Loesje vertelt: over mij eenmalige speelakzie

lampje

Assie mij een beetje ken dan weet jij wel, van me eigen ben ik geen speelpoes. Mij aard is seeriejeus, gefoelig en ik moet ook veel denke op mij denkpaal. Dan ben ik in mij element, dicht bij mij hart.

Meppe

Maar als poes ontkom jij niet aan speele, ook al doe jij nog zo jou best. Mij vrouw probeer het wel, met ze lintje of met ze stokje met een veer. Dan wil ik best een keer meppe van mij eigen. En soms gooi ze een muis door me huis. Zusje ren er dan meteen achteraan en van me eigen kijk ik toe. Ik geef er niks om, ik vind er niks aan. Maar er is één ding waar mij lijf van in mij beweging kom. Waarvan mij ooge groot worde en mij innerlijke poemaa loskom. Het is een keer onverwacht gebeurd, van mij eigen was ik er niet op voorbereid. Het was met ze leezerlampje van mij peettantes en mij vrouw herkende mij eigen niet meer. Ik ga het u nu vertellen.

Maniere

Mij peettantes kwaame op bezoek, mij vrouw had het mij verteld. Van mij eigen lag ik op mij denkpaal, in mij meedietaasie. Dan is mij dag normaal, maar het was al avond.
Mij peettantes brachte iets mee en het was geen snek. Van mij eigen voel ik dan best mij teleurstelling, maar als poes hebbie er niks over te zegge. Jij kan niet bepaale wat jou tantes meebrengen. Ik ging toch kopjes geeve want jij weet maar nooit en als poes hebbie ook jou maniere.

In mij akzie

Toen haalde mij peettante iets uit ze tas, mij lijf wilde al weer gaan slaape. Ineens vloog er iets door mij kamer, mij ooge werden groot. Het vloog over mij vloer, het vloog teege mij muure aan. Ik voelde mij hart ging tekeer, mij bek ging open en mij ooge stonden wild. Ik voelde mij andere ik, mij poemaa in mij eigen.
Maar ik had geen tijd om erbij stil te zitte, ik was al in mij akzie. Als mij eigen poemaa vloog ik op mij iets af, ik rende door mij huis. Sprong teege mij muure op, over mij tafel heen en soms zat ik in mij aanvalshouding. Mij kontroole was ik met mij akzie verloore, mij rem ook. Van me eigen wist ik niet meer wie ik was, dan hebbie wel een probleem.

In mij kooma

Mij heele avond heb ik gerend, ik moest jaage. Mij wil om mij iets te vange wat teege mij muur vloog en over mij vloer schoot was te groot. Ik zeg u eerlijk, ik was nog jong en ik had ook geen erfaring. Dan kan jij jou eigen laate gaan want jij moet het wel een keer meemaake.
Mij vrouw was in ze sjok van mij uitbarssing. In mij hele leeve heb ik nog nooit zo gespeeld. Mij tantes ginge naar ze huis maar mij ooge stonde nog in mij poemaastand. Mij iets was ineens uit mij huis maar ik vertrouwde het niet. Mij vrouw ging naar ze groote bed en ik ging niet mee. Mij hele nacht heb ik nog gezocht naar mij iets en toen mij vrouw in mij ochtend naar beneden kwam lag ik als mij uitgeputte poemaa in mij huiskamer. Zij heb toen wel voor mij gezorgd. Ik kreeg knuffels en mij vrouw sprak zachte lieve woordjes. Dat alles goed was en dat ik niet meer hoefde te zoeken. En ik kreeg ook mij eete, mij buik voelde uitgemergeld.
Daarna heb ik 33 uur van mij dag geslaape, ik was in mij kooma.

Mij erfaring

Daarna heb ik nooit meer zo gespeeld van mij eigen. Ik heb nu verkering en ik heb erfaring. Mij vrouw probeer het nog weleens en ik zeg u eerlijk, mij gefoeligheid voor mij iets blijf altijd. Mij ooge worden groot en soms kom ik zelfs nog in mij beweging.
Maar van me eigen weet ik, het was mij eenmalige speelakzie. Mij lijf kan het niet meer aan, mij hart zou het van mij gewicht verlieze. En ik ben ook seenior, dan hebbie niet zofeel meer met jou speele.
Ik heb nu wel mij eigen leezerlampje, dat heb mij vrouw mij gegeeve. Maar mij poemaa in mij eigen heb zich verstop achter mij Maatje Meer. Mij kop kan alle drukte ook niet meer verdraage, assie gefoelig ben moet jij rustig aan doen. En mij hart heb nu andere priooriteite. Assie verkering heb kan jij niet somaar jou eigen spelletje speele. Mij hart heb liefde gefoeld en assie iets nooit moet doen is speele met jou hart. En zeker niet met jou liefde…

Liefs van Loesje

Wat het fijnste moment van de dag is

fijnste moment

Als je weet wat je het fijnste moment van de dag vindt, dan kun je er meer van genieten. Dat heb ik thuis geleerd. Ik weet nou ook wat het voor mij is.

