast me op de tafel maar ik ben nog lang niet kaal. Dat word ik nooit want ik heb een superdikke dubbele vacht. Het voelt daarna wel heel fijn en tijdens het borstelen word ik zelf ook relaxed en soms spin ik zelfs zachtjes. Als ik klaar ben, zijn alle klitten en losse kriebelhaartjes weg en heb ik een nieuwe outfit. Dat is met name met de zomer op komst erg fijn want dan heb ik een net en luchtig zomerjurkje gekregen. Niks mis mee.
Kortom, de trimsalon is niet zo eng maar het is wel spannend om er naartoe te gaan en er te zijn. Ik doe erg mijn best om zelf alle klitten eruit te halen en me goed te wassen. Dat lukt tot op zekere hoogte maar soms kan ik wel een mensenpootje erbij gebruiken. Daarna is het zo fijn dat ik altijd blij ben en als een dol kitten door de tuin en kamer ren.

Onze vrouw wil nog even wat zeggen:

Molly hoeft niet als een langharige kat met grote regelmaat getrimd te worden. Meestal twee keer per jaar (soms maar eens) maar ze wordt wat slanker en dan kan ze het ook beter zelf bijhouden. Jaren geleden borstelden we haar zelf maar dat laat ze niet meer toe. Als ze de borstel ziet, is ze weg en zie je haar uren niet meer. Dus op naar de borstelmevrouw. Moet jouw kat dat ook? Ga eerst zelf een keertje kijken daar, zonder kat. Overleg wat er kan en wat je wilt dat ze doen. Wassen en nagels knippen kan vaak ook maar dat hoeft Molly niet. Gewoon alleen de klitten eruit en ze is weer als nieuw en vooral, heel happy. Wij mogen erbij blijven en dat vindt Molly fijn. Katten trimmen is een vak op zich maar als je eenmaal een goede borstelhulp gevonden hebt, is dat alles waard!

Knuffels van ons allemaal

Kever heeft een mening over groeien en bloeien

Ook al is er niet zo vaak zon en veeeeeels te veel reegen, mijn tuin weet dat het zomer is, alles is aan het groeien en het bloeien, en ik groei en bloei vanzelf mee, want ik hau van mijn tuin en ook van de zomer, fooral als het warm is met lekker veel zon.

Tuin

Mijn tuin is nau helemaal groen, oferal staan planten en bloemen, mijn gras groeit weer keihard en elke week knipt mijn vrouw het een beetje korter met een spesjale schaar, ik zit er bij en kijk wat ze doet, af en toe krijg ik een ekstra sappige grasspriet van haar en die knabbel ik op, de allerlangste grassprieten laat ze staan, want die zijn voor mij om mee te spelen, mijn mensen beweegen zo een spriet over het gras en ik ren er achter aan, net zo lang tot ik hem gefangen heb, en dan eet ik hem op!

In mijn gras liggen allemaal kleine beebie-peertjes en beebie-appels, mijn vrouw legde me uit dat er altijd teveel frugten aan de boom zitten, ze kunnen niet allemaal groot worden want dat past niet aan de tak, dus sommigen fallen van de boom af foordat ze rijp zijn, en rijp beteekent dat mensen ze kunnen eeten, misschien katten ook wel hoor, dat weet ik eigenlijk niet, maar ik weet wel dat ik ze niet lust.

Als ik in mijn gras lig zie ik allemaal kleine insektjes lopen en kruipen, sommigen dragen iets op hun rug, misschien hun eeten?, ze hebben hun eigen leefen waar ik niet veel van begrijp, maar ik kan zien dat ze het heel druk hebben, net als de vogels die foorbij fliegen, de groene vogels zijn altijd maar aan het kletsen, en ik antwoord, zij geefen mij weer antwoord, en ik tetter terug, mijn mensen moeten er om lachen maar ik find het biesonder dat ik met vogels kan praten.

Buiten

Soms reegent het een klein beetje, ik blijf gewoon buiten, dat scheelt me weer met wassen, Daar doe jij niet echt aan, hè Keef?! roept mijn vrouw nu, en inderdaad, ik find het niet altijd noodig, waar zau ik nau fies van kunnen worden?, folgens mijn vrouw zitten mijn voeten vaak onder de aarde, maar schone aarde is toch niet fies?

Meestal zijn Mikkie en Pokon bij de buren in de tuin, Mikkie ligt lekker te slapen en Pokon is aan het rommelen, we krijgen met zijn drietjes een kouwstik, en daarna ga ik op mijn liefelingsplek in het gras liggen, die is onder de peertjesboom en met mijn hoofd op een aud stuk haut van een andere boom, ik kan zo bijna mijn hele tuin zien en ben ook in de buurt van Mikkie en Pokon, dus ik kan opletten dat Pokon niet over het gaaas klimt.

