Alle berichten van Chef

Loesje over: het is vandaag Wereld Tonijn Dag

tonijn

Misschien heb u het niet in de gaate van u eigen maar vandaag is mij dag! Nu denk u misschien Loesje is jaarig, maar mij vrouw zeg van niet. Ze zeg dat ik pas over een tijdje jarig ben. Ik vind het goed want mij eigen jaar is nog niet om.

Mij dag

Toch kon ik niet slaape op mij bed. Ik lag bovenop mij vrouw maar mij buik kriebelde. Ik voelde honger, mij buik maakte mij knorgeluid. Mij vrouw sliep er gelukkig wel doorheen. In mij kop was ik onrustig, blij, ik voelde mij entoesjasme voor mij dag van vandaag. Mij vrouw heb het mij eigen verteld en zij heb het weer van me visboer. Vandaag is mij dag, vandaag is mij wereld tonijndag!

Mij beheerse

Assie een wereld tonijndag heb dan mag jij de hele dag jou tonijn eete. Van mij mevrouw vriendin met de bruine knot, kreeg ik mij eigen tonijn. Mij hart voelde mij ontroering. U kan mij tonijn op mij footoos zien en ook mij geluk. Nu kan ik mij eigen oefene met mij beheerse want mij footootonijn kan u niet eete.

Mij visboer

Mij vrouw heb ook mij visboer uitgenodigd, hij kom mij verse tonijn brenge. Mij kop en mij buik kunnen niet wachte. Van me eigen ben ik fen van mij visboer, hij heb mij lekkerste tonijn. Mij neus ruik mij visboer al van ver want hij heb ze eigen visseparfum. Dan kom ik van mij boove aangerend, draai ik rondjes om mij vrouw ze beene en kan ik heel hard spinne. Mij ene tand staat op scherp, mij ooge zijn groot. Soms doe ik zelfs miaauwe, als het te lang duurt voor mij eigen. Mij visboer is mij beste vriend, ik geef ook kopjes want hij kom wel spesiejaal voor mij.
Dan mag jij best een beetje van jou simpaatie geeve.

tonijnMij tand

U weet mij tand in mij bek heb ze beste tijd wel gehad, maar ik ben er toch zuinig op. Van me eigen wil ik geen proteesie, mij bek zou er niet teege kunne. Hoe moet ik dan mij tonijn eete assie steeds moet vechte met mij proteesie? Ik heb mij vrouw ook gezegd dat ik geen operazie meer wil van me bek.
Ik ben nu op mij leeftijd dat ik mij eigen keuze mag maake. En mij keuze zeg, Loes jij kan nog alles eete met jou ene tand, waarom zou jij dan jou bek laate verbouwe? Mij Bert zeg ook, Loes jij ben goed zo assie ben. Mij Bert heb ook erfaring met ze eigen operazie. Hij moest daarna aan ze sportbrokke! Van me eigen ga ik nooit aan ze sportbrokke. Ik vind er niks aan. Ik heb mij Bert gezegd, assie ze beu ben maggie ze best aan iemand anders geeve. Van me eigen kan ik alles eete, behalve sportbrokke! Mij ene tand zou er van af kunne breeke en dan hebbie jou pop wel aan het danse.
Soms moet jij wel voor jou eigen opkoome, mij Bert begrijp mij wel.

Mij tonijn

Mij visboer zeg Loes jij moet wel weete, jou tonijn wordt bedreigd! Mij hart schrok zo erg dat mij visgraat uit me bek viel. Bedreigd! Hij zeg Loes jou tonijn sterf uit assie niet uitkijk. Toen heb ik wel mij ekskuus aangeboode want jij wil geen ruzie met jou visboer. Hij heb zo een zware stem en hij heb groote hande. Dan kies jij wel een ei voor jou geld. Als poes moest ik er toch over nadenke. Mij hart wil foorzichtig zijn met mij tonijn. Assie uit ga sterve heb niemand er nog iets aan. En mij tonijn heb ook recht op ze eigen leeve. Jij kan niet alles wat zwem zomaar in jou bek steeke. Jij moet nadenke, ook al heb jij nog soveel begeerte. Vandaag is belangrijk, vandaag kan iedereen voor ze eigen stilstaan bij mij tonijn. Jij kan ook andere dinge eete en mij tonijn vandaag met rust laate.

Mij hart

Dan heb mij tonijn ze eigen feesje en kan mij visboer ze andere vis eindelijk aan ze straatsteene kwijt. Misschien wil mij vrouw voor mij eigen wel mij makkareel haale, of mij zalm, mij garnaaale of mij potvis. Mij buik zeg doe maar allemaal maar mij hart heb respekt. Het is belangrijk assie respekt heb en dat heb mij hart vandaag geleerd.
Respekt voor mij tonijn! Misschien wil u vandaag ook respekt hebbe. Assie allemaal respekt heb dan hebbie nóg meer respekt.
Mij tonijn verdien het!