Smakken

Het aller-aller-allerfijnst is niet het avondeten of de knuffel erna, nee het is de avond-snek en dan die knuffel erna. De snek is tegenwoordig helemaal niet veel, maar drie brokjes die heb ik zo op. Alleen het zijn wel bijzondere snoepbrokjes. Als ik nog na sta te smakken weet ik al dat het hele fijne komt.

Op het kussen

Ik spring op het kussen op de bank en dan gaat mijn vrouw voor de bank zitten. Dicht bij het kussen, daar ga ik dan op liggen meteen met de poten gestrekt. Ik weet wat er komt en dat is de lange avondknuffel. De dag is voorbij. Straks krijg ik nieuwe brokjes, voordat ze naar bed gaat. Alles is stil in huis en er gebeurt helemaal niks. Alleen het aaien over mijn buik en over mijn rug en ook een beetje over mijn kop en wat achter mijn oren.

Het is dat hele stille. Dat aaien. Als ik smak proef ik mijn snek nog. En ik voel dat ik een thuis heb en dat ik veilig ben en dat er iemand is die serieus echt waar van me houdt.
Daarom is dat mijn allerfijnste moment elke dag weer. Omdat het er dan allemaal tegelijk is. Dan geniet ik heel erg intens en genieten dat is mijn talent.

Boven

Meestal ga ik even mee naar de slaapkamer. Daar ga ik op mijn stuk van het bed liggen en als ik geluk heb komt dan het na-aaien. Eigenlijk is dat de lange avondknuffel nog want alles is stil en veilig maar het is wel op bed dus misschien telt het niet echt mee.

Een ochtendknuffel is weer anders. En een tussendoorknuffel ook. En als ik soep kriig ook. Dus je hebt wat fijn is, wat superfijn is en ook wat het allerfijnste is.

Katrientje over: als je een stuntelkatje bent

stuntelkatje

Hallo… Daar is ikjes weer. Vandaag ga ik het oof mijn stuntelsietuuuasie heb.  Ikjes had de gewoont om vroeger, toen ikjes nog een bebiekatrientje was, ooferal van af of achter te kletteren.

Foorbeelt

Laat ik een foorbeelt geef. Ik lag graag op de leuning van de bank. LAG!! Want ik had de gewoonte om er van af te val. Ooooh dan wau ik slaapie doen, en als de zon scheen dan lag ik op die leuning en lekker dat dat was.  Dan lag ik zo lekker datte ik besloot om evve te gaan verlig.
BOEMPLOF!!
En het ergste was dat het personeel zich van je rot zat te lachen.  Ze zien datte je met je koppie schud. Maar koom ze vraag of het gaat? Nee hoor.

Voor van je beeld

Ikjes zal nog een voor van je beeld geef. Ikjes woonde hier van je net. Ik was hooguit drie maand. Ik lag graag op een kussen van de oorfortuil.ikjes lag op de rug van het kussen. Dat dee ik altijd. Dan lag ik zachtjes, en als ik zou kletteren zou ik zacht val. Of op het kussen of op Catoo. Want die sliep altijd benedenaan. Op het platte kussengedeelte.
Nooit gedacht dat deze sgaamte me sau ooferkoom.
Enniehoe… ik slaap lekker en ik draai er rek en strek. Ziet vrouw het kussen een beetje naar voren komen. Één keer raad wat er gebeurd was. Ik viel tussen het kussen en de rug van de stoel in. Helluppieeee!!
Wou ze me redden, maar ooooh zo gemeen. Ze zei wacht maar evve. Ik kom zo zei ze.
Nou… jullie snap toch wel dat ikjes haar dat NOOIT zal vergeef!! Nooit!! Ik woon gewoon met een zadist hier.
Ze maakte gewoon eerst een foowtoow van mijn nood en daarnaatjes redde ze me pas.
Snap jullie nu dat ikjes liever veilig op mijn eerlijk ingepikte wolletjedeken slaap?

