Lieve allemaal hier ben ik weer op mij eigen donnerdag. Mij broer Oopa Floris slaap nu en dan heb jij tijd foor jou eigen letters. Assie ouwer wor kan jij nie jou heele dag aanstaan. Jij moet ook tijd hebbe foor jou rust en dattie naa kan denke. Mij vrouw zeg Loes jij ben nu al sestien jaar van jou leeftijd. En zij fraag mij eigen inees. Loes hoe zie jij jou toekoms? En ik zeg u eerluk, mij hart schrok er tog van. Toen heb ik mij heele dag op mij denkpaal moete ligge weeges naadenke en ferwerke. Soms hebbie nie meteen jou juisse letters, dan moet jij naadenke in jou kop.
Toekoms
U weet van mij eigen ben ik Huispoes en het begon toen ik mij vrouw vond. Van mij eigen was ik toen Rocky maar daar denk ik liefer nie zofeel graag aan trug. Mij vrouw heb mij eigen toen gefraag, lieve Loesje zou jij de rest van jou leefe mij liefse Huispoes wille zijn? En ik dee heel feel hard bloose van mij geluk. Toen wer ik Loesje van mij eigen en mij toekoms begon. Maar ik zeg u eerluk, ik was jong en onerfaare. Ik moes nog leere onplooie.
Nu ben ik heel feel ouwer en wijs want ik heb heel feel van mij toekoms al meegemaak. Jij heb er geen erg in want jij leef in jou nu. Maar jou toekoms is jou ferleede foor dattie er erg in heb. Jij fraag jou eigen af, hoe bestaa zoies? Jij doe niks nie meer dan leefe en jou toekoms feranner in jou ferleede. Zoies weet jij assie al heel feel van jou toekoms heb meegemaak. Dan wor jou ferleede grooter dan jou toekoms. Selluf denk ik het is zowals mij swaardvis. Assie die krijg is hij heel feel groot maar assie jou tande erin zet houw jij alleen ze swaard nog ofer. En soms is jou vis zofeel lekker dattie daar geen errug in heb. Dan kan jij alleen maar geniete.
Mij vrouw zeg, nou nou Loes, kan jij nóg meer fieloosoofeere? Toen dee ik rolle op mij paal want soms is denke zofeel fijn. Maar ik zeg u eerluk, assie ouwer wor is jou rolle meer moeiluk dan jou denke. Onse jeug van teegeswoordig rol door ze leefe en zij zie geen gefaar. Van mij eigen doe ik nie zofeel gekke dinge meer. Ik doe aan bijkomdutjes en mij doeseldroome.
Ik doe ook heel feel aan verkering weeges dat mij hart weet, zonner mij Bert is mij toekoms leeg. Ook al woon wij ieder bij onse eigen vrouw, onse hart is foor onse toekoms ferbonde. Mij erfaring is als liefde op jou raam klop staa jou toekoms foor jou deur. Jou hart breng jou toekoms nooit nie in gefaar.
Leefe
Toekoms doe alteit ze eigen ding en zij staa alteit foor jou deur. Ook assie jou deur dichthouw, jou toekoms staa er tog. Jij weet alleen nie hoefeel van jou toekoms foor jou deur staa. Het is ze ferrassing van onse leefe en niemand weet zoies. Van mij leeftijd ben ik nu sestien en dan wil jij graag seefetien worre. Maar zoies moet jij alteit afwachte. Mij gezond wor ook ouwer en mij groonies gaa nooit nie meer ofer. Dan is belangrijk dattie fijn kan leefe.
Selluf vin ik dattie er niks nie aan heb om al met jou kop in jou heemel te leefe assie hier nog toekoms heb. Dan gaa jij alleen maar knoope met jou eigen en dat moetie nie wille. Jij kan beeter geniete en jou toekoms jou glimlach geefe. Mij vrouw zeg dattie nu selluf van ze eigen moet naadenke. Want zofeel van mij antwoord heb zij nooit nie ferwacht. Maar van mij eigen ben ik Loes en ik ben een heel feel erfaare Huispoes, dan weet jij dinge…
Dank u wel
Loesje
Ajoooooooooooo allemaal!
En Simon?
Se stonde bes froeg op en se ginge ineene alle spulle uit de slaapkaamer in de huiskaamer brenge!