Van me eigen eet ik vandaag mij kipkluif, ik geef mij goede foorbeeld.

Liefs van Loesje

In de vensterbank boven

vensterbank

Laatst hoorde ik mijn naam de hele tijd. “Bertje, Bertje, waar ben je toch?” Mijn vrouw wist niet waar ik was. En ik lag gewoon in de vensterbank boven.

Toen ik het roepen niks meer aan vond, sprong ik uit de vensterbank. KABOEM. Op de houten planken. “O ben je daar,” zei ze. Ja, de hele tijd al dacht ik.

Boven

De vensterbank boven is anders dan die ik beneden heb. Die van beneden daar heb ik zon en daar zit ik ook om de straat in de gaten te houden. Ik moet flink springen om er op te komen maar dat lukt best.

Die van boven is op de overloop dat is het stuk van het huis waar ook de deur van de berging is waar ik nooit meer op mag, dat wil ik ook even zeggen. Op de overloop is een lage vensterbank. Klein sprongetje, hop, ik ben er. Daar heb ik een dikke handdoek waar ik op lig. Ik kijk dan naar de achterkant van huizen. En naar wat er gebeurt.

Rauw

En er zijn vaak vogels die denken dat er niemand naar ze kijkt.  Als die vogels dichtbij komen ga ik miauwen. Hard en oer. Van dat rauwe. De vogels weten dan dat ik er ben. Ze gaan soms weg. Dat gefladder doet wat met mijn kop dus dan kan ik nog rauwer geluid maken.

Mijn vrouw vindt het ook leuk want ze wil meedoen ze roept vanuit het bed mijn naam. Ik miauw dan door en soms ren ik naar de slaapkamer om daar mijn nagels aan de paal te scherpen. Dan ren ik weer weg.

Ochtend

Het kan ook dat ik helemaal niks doe. Dan lig ik stil te kijken en te doezelen. Het is dan net of ik een geheime plek voor mezelf heb. En dat ik onzichtbaar ben, zolang ik niet miauw. Dus zo kwam het dat mijn vrouw me niet kon vinden. Ze vergeet gewoon dat ik daar een plek heb, dat is toch best raar.

Katrientje over: Poekie de zilverblauwe poes

PoekieHallooootjes. Hier ben ik weer.  Vandaag ga ik het heb oofur Poekie. Zij was een half raskatje zei de dokter. Vrouw zei dat dat haar nooit uitmaakte.

Poekie kwam van de Polderweg in Amsterdam af. Poekie was een staatige poes. Ietsie grooter dan Griet was. Maar mooi op gewicht. Ongefeertjes 5 kieloo. Mijn personeel wou graag 2 poezenmeisjes. Dus hop… gingen ze naar Amsterdam oost.

Schiltpatpoes

Daar zaten een hoop katten in verschillende ruimtjes. Het personeel werd flieft op twee poezen. Een schildjepatpoes en Poekie. Maar voor die schiltpatpoes stonden twee mannen. Die begon met vrouw te praat oofur hoe flieft ze waar op die daame. Vrouw voelde gwoon dat ze die twee meneren geen pijn moest doen en de schiltjepat laaten gaan.
Ze liepen weer naar Poekie.
Oooooh die draaide zich gewoon om en bleef met haar rug naar het personeel toezitten.
Erg hè?
Toen werden ze nog fliefter op haar.

Mee naar huis

Poekie heette Roekie daar. Het personeel liep naar een meedjewerker en vroegen alles over Poekie. Eigenlijk kreeg ze niets te hoor. Man en vrouw keek elkaar aan en hop… Poekie ging mee naar hun huis. Dat schiltjepat ging met de twee meneren mee die zo blij waar met haar.
Griet vond Poekie niet zo leuk, en dat zou ook altijd zo blijf. Ze haatte elkaartjes niet, maar ze bleven elkaar niet leuk vind.

Mannenkattin

PoekiePoekie bleek een mannenkattin te zijn. Ze tolereerde vrouw. Vrouw mocht naast man liggen, maar zij lag tussen hun in. Waar man was, was Poekie. Ook ging ze bij iedereen op schoot die bang voor haar was. En dat waar er een hoop.
En probeerde haar nou niet tegen te houd, want dan huilde ze en kreeg je een enorme hap. Of ze zette haar naaguls in je als je haar van schoot wilde halen.
Poekie’s wil was wet.
Poekie snurkte trouwens enorm. Man ook. Vrouw heeft soms wel eens nachtenlang wakker geleeg.