Ooferkoom

stuntelkatjeOok zal ikjes jullie vertel wat mij jaaren geleed oofurkoom was.  Als je een kitten van ruim een jaar ben dan jaag je op alles en nog wat.
Het wasse in mijn lente. Een flieg had de moet om in mijn huis te vlieg. Ikjes zat dat rotbeest al een uur achter me aan te jaag. Als ie oof me heen vloog dan maakte ik de mooiste jumps. Gek genoeg kwam ik dan altijd op mijn pootjes terecht. Hoe gek ik ook sprong.
Tot die vlieg teeg de deur aan ging plak. Mijn staartje ging staartjezwaaizwaaizwiep en ik wiebelde met mijn eedule bips. Ik wiebelde nog een keerxen SPRINGGGGGG… Huh? Ik gleed naar beneden. Die stomme vlieg zat me gewoon uit te lach. En van het personeel kreeg ik op mijn kop dat ik krasjes achterliet in de verf. Nou ja!!

Weise tip

Ikjes val gelukkig de laatste teit niet meer. Maar als ik van de bankleuning afkletterde viel ik altijd op mijn edele bips. Ikjes kon in zoon korte val nooit mijn draai afmaak van mijn eigen. Daarom een weise tip van deze auwe prinses. Ga nooit op een rugleuning lig en dan verliggen. Want dan plof je naar beneden.

Dit was het weer voor dees week.
Veel liefs en een kusje
Katrien (verliefd en lief stuntelprinses van beroep)

Die deur moest open, vond ik

deur

Ik ben een kater met weinig zelfvertrouwen dus dat ik moeilijk iets durf, en daarom is het zo gek als ik opeens iets nieuws doe. Deed ik gisterochtend.

Doppen

Nou moet u weten dat ik graag water uit de badkamer drink. Voordat de douche aangaat. Lekker wat water drinken van de doppen van de flessen. Dat sproeit mijn vrouw er dan op en ze blijft er bij want ik durf niet alleen in de badkamer te zijn. Dat doen we bijna elke ochtend. Soms wil ik drie keer dus dan moet ze drie keer sproeien.

Dicht

Maar gisteren was ik laat. De ochtendknuffel was fijn geweest en ik lag nog op mijn kussen te doezelen en toen opeens wilde ik drinken, dus ik naar de keuken, daar is de deur naar de badkamer. Die deur was dicht. Stond ik daar in mijn eentje. En ik kon het water horen sproeien.

Bonk

Dus ik bonkte tegen de deur. Een keer, twee keer, gewoon bonken en duwen. Toen ging de deur open. Mijn vrouw had haar pyjama uit en er kwam stoom uit de douche. Voor de zekerheid ging ik even kijken, maar met warm water kan ik niks. Dus ik weer naar de kamer.

Alleen even later dacht ik, was het echt wel zo, dus toen liep ik weer naar de keuken. ik weer tegen die deur bonken. Deur open. Nog meer stoom. Getsie, nee.

Bordje

Later kreeg ik een bordje water als goedmaker. Dat drinkt toch weer anders en soms vind ik dat best lekker. Maar ik kreeg ook een gesprek met complimenten. Ik had iets nieuws gedaan en ik was voor mezelf opgekomen, dat was heel goed geweest, zei ze.  Ik durfde meer.  Ik had nog nooit zo tegen de deur gebonkt als die ochtend.

Weet u dat ik me de hele dag tevreden over mezelf heb gevoeld. Nou ben ik best een senior-kater maar ik kan nog steeds van alles leren en in mezelf groeien.

En ik kreeg ook extra knuffels.

kater Bolle over: als je soosjaal bent


Mensen zeggen vaak dat katten geen soosjale dieren zijn. Ze zeggen dat katten het liefst alleen wonen, en dat katten nooit vrienden met andere katten kunnen zijn. Soo-lie-tèr, heet dat met een moeilijk woord.
Mensen geloven dat ze alles weten van katten. Maar dat is helemaal niet zo.

Uitkiezen

Het is waar dat veel katten graag alleen zijn. Met alleen bedoel ik zonder andere katten, niet zonder mens. (Er zijn trouwens ook katten die persee niet met mensen willen wonen.)
Maar andere katten vinden het juist gezellig met meerdere katten.
Kinderkatjes zijn heel makkelijk met andere kinderkatjes. Ze kruipen graag met elkaar in een mand, ze spelen samen en ze wassen elkaar. Ook als ze niet uit hetzelfde nestje komen, zijn ze na een paar dagen allemaal vriendjes en vriendinnetjes.
Als katten ouder worden is het moeilijker om aan een andere kat te wennen. Maar toch kiezen volwassen katten soms gewoon helemaal zelf een vriend of vriendin uit. Zomaar, omdat ze een andere kat lief vinden.
Zo ging dat met Popje en Beer. En later kwam mijn Mol daar ook nog bij.
Ik heb mijn Molletje uitgekozen om bij te gaan wonen. En Molletje wilde dat eerst niet, maar na een tijdje vond ze het prima.

