Loesje vertelt over wereld zwerfdieredag…

zwerfdier

Mij vrouw heb mij verteld dat het vandaag de dag is voor alle zwerfdiere. Ze zeg dat er meer dan 600 miljoen zwerfdieren zijn. Mij kop heb geen verstand van 600 miljoen maar mij hart schrok er toch van.

Partij van de Zwerfdiere

Assie moet zwerfe ben jij niet gelukkig. Jij heb geen eigen huis en jij woon op jou straat. Jij ben misschien weggeloope van jou eigen en jij kan jou huis niet meer vinden. Of jou vrouw wil jou niet meer in jou huis. Mij hart bevries assie eraan denk.
Misschien kan jij dan wel jou eigen Partij van de Zwerfdiere beginnen. Dan kan jij jou eigen laate hoore.
Van me eigen zwerf ik nooit, ik vind er niks aan. Assie een binnepoes ben hebbie geen zin in jou buiten. Mij vrouw heb mij beloofd, Loesje jij hoef nooit jou straat op. Dan hebbie veel geluk, ik moest spinne. Van mij eigen zou ik verdwaale op mij straat, mij hart zou huile…

Van jou straat

Als poes denk ik veel na over mij leeve. Dat vind ik wel belangrijk assie ook jou eigen Feesboek heb. Dan kan jij woorde geeve aan jou gefoelens en jij kan ook dinge op jou kaart zette. Normaal sta tonijn op mij kaart, dan weet mij visboer mij voorkeur van mij vis.
Maar assie zwerf dan hebbie geen visboer. Jij kan niet voor jou koude kast gaan staan en jou bestelling doen. Jij moet leeve van jou straat. Assie geluk heb vind jij misschien jou zwerfvis, gooi iemand ze makkareelekop in jou afval. Makkareel sta wel hoog op mij vislijsje, maar van me eigen ga ik er niet voor zwerfe. Mij visboer kom liever gewoon bij mij eigen aan mij huis.

Bert had niks

Hoe moet jij leeve assie zwerf? Mij verkering Huiskater Bert was jaare ze eigen Zwerfkater Bert. Toen hij nog niet van ze Adel was. Hij heb mij van ze leeve op straat vertelt, mij hart brak. Mij Bert was bang en van me eigen kon ik mij Bert toen niet helpe. Mij Bert had geen Feesboek en hij had ook geen kompjuuter. Dan kan jij ook geen verkering hebbe.
Mij Bert had niks, hij had alleen ze eigen. Hij werd ziek van ze leeve op straat. Hij heb geluk gehad, iemand heb hem van ze straat geplukt. Hij heb nu ze eigen vrouw en hij heb verkering. Maar van mij eigen weet ik, assie zwerf ben jij bijna kansloos. Jij ben alleen maar bezig met jou oferleeve. Of jij moet jou engeltje vinde tusse jou makkareel en vissegraat.

Mij hart voel mee

Veel van mij vriendjes heb op straat moete zwerfe. Zij weete wat het is van ze eigen. Mij hart voel mee met alle zwerfers. Mij vrouw geef mij een gelukkig leeve. Dat ik in mij groote bed mag slaape bovenop mij vrouw. Dat zij voor mij eigen zorg en dat ik mij eigen visboer heb. Al mij vriendjes heb nu ook een goed leeve en zij heb allemaal ze eigen personeel. Mij kop kan jou wel vertelle, jou personeel ga ook niet zwerfe op jou straat. Niemand wil op straat moete leeve waar jij moet vechte voor jou bestaan. Daarom denk ik vandaag van mij eigen aan alle zwerfdiere.
zwerfdierDat er iemand is die voor ze zorg. Die knuffels geef en aandacht. Van mij spaarspot ga ik vandaag mij donazie doen voor zwerfdiere in nood. En van mij eigen deel ik ook mij tonijn assie wil, dat kan u zien op mij footoo.
Mij hart is gelukkig en van mij eigen hoef ik nooit bang te zijn. Ik heb mij natje en mij tonijn. Dan mag jij ook weleens aan jou zwerfer denken en niet alleen aan jou eigen.  En dat er een engeltje is!

Ook helpe

Misschien wil u ook wel helpe, assie het ook goed heb van u eigen.

  • U kan brokjes en ook water buite zette, assie zwerfdiere in u tuin heb. Assie mij dan beloof dat u het niet zelluf op eet.
  • Of u kan ze dierenambuulanze belle, assie een zwerfdier vindt. Mij vrouw zeg dat het ook iets met ze hond kan zijn, die kan ook gaan zwerfe.
  • En misschien wil u wel een donazie doen bij een asiel of bij een stichting die zwerfdiere opvang? U kan ook brokjes brenge of deekentjes.