Nou ik fint dat ik heul hart hep gewerrek fandaag.
Het was de dag met de dins er in. De tweede week fan Frau haar vrij zijn van brokjes furrdienen. Ik merkte aan Frau dat ze een beetje zenuwappig was. Dus ging ik lekker tegen haar aan liggen. En ik deed mijn spin motortje aan.
Hops hops hops liep ik de trap af naar beneden. Ik ging eerst nog effe gauw op de bak voor een plas. Met mijn agterpootjes trapte ik er wat grind oofer heen. Jaha ik ben een nette poes hoor. Daarna dribbelde ik de woonkamer binnen. Ik wilde meteen links af om een paar brokjes op te smikkelen maar mijn oog zag dat er iets op de tafel lag.
Terwijl ik lekker zat te smikkelen hoorde ik dat de deur van de woonkamer dicht ging. Toen pas drong tot me door wat er aan de hand was. Ah nee he! Ze heeft me gelokt met noepies en nou zit ik toch nog in de fal…
Het is feest in de stad. Met muziek en kermis en vuurwerk en kraampjes met veel lekkere hapjes. Ik heb zin om daar samen met mijn Pummy heen te gaan. Als ze weg kan komen van haar bazige broertjes kunnen we afspreken bij de eeuwenoude perenboom. Onder die boom hebben al heel wat furliefde stelletjes elkaar hun eerste zoen gegeven. Hoe romantisch zou het zijn als we allebei in die boom klimmen om samen naar de lichtjes te kijken. Ik droom ervan om steeds dichter tegen haar aan te kruipen, mijn pluimstaart om haar heen te slaan en lieve woordjes in haar poezelige oortjes te fluisteren. Dan moet ze toch wel in katzwijm vallen?! De vele lessen van Oopa Floris hebben me geleerd dat mijn haartjes netjes gekamd moeten zijn, mijn snorharen schoongewassen in de krul en mijn vacht om door een ringetje te halen. Om niets aan het toeval over te laten heb ik mijn tanden geflost met de hooisprieten van Magnum. Ik heb zelfs mijn sjieke stropdas naar de stomerij gebracht.
Mijn broer vraagt waarom ik zo opgedoft ben. Snel kijk ik om me heen of niemand ons kan horen. Zachtjes meow ik dat ik mijn furkering mee wil nemen naar het feest in de stad. Foppe weet hoe het is om met zijn meisie op stap te zijn. Hij en tante Luna hebben heel wat gestolen uurtjes in de hooiberg gelegen. Hij stopt me wat extra zakgeld toe en zegt met een samenzwerende knipoog dat hij morgen alles in geuren en kleuren wil horen. Hij belooft de nachtdienst op zich te nemen als ik nu snel de avondronde doe. Dat laat ik me geen twee keer meowen.
harder rondjes ren om te ontkomen aan de pijnlijke steken op mijn rug. Ik bijt en krabbel. Tevergeefs. De lafaard blijft prikken. Mo knipt het licht aan en staat op het punt te vragen of ik mijn dolle kwartiertje heb. Ook zij ziet direct de ernst. Haar zacht sussende stem vertelt me dat ik stil moet blijven, zodat ze kan kijken. Voorzichtig vouwt ze mijn haren opzij waar een furieus beest in een geel zwarte pyjama uit tevoorschijn komt. Hij vliegt een paar rondjes om daarna neer te vallen. Uitgeput laat ik me tegen Mo aan zakken, die keer op keer mijn koppie aait, net zo lang tot ik rustig ben. Van mijn droom is niets meer over. Het is een regelrechte nachtmerrie geworden. Misschien is mus spotten meer iets voor ons.
Nu mijn zomer weer terug is ben ik bijna altijd buiten, de hele dag lig ik in mijn tuin en hau ik in de gaten wat er gebeurt, ik let op dat vogels niet te lang in mijn gras zitten want dat hoort niet, als ze dat toch doen ren ik efentjes naar ze toe zodat ze weg gaan, ik kijk naar insektjes die lopen en vliegen en soms uit een holletje in de grond komen, ik zie flinders en daar dans ik efentjes mee, en tussendoor toeter ik naar mijn mensen, dat ze ook naar buiten moeten komen.
Gras
Afontuur