Thuis

Eerst woonde het personeel in boring Amsterdam noord. Maar na drie jaar vonden ze alle hartambuulanses wel zat en gingen ze naar Amsterdam zuid verhuis.
Nou… ga niet boof gekken woon die zeggen te willen verhuizen, want ze wilden weg en de snelste manier was om de wooning in de fik te steek. Het personeel was toen niet eens thuis. Ze zaat bij Oma. Ooooh ze kregen een belletje datte ze snel moeste koom om Poekie en Grietje te bevrijd.
Ze gingen mee naar vrouwmoeder. Hoestend en proestend kwaam ze daar aan. De volg dag moesten ze gelijk naar de dokter. (Ze sliepen een paar nachten bij vrouwmoeder.)
Ze werden onderzocht en hun longetjes werden “brandschoon” verklaard.
Na bijna een weekje kwamen ze weer thuis.

Biejopsie

In 1990 voelde vrouw opeens bultjes in het buikje van Poekie. Meteen ging ze naar de dokter. Dat was de meneer dokter die mijn buikje kaal scheerde trouwens.
Er werd een biejopsie genoom. Een week later kwam het verschrikjelijke nieuws. Poekie had kanker. Een kwaadaardige. Het heette fibrasarcoom. De bultjes werden weggehaald, en Poek ging elke 2 maanden naar de dokter voor conttroole. Een half jaar later vonden ze er weer één. Weer een operaazie.
Poekie heeft daarna nog ruim een jaar mogen doorleven. Het waren fijne en mooie dagen. Tot Poekie opeens niet meer at en donkere plekken op zocht.
Poekie is in de lente van 1992 zachtjes naar de regenboogbrug gegaan. Man was ontroostbaar. Zijn mooie lieve meissie weg. Poekie werd maar twaalf jaar.

Dit was het voor dees week.

Veel liefs en een kusje

Katrientje (een prinsesje die respect toont voor een ieder die tegen kanker vocht en het gevecht helaas verloor of nu nog vecht)

Vandaag ben ik thuis nodig

thuis

Vandaag ben ik thuis nodig. Mijn vrouw is emo wegens Tim, omdat het vier jaar geleden is dat hij over de Regenboogbrug ging. Dus ik moet extra kopjes geven.

Zorg

Als huiskater heb ik ook mijn werk. Ik ben controleur vensterbank, dat betekent in de straat zitten en dan opletten dat er geen gekke dingen gebeuren. En in huis help ik mee met boodschappen controleren en dat mijn vrouw genoeg pauze neemt want dan miauw ik om samen te bankhangen. Maar vandaag moet ik extra opletten wegens dat emo. Dus ik zit nou in de thuiszorg.

Missen

Ik weet dat ze Tim mist dat voel ik.  Ze zegt het ook. En ook dat ze blij is dat ik er ben. Voor mezelf weet ik dat ik geen tweede Tim hoef te zijn maar dat ik mag zijn zoals ik ben, dus ook dat ik bang ben als het regent. Zoiets voel je toch als katerman. Ik wel. Dat zit in alles hier ik kan het niet goed uitleggen.

Tim was kleiner dan ik en roder. En ouder op het laatst. Toen ik hier kwam, rook ik zijn geur nog een beetje aan het gordijn. Best een goede geur, van een oude jongen die heel veel liefde in zich had.

Gevoelig

Het is gewoon zo dat ik voel van zij voelt. Is zij gespannen dan voel ik me ook raar. En andersom ook, als ik ’s nachts door het huis ren omdat ik me wild voel dan voelt zij zich ook wild en ze gaat mijn naam roepen. Dus je neemt emoozies van elkaar over als je samenwoont dat is mijn ervaring.

Dus vandaag voel ik me ook anders dan gewoon. We gaan veel aaien en als ze in mijn vacht wil hangen dan vind ik dat goed. En we gaan vroeg slapen dat weet ik nou al want de dag na vandaag is weer gewoon.

 

 

 

 

kater Bolle over: als je iets vraagt aan je mensen

vraagt

Ik ben een bescheiden katerjongen. Dat komt door mijn verleden, maar ook gewoon door wie ik ben. Mijn vrouw zegt dat ik altijd tevreden ben.

Ja, en waarom zou ik dat niet zijn? Ik krijg alles wat ik wil van mijn mensen, en ik hoef nooit ergens om te vragen. Dat vind ik trouwens ook best moeilijk, om iets vragen.