Assie iets kan doen, mij hart zeg alles kan helpe. Zwerfdieren heb niks van ze eigen, dan ben jij wel aan jou lot ofer gelaate. Vandaag kan wij een verschil maake, vandaag is ze dag voor alle zwerfdiere. Mij hart zeg, wij kan allemaal een engeltje zijn.
Liefs van Loesje

 

Hoe ik ontdekte wat 1 april was

1 april

Ik wist geeneens wat 1 april was. Dus toen zag ik op de Feesboeksite van de Blije Beesten Boel dat je daar lekker eten kon bestellen in de smaak muis. Hadden ze helemaal bij elkaar georganiseerd. Super, dacht ik.

Muizensmaak

Volgens mij kwam het allemaal door het blog van Katrien waarin ze zei waarom er eigenlijk geen eten met de smaak muis was. Ze had Whiskas ook gemeeld en die zeiden iets flauws over hiegiene. Nou is muis gemakkelijker dan oceaanvis dacht ik maar dat is mijn mening.

Dus toen Whiskas het niet deed toen dachten de katten van de Blije Beesten Boel daar kunnen wij wat mee. Ze hadden er dagen aan gewerkt dus we zaten al met ons allemaal van wanneer komt het nou dan kunnen we bestellen. En ik had al om een intervjoew voor de site gevraagd. Want omdat ik zelf werk als controleur vensterbank ben ik nieuwsgierig naar andere katten die werk hebben.

Bestellen

Nou en eindelijk konden we bestellen! Er kwam een blauwe knop om op te klikken. Het was een serieuze bisnis dat kon je zien. Dus wij thuis, mijn vrouw en ik, meteen klikken want ik wilde eten en zij wilde betalen dus we deden het samen.

Alleen toen was het 1 April. Dus een grap. Dat is dat iets niet waar is en dat het niet erg is. Dus er was geen eten met de smaak muis en je kon niet bestellen.

Trek

Alleen nou heb ik trek in eten met de smaak muis gekregen. Vroeger op straat zette ik weleens mijn tanden in een muis maar dat was anders. Muis uit blik en dan op een bordje dat moet veel lekkerder zijn.

Het is best moeilijk om trek in te hebben in iets dat niet bestaat. Maar misschien komt het nog. En ik vind dat Katrien dan gratis blikjes moet krijgen de rest van haar leven want zij heeft het bedacht.

Katrien over: voorgoed weggaan

voorgoed weg gaan

Hallo iedereen.  Vandaag word het niet een leuk stukje. Eerder een drietig stukje. Het gaat oof afscheid neem.

Manpersoneel

Ik heb het in mijn leventje al twee keer moeten doen. De eerste keer afscheid nemen was van mijn mammie Levie. Ooooh, wat hadden Catoo en ikjes snachts gehuild. Manpersoneel bleef bij ons nadat hij ons hoorde huilen die eerste nacht.

Vrouw en ik

De tweede keer dat ikjes afscheid moest nemen was bijna vijf jaar geleden. Mijn ongelooflijk lieve zus werd heel ziek. Haar alvleesklier was te ziek om beter gemaakt te worden. Op 3 november 2014 is ze om half 11 in de ochtend zachtjes naar de Regenboogbrug gegaan.
Toen mijn personeel weer thuis kwam zag ik ze huilen. Ik vroeg waar is zussie? En toen pakte vrouw me op en begon verschrikkelijk hard te huil. Ooooooh nee…
Mijn zus!!!
Een paar dagen hebben we alle drie heel erg lopen huilen. Vrouw en ik lagen dicht bij elkaar. Ik lag te snikken in haar nek en vrouw troostte mij. Na een dag of vijf wist ik het.. Catoo kwam nooit meer terug. Een tijd lang was het stil. Geen gelach, geen snertkat… niets.
In die week kreeg vrouw een berichtje van het crematorium dat Catoo gecremeerd was. En we kregen een rouwkaartje van Floor. Nou… de tranen vloeide weer. En veel.

Eerste lachjes

Mamma Levie en ons broertje Tommie

Na de eerste week veranderde we. De eerste lachjes kwamen weer. Hele voorzichtige, maar wat was het geweldig weer. Ik had weer wat streekjes gedaan en moest daar zelf ook best om gniffelen.

En nu, vijf jaar later, is het eigenlijk weer helemaal als altijd. Alhoewel… ik ben ook wel veranderd. Ikjes ben verwend, ook omdat ik zo ziek ben geweest. Ik ben een kleine diva geworden die in bijna alles haar zin krijgt.