Mijn andere liefelingsplek is de stoel van Oscar, als ik daarop lig denk ik aan hem en aan het feest dat we hebben gefierd, soms zie ik Loes- en Brammievlinders foorbij fliegen en zwaai ik, zo zit mijn tuin vol herinneringen en dat find ik mooi, ik lig ook graag bij de grafjes van Pop, Beer Mol, Billy en Bolle, en daar denk ik na over het leefen, dat alles foorbij gaat maar toch ook weer niet, want de sterren blijfen leefen in je hoofd en in je hart, en al zijn ze niet meer bij ons hier op aarde, we kunnen ze nog steeds foelen, en ik denk dat de sterren het ook foelen als wij aan ze denken.

En ik weet dat het leefen net als mijn tuin is, dat er uit iets heeeeeel kleins iets heel moois kan groeien, dat niets ferloren gaat en dat alles steeds opnieuw begint, terwijl het de spooren van het ferleeden in zich meedraagt.

***

Ik stuur zachte kopjes naar iedereen die iemand mist, ik zwaai naar alle sterren en ik BLIJF tetteren voor vreede!!

Joep heeft een groot succes

Van m’n moeder, die nog altijd op het platteland woont, had ik al jong begrepen dat ik later muizen zou gaan vangen. Omdat dat nou eenmaal iets is wat katten doen, als ze de kans krijgen. Jagen zit in onze natuur en dat krijgt niemand er uit. En muizen vangen, daar schijnen tweebeners niet zoveel moeite mee te hebben omdat de meesten geen fan van die diertjes zijn. Maar vogeltjes, da’s een heel ander verhaal. Daar kan ik beter van af blijven volgens m’n personeel.

Babykitten

Dus dat ik later ook muizenvanger zou worden stond eigenlijk al vast toen ik geboren werd. Maar hoé ik dat zou moeten worden, dat heb ik nooit van m’n moeder geleerd. Ze mauwde alleen dat als ik daar klaar voor was, ‘t vanzelf wel zou komen.
Als babykitten was ik best wel goed in pootballen, dus toen ik wat groter werd heb ik nog even overwogen om me aan te melden bij het Nationale Kattenteam voor een opleiding om professioneel pootballer te worden in plaats van muizenvanger, maar ik kwam er al snel achter dat zoiets helemaal niet bestaat. En wat moet je dan met je jonge kattenleven, behalve eten, drinken, dutten en spelen? Daar is natuurlijk helemaal niks mis mee, maar als opgroeiende kitten wilde ik toch meer uit m’n leven halen om ergens op terug te kunnen kijken als ik later Seniorkat zou zijn.
En muizenvanger zou zeker hele mooie verhalen kunnen opleveren om aan volgende generaties kittens door te mauwen.

Ik begon binnenshuis alvast te trainen om m’n speelgoed te besluipen en te grijpen en dat leek bijna vanzelf te gaan, precies zoals m’n moeder gemauwd had. Misschien was ik klaar voor het échte werk. Ik wilde als kitten ook eigenlijk gelijk al naar buiten. Urenlang heb ik in de vensterbank gelegen en voor de buitendeur gezeten, maar m’n personeel mauwde met de nodige gramaticafouten dat ik eerst ‘geholpen’ moest zijn voordat ik de buurt mocht verkennen. En wat ze daarmee bedoelden begreep ik pas tegen het eind van de winter…
Nadat ik nog een maandje binnen was gebleven zwaaide op een mooie dag de tuindeur wijd open en mocht ik eindelijk naar buiten. Mét personeel, maar zonder de lijn met m’n tuigje. En ik moet zeggen, ik vond het best wel een beetje eng hoor, ik schrok van alles dat bewoog en ik moest wennen aan de geluiden en geuren om me heen. De tuin was wat mij betrof al groot genoeg om voorlopig mee te beginnen.
Maar al snel ontdekte ik het achterpad, helemaal vanaf de schuur van m’n buren langs de rest van het huizenblok. En daar kon ik heel hard rennen, om m’n conditie op te bouwen. Ik leerde klimmen op de schutting, m’n evenwicht bewaren op de plank die daar boven lag en ik begon op vliegen te jagen. Niet dat die écht lekker waren, maar ik kreeg ze wel te pakken…