Vechten

Vroeger woonde ik in een hele grote groep katten. Toen ik in de tuinen woonde. Dat heb ik al eens geschreven.
Dat was eerst best fijn. Maar na een tijdje gingen de andere katers met mij vechten.
Dat is heel normaal voor katers die nog helemaal kater zijn. Die vechten nou eenmaal veel. Vooral met andere katers. Want dat zijn kon-kuu-ren-ten.
Toen ik nog helemaal kater was, was ik ook zo. Ik wist niet beter. Dat komt door je mormonen. Dat zijn dingen die in je lijf zitten, die maken dat je steeds boos wordt, als jongenskater. Mijn vrouw zegt dat ze hormonen heten, maar volgens mij klopt dat niet. En ik had die dingen, dus ik kan het weten.
Maar zelfs toen ik nog helemaal kater was, was ik minder stoer dan andere katers.
Ik verloor meestal met vechten, en ik was altijd heel lief voor mijn kinderen.

Rielekst

Ik ben inmiddels al een hele tijd een kater met twee onderdelen eraf. En ik ben nu heel rielekst met andere katten.
Ik vecht bijna nooit. Afkloppen, hoor ik mijn man roepen.
Maar ik heb al heel lang niet meer gevochten, en waarom zou ik?
Ik vind het prima als andere katten door mijn tuin lopen en ik ga zelf bijna nooit mijn tuin uit.
Alleen ’s nachts ga ik wel eens naar de tuin van de buren, om daar rond te snuffelen. Daar woont een hele grote hond, en die wil niet dat ik in zijn tuin kom. Als hij me in zijn tuin ziet probeert hij me te vangen. Dat wil ik liever niet, dat snap je wel. Daarom ga ik soms stiekum naar zijn tuin, als hij slaapt.
Maar ik vind mijn eigen tuin veel fijner, met al mijn manden en mijn tent en mijn kartonnen doos.
En mijn mensen, natuurlijk.

Mag-neet

Mijn vrouw zegt wel eens dat ik, net als Beer, een mag-neet ben voor andere katten. Dat betekent dat ik andere katten aantrek, legde ze me uit. Katten waren graag bij Beer, omdat hij stoer en zachtaardig was. Ik ben niet stoer, maar wel zachtaardig.
Vorig jaar liepen er veel jonge katjes door de tuinen. Ze kwamen ook in mijn tuin. Dat vond ik gezellig, als ze maar niet al te druk deden. Want daar word ik zenuwachtig van. Maar slapen mag best, vind ik. Of lekker in het zonnetje liggen.
Billy, die een tijd in mijn tuin heeft gewoond, snapte dat heel goed. Hij deed altijd rustig, en ging vaak naast mij liggen slapen.
Mijn kinderen Spruit en Juultje komen ook vaak in mijn tuin. Ik blijf hun vader, tenslotte. En wat mij betreft mogen ze komen. Niet in mijn huis, dat wil ik niet. Daar ben ik liever enigst kat. Maar in mijn tuin zijn ze welkom.

Spruit

Weet je wat nou zo leuk is?

Spruit is al best een grote jongen. Hij is al vier of vijf. Maar toch heeft hij zijn vader nog nodig, zo af en toe. Hij is net als ik een beetje bangig. Logies, want ik heb hem opgevoed. En ik heb hem dus geleerd dat de wereld groot is, en gevaarlijk.
Maar ik heb hem ook geleerd dat je lief moet zijn voor andere katten, en dat je je best even klein mag voelen. Daar hoef je je heus niet voor te schamen. Je kruipt gewoon even bij iemand die je lief vindt. Dat is veilig en dan hoef je niet bang meer te zijn.

Verschillend

Ik vind dus dat het verhaal dat katten nooit soosjaal zijn niet klopt.
Katten kunnen heel veel vrienden hebben, of het liefst alleen zijn.
Katers kunnen heel lief zijn voor hun kinderen, of niet.
Katers kunnen heel stoer zijn, maar poesen misschien nog wel meer.
Katten zijn allemaal verschillend. Je kunt nooit zeggen dat katten altijd zus doen of zo. Elke kat is een indievieduu. Misschien net als mensen dat zijn? Ik weet niet of dat zo is. Het zou best kunnen natuurlijk.
Maar katten zijn slimmer, dat weet ik wel zeker.