Sterke eenheid

We zijn er sterker uit gekomen. Wij drie-en zijn nu een sterke éénheid geworden waar niemand tussen kan komen. Mijn personeel komt bij mij op de eerste plek, en ik sta op plek één bij hun.
En eigenlijk is Catoo niet helemaal weg. Ze zit voor vijftig procent in mij. We hadden namelijk dezelfde mamma.
En dit klinkt misschien raar… maar heel soms zien we Catoo nog hier. Maar, en dat is ook raar, ik zie ook twee andere katten en een woef hier. Echt waar!!
Daar ga ik het in een ander blogje over hebben. Dan leren jullie ze ook kennen. De katten heette Grietje en Poekie. Het hondje heette Sweety.

Dit betekend niet dat ik het nooit meer over mijn zus Catoo ga hebben hoor. Want Catoo hoort bij mij, ze zit in mij. Ze is mij.
Ze zal voor altijd bij ons  zijn en blijven. Plus dat ik de meeste dingen met haar beleefd heb.
Veel liefs en een kusje
Katrien (allesoverwinnend prinsesje van beroep)

Wat ik in de vensterbank doe (filmpje)

Ik ben een huiskater die van rieleksen houdt, maar ik ben ook een huiskater die vaak in de vensterbank zit. Dat is mijn werk. Opletten.

Wiekent

In het wiekent was er opeens heel veel zon en dan kunt u zeggen: Bertje ga nou van het leven genieten en doe niks, maar werk is werk. Daarom zat ik daar in de zon. Ik ben dus controleur vensterbank. Dat is zitten en de hele tijd op de straat letten dat ik weet wat er gebeurt. Dit wiekent zag ik:

  • drukke mensen dat was best raar dat er opeens meer mensen op straat waren dus ik bleef kijken
  • auto’s in de straat naast mijn straat dat is normaal
  • aan de overkant van de straat zat een vogel ik werd er gespannen van en toen moest ik dat later eruit miauwen. Ik miauw nooit zomaar alleen om mezelf te uiten dus dan is het nooit een mooi geluid maar wel helemaal uit mezelf en daar gaat het om.

Werk

Dus dat is mijn werk. Dat heb ik zelf bedacht en ik zie ook alles dus ik ben er best goed in. Alleen als er hele moeilijke geluiden zijn of veel vogels, dan voel ik me bang dus dan moet mijn vrouw kijken. En ook als er van die grote auto’s door de straat rijden. Of als de glazenwasser komt. Als je werkt moet je weten waar je goed in bent en wat je niet kunt, dat is gewoon zo.

Bijkomen

Als ik voel nou kan het wel, dan moet ik bijkomen. Meestal meld ik me bij mijn vrouw voor een knuffel en dan kriijg ik ook een compliment. En dan ga ik slapen en dan is de beste manier om bij te komen.

Ik wil ook zeggen dat ik niet elke dag in de vensterbank zit, dat doe ik op gevoel, dat ik van binnen weet nou is het nodig.

Verder help ik thuis met allerlei dingen maar dit is echt mijn werk, en persoonlijk vind ik het belangrijk want daardoor voelt mijn vrouw zich veiliger thuis, dat zegt ze zelf.

 

 

 

 

 

kater Bolle over: in je eentje spelen

in je eentje spelen
Mol ligt natuurlijk in de mooiste stoel

Ik ben een ernstige kater.  Buiten dat ik ernstig ben, ben ik ook nog verlegen en onzeker.
Daarom lig ik graag te slapen op het grote bed, of in mijn tuin. Lekker veilig. En ik denk na. De hele tijd. Over van alles.

Waarom is er leven, waarom houdt het soms ineens op en waarom zijn er honden op aarde?
Allemaal vragen waar ik geen antwoord op weet. Vandaar dus dat ik er over nadenk.
Het kan natuurlijk best zo zijn dat ik op een dag de oplossing vind. Maar tot die dag heb ik geen tijd voor andere dingen.
Zoals spelen.

Eentje

En wat ik dus zeker weten nooit ga doen, is in mijn eentje spelen.  Hoe kan je nou in je eentje spelen? Hoe moet dat? Ik zou het nooit durven. Echt niet.
En waar speel je dan mee? Ik kan toch niet zelf een balletje gooien en er achteraan rennen!?Waarom zou je het trouwens doen, als je ook kan nadenken in die tijd?
Eerlijk waar, ik snap er niks van.
Toch hoor ik van katten die het wél doen.