Uit mezelf

Toen ik net bij mijn mensen woonde, deed ik niets uit mezelf. Dat durfde ik niet.
Als mijn eten op was, wachtte ik netjes tot ik weer iets kreeg.
Als ik op bed werd getild, bleef ik daar zitten. Want ik wist niet of ik er weer af mocht.
Ik pakte nooit zelf speeltjes om mee te spelen. Want ik wist niet zeker of ze wel voor mij waren.
Ik ging nergens in huis snuffelen, en ik klom nergens bovenop. Ik was de hele tijd bang dat ik straf zou krijgen, omdat ik iets fout deed. En straf, dat kende ik nog wel van vroeger.
Ik mocht ineens alles, maar ik durfde niks.
Nu woon ik al meer dan drie jaar bij mijn mensen. Ik voel me veilig.
En toch vraag ik bijna nooit om iets.
Mijn mensen zeggen dat ze nog nooit een kat hebben meegemaakt die zó beleefd is!

Popje

Dat was met Pop en Beer en Mol wel anders, zeggen mijn mensen.
Vooral Popje kon ei-gen-wijs zijn.
Hij wilde altijd dat mijn mensen naast hem stonden als hij aan het eten was. Dat vond hij gezellig. Ook ’s nachts. Hij had wel altijd brokjes staan, maar maakte toch mijn mensen wakker.
Eerst heel lief, met kleine hoge geluidjes. Hij ging over ze heen lopen op bed en heel hard spinnen en kopjes geven. Daarna klom hij op de klerenkast en gooide alle spullen ervan af, één voor één. En als dat nog steeds niet werkte, liep hij naar de snoeren van de lampen en ging daar in bijten en aan krabben. Mijn mensen hebben een soort dik spul om de snoeren gedaan, maar daar krabde Pop gewoon doorheen.
Mijn vrouw vertelde me dat het gevaarlijk is om in elektriese snoeren te bijten. Daar kun je krullen van krijgen, zei ze.
Dus stonden mijn mensen altijd op, als Pop dat deed.
Als Pop het ergens niet mee eens was, rolde hij het kleed in de woonkamer op.
Als hij geen eten kreeg (hij was net als ik, een héél klein beetje te rond) ging hij naar buiten en kwam even later terug met een blaadje, of een takje, of een steentje. Dat gaf hij aan mijn mensen. Die waren daar natuurlijk blij mee, en zeiden “dank je wel, Pop!” Daarna liep hij naar zijn lege etensbakje en keek naar mijn mensen. Dat werkte altijd, zeker bij mijn vrouw.
Pop kreeg altijd zijn zin.

Molletje

Molletje

Mijn Molletje wilde in het begin alleen door mijn man gekamd worden.
Als mijn vrouw haar probeerde te kammen, sloeg ze HOPLA! de kam of borstel uit haar handen.
Best stoer, vind ik eigenlijk wel.
Ze wilde niet dat mijn mensen niesten, of hoestten of lachten. Maar het ergste vond ze het als ze de hik hadden. Daar werd ze boos van.
Als mijn Mol iets niet wilde, of juist wel, ging ze heel hard mauwen. Mijn mensen zeiden altijd dat ze dan ging loeien. Terwijl ze natuurlijk helemaal geen koe was!
Ook mijn Molletje kreeg altijd haar zin.

GroteBeer

Grote BeerGroteBeer wilde niet dat mijn mensen, of andere mensen, op de bank gingen zitten. Als iemand dat toch deed ging hij ze aan zitten staren. Hij sprong op de bank, en deed alsof hij niet had gemerkt dat er iemand op zat. Dan zuchtte hij heel diep, en sprong er weer af. Dat kon hij net zo lang vol houden als nodig was. Daarom mocht er, behalve Beer, niemand op de bank.
Beer sliep in een kartonnen doos, in bed bij mijn mensen. Midden op het bed. Maar soms wilde hij ook náást zijn doos slapen. Dan hadden mijn mensen bijna geen ruimte. Maar Beer liet zich niet opzij schuiven.
Ook Beer kreeg altijd zijn zin.

Priep?

En ik? Ik durf nu soms te laten weten dat ik iets wil. Natvoer, of knuffels, of andere brokjes. Dan ga ik bij mijn man of vrouw zitten, en kijk ik ze aan. Ik maak  hele grote ogen en ik hou mijn hoofd scheef. Ik zeg met mijn hoogste stem “Priep?” En ik beweeg mijn hoofd een beetje, van de ene kant naar de andere maar altijd scheef.
Raad eens wat er dan gebeurt?
Ja, inderdaad. Ik krijg ook altijd mijn zin.

Weet je wat ik denk? Waarschijnlijk hoort het zo, dat je als kat je zin krijgt. Anders zouden mijn mensen dat toch zeker niet de hele tijd doen? Het lijkt me eigenlijk ook wel logies.
Maar volgens mij weten nog niet alle mensen dat dat zo is. En daarom heb ik dit stukje geschreven. Speesjaal voor mensen die meelezen met hun kat.  Dan weten ze nu dat katten altijd hun zin horen te krijgen!