Cursus

Al snel had ik de weg naar het weiland gevonden, en ik voelde gewoon dat daar muizen moesten wonen. Maar hoe ik die te pakken kon krijgen, daar had ik nog geen idee van.
Gelukkig wilde Luna Poes haar ervaring op FB delen, en ze bedacht de cursus ‘Hoe vang ik een Weilandmuis?’ in 12 lessen. Daar heb ik heel erg veel aan gehad, en ik heb alle lessen ontelbare keren in het weiland geoefend. Ik wíst na de cursus gewoon dat ik het in me had om een hele goede Weilandmuizenvanger te worden, maar ik kon ze gewoon nergens vinden…
Even begon ik zelfs te twijfelen of ze wel echt bestonden. Maar het was te leuk om niet door het weiland te struinen, en van heel hard rennen door het gras kreeg ik een steeds betere conditie. Mocht ik ooit een muis tegen komen dan wist ik uit de cursus wel wat ik moest doen.
Maar ondanks de lol die ik in het weiland had, kwam ik na weken jagen nog steeds zonder muis thuis. En dat was best wel een flinke tegenvaller voor een aankomende Weilandmuizenvanger…

Samen

Gelukkig kreeg ik van mijn vriend Japie de uitnodiging om samen Zilte Zeemuizen te gaan vangen. En daar hoefde ik helemaal niet over na te denken, dus ik mauwde meteen dat ik graag wilde komen. ‘t Was precies wat ik nog nodig had, om met een ervaren jager in praktijk te brengen wat ik in theorie al van Luna Poes had geleerd.
Dat viel in ‘t begin best wel een beetje tegen. Als oudere kitten wilde ik te snel en te graag laten zien wat ik al wist, maar de ervaring van Japie leerde me vooral dat ik rustig en geduldig moest zijn om niet alleen te jagen, maar ook te vangen.
Het uiteindelijke succes van die middag met Japie heb ik in de vorige blog al gemauwd, dus daar weet je waarschijnlijk al van. Japie had er veel plezier in om zijn kennis ook te delen, en ik ben er trots op dat ik nu eindelijk ook muizen heb kunnen vangen.
Het duurde echt wel een paar dagen voordat ik na m’n Zilte Zeemuisavontuur weer met alle vier m’n pootjes op de grond stond en vol goede moed het weiland achter m’n huis weer in ging. Nu wist ik precies wat ik moest doen, maar vooral laten.
En het duurde dan ook niet lang voordat ik een echte Weilandmuis gevonden én gevangen had.

Vol trots liep ik het weiland uit, muis in bek, naar m’n personeel dat bij het hek stond te roepen dat het al ver na bedtijd was, en ik legde m’n allereerste Weilandmuis voor hun voeten. Ze begonnen bijna te juichen en huilen tegelijk, ik kreeg aaien en complimenten en natuurlijk moest Junior dit moment vastleggen met heel veel foto’s en filmpjes. Maar omdat het al donker was zijn die bijna allemaal mislukt.
Gelukkig heb ik er wel een mooi verhaal aan overgehouden om later, als ik een oude kater ben, te kunnen doorvertellen…

Stevige poot en zachte kopjes,

Joep,

Allround Muizenvanger

De herrie-mannen in mijn straat

Op een dag werd ik wakker van keiharde geluiden in de straat en ik wist: nou zijn er mannen. Weeges vrouwen maken andere geluiden. En ze hebben niet van die schreeuw-stemmen.

Met herrie in de straat durfde ik niet meer in de fensterbank. Ik dacht dan zien ze me en wat dan, het was een gefoel van bang van nog froeger toen ik op straat moest wonen, oude gefoelens kunnen heel lang er zijn, dat weet ik zelf.
Dus ik bleef in de kamer.
Het was ook erge herrie. Er kwamen steigers vlakbij het huis, hele hoge en mijn vrouw zei niet tegen ons huis maar ik wist het helemaal niet zo zeker.

Pas ’s avonds toen ze weg waren durfde ik te kijken. Aan de oferkant waren de auto’s weg en daar stond nou een huis dat hadden de mannen voor zichzelf gemaakt. Dus daar gingen ze nou elke dag in wonen.
Mijn vrouw ging met ze praten en over de mannen telefoneren en meelen en toen wist ze dit duurt lang en als het lange voorbij is dan gaan ze weer weg. Wanneer presies weet niemand.

De eerste dagen bleef ik bang echt waar. Al die herrie, dat was gewoon te moeiijk. Alleen ik wist wel, de straat is ook van mij en als er zon is dan wil ik ook in de fensterbank kunnen liggen.
En toen gebeurde het zomaar op een middag.
Bijna alle herriemannen waren weg, dat hoorde ik. Er was nog een man, die hoorde ik lopen. En ik wist opeens van binnen, nou moet ik flink zijn en dat was ik want ik sprong gewoon in de fensterbank, keek, daarna liep ik naar mijn kussen en toen ik er zat keek ik naar die man en toen mijn vrouw riep “Bertje wat goed” keek ik naar haar en zo kwam ik op de foto.

Ik ben nou dus aan het oefenen met flink zijn. Veel herriemannen tegelijk kan ik niet. Eentje wel en misschien twee ook, of drie. Mijn erfaring is dat flink zijn betekent dat je moet oefenen en ook dat je steun van thuis nodig hebt en dat heb ik ook.