Seerieus

Mijn mensen dachten in het begin dat ik ziek was, of pijn had, omdat ik niet wilde spelen.
Maar dat is niet zo. Het is gewoon dat ik seerieus ben.
Elke avond speel ik even met mijn mensen en mijn veer. Af en toe ren ik een paar keer achter het leeserlampje aan, of achter een balletje.
Maar soms zie ik mezelf ineens (in mijn hoofd, bedoel ik), en denk ik Nee.  Dat heb ik ook als mijn man komt kijken als ik met mijn vrouw aan het spelen ben, of andersom. Dan hou ik altijd meteen op met spelen. Ik ben geen sir-kus-aap-je!

GroteBeer en Pop

in je eentje spelen
Beer en (liggend) Pop aan het spelen

Mijn mensen zeggen dat de GroteBeer dat ook had.
Die had zijn hele leven in restoorants gewoond, en was geen speelgoed gewend.
Hij stoeide wel elke dag met Pop. Ze renden elkaar achterna, en probeerden elkaar te vangen.
Maar Beer vond speelgoed stom, toen hij bij mijn mensen kwam wonen.
Na tijdje werden mijn mensen soms wakker van allerlei gerommel. Dat was Beer, die stiekem aan het spelen was. In zijn eentje.
Mijn vrouw ging wel eens heel voorzichtig kijken. Als Beer dat merkte hield hij meteen op en ging zich zitten wassen. Alsof hij helemaal niet had zitten spelen.
Later speelde hij wel met speelgoed, vooral samen met Pop.

Speelbeestje

Popje was echt een speelbeestje, zeggen mijn mensen. Hij speelde met alles wat hem voor de pootjes kwam. Propjes papier, allerlei muizen, takjes, blaadjes, het maakte hem niks uit. Hij speelde verstoppertje met mijn mensen, en ook voetbal.
Als hij met mijn mensen wilde spelen kroop hij onder het vloerkleed en ging heel hoog mauwen. Dan wisten mijn mensen wat er van ze verwacht werd!
Pop speelde ook in zijn eentje, en was een heel druk ventje. Hij was altijd bezig.

Op onze stoelen

Mijn Molletje wilde nooit spelen. Niet alleen, maar al helemaal niet met anderen.
Als Pop en Beer met iets aan het spelen waren, rende zij er soms op af. Ze pakte het speeltje af en liep er mee weg. Zo was het tenminste afgelopen met dat gedoe.
Als de mannen (zo noemden mijn mensen Pop en Beer altijd) aan het rennen of aan het stoeien waren, kwam Mol soms mijn mensen halen. Zodat zij konden zorgen dat het ophield. Of ze ging heel hard staan miauwen en grommen, tot de mannen ophielden.
Ik mocht ook niet rennen van Mol, dat heb ik wel eens geschreven.
Ik begreep dat wel. Want het is onrustig, dat rennen en spelen. En het maakt lawaai. Soms lijkt het wel op vechten, als je met zijn tweetjes speelt. En je kunt niet tegelijkertijd op je omgeving letten, of alles veilig is. Dan kan er van alles gebeuren. Dat is dus supergevaarlijk.
Daarom lagen Mol en ik meestal op onze stoelen, in de tuin, te slapen. Heerlijk!

Kinderkatje

Grappig hè, zo is elke kat anders wat spelen betreft. Misschien heeft het er mee te maken hoe je jeugd is geweest. Dat iemand je heeft moeten leren om te spelen, als kinderkatje. En het heeft denk ik ook te maken met hoe je geleefd hebt.
Buiten in de tuinen had ik geen tijd om te spelen. Ik moest overleven, niet achter balletjes aanrennen. Tijd om te spelen had ik niet. Mol was een kind van twee zwerfkatten, en had niet geleerd om te spelen. Beer ook niet.

Ik heb heus wel eens dat ik heel veel zin heb om te spelen. Als dat zo is kom ik naar binnen reesen, en ga in de slaapkamer rondscheuren. Soms schrik ik dan van mezelf, en weet ik niet wat ik nou eigenlijk aan het doen was. Als ik niet schrik, gaan mijn mensen met mij spelen. Superleuk.
Toch vind ik het na zo’n avond weer tijd voor belangrijke zaken.
Mijn vrouw zegt dat dat komt omdat ik “bedachtzaam” ben. Dat kan best. Maar ik vraag me af waarom er honden bestaan. En waarom woont er eentje nou juist naast mij? Waarom doet hij steeds naar mij blaffen? Wat is leven presies? Waarom is mijn Mol een ster geworden? En wat is “bedachtzaam”?

Ik weet het allemaal niet.
Daarover moet ik dus nadenken.
En dan kan ik niet zelf met balletjes gaan gooien.