Lucky stelt zich voor

Lucky

Hoi allemaal, mijn naam is Lucky en ik ben een roodwitte kater van zes jaar. Huiskater Bert heeft mij gevraagd om een blog te schrijven. Dat vind ik best wel spannend maar ook leuk om te doen. Ik vind het erg lief van Bert dat hij dit gevraagd heeft hoor! Maar goed, nu heb ik best wel veel te vertellen want ik beleef nog wel eens een avontuur dus dat moet goedkomen, hoop ik toch. Ik hoop ook dat jullie graag mijn blog willen lezen natuurlijk.

Sommigen van jullie kennen mij denk ik al wel maar ik zal toch eerst maar eens wat vertellen over mezelf en waar ik woon. Ik ben dus een katermans en eentje van het type grote goedzak. Dat klinkt wel goed vind ik zelf maar ik ben geen watje hoor. Als me iets niet zint, dan laat ik dat wel merken natuurlijk maar soms durf ik dat niet zo goed.

Tuin

Ik woon samen met mijn vrouw en manspersoon in een huis met een superfijne tuin. Als het mooi weer is mogen we vaak naar buiten om te spelen en te rennen. Dan zetten ze de deur open en kan ik naar buiten en naar binnen wanneer ik wil. De tuin is best groot dus we kunnen hard rennen. Er wonen veel vogels, vliegjes, vlinders en libelles in de buurt dus daar ren ik wel eens achteraan. Ik vind van mezelf dat ik wel hard kan rennen hoor. Hard rennen is goed zegt vrouwtje want anders word ik te dik.. nu ja zeg… er is toch zeker niks mis met een kater in een maatje meer! In de tuin staat ook een houten huisje… soms staat de deur open en ga ik naar binnen. Daar kan ik dan ook mooi eens rondkijken want ik doe graag inspecteren.

Samen

Gelukkig ben ik niet alleen thuis en in de tuin want er wonen hier ook nog twee poezendames. Zij heten Molly en Dropje. Molly noemen ze mijn mama en Dropje noemen ze mijn zus. Dat is fijn want dan ben ik tenminste nooit alleen. Ik houd namelijk niet van alleen zijn. Het liefste wil ik heel de dag bij iemand zijn, dat is het fijnste. Bert zegt ook altijd dat samen gezelliger is en dat vind ik dus ook. Samen met mijn mensen of mijn dierenvriendjes is altijd fijn.
Niet vergeten natuurlijk om te zeggen, maar ik heb nog drie vriendjes meer: dat zijn konijntjes. Zij wonen in de tuin en mogen altijd buiten zijn als ze dat willen. Alleen als het heel erg koud is, gaan ze naar binnen hoor want ze mogen het niet koud krijgen. De konijntjes zijn ook mijn vriendjes hoor. Ik zou het liefst met iedereen vriendjes willen zijn eigenlijk.
Denk dat ik nu maar stop met mijn verhaal want het wordt al erg lang…zal ik jullie volgende keer vertellen over wat ik zoal doe op een dag en wat ik lekker vind om te eten? Ik ben nogal een grote kater dus het zal jullie niet verbazen dat ik graag snoep.

LuckyLuikje

Ik wil alleen nog wel effe wat kwijt over buiten hoor… soms zijn de mensen er niet en dan moeten we door een raar, vierkant luikje naar binnen en naar buiten… nou, daar snap ik dus helemaal niks van. Ze zeggen dat ik mijn kop ertegenaan moet doen maar het lukt me nog niet zo goed. Dus zetten ze het maar open. Kunnen ze best altijd doen want dan kan ik er namelijk gewoon zo door. Wel zo makkelijk natuurlijk! Rare mensen hoor dat ze het dan toch soms weer dicht doen.

Knuffel en een kopje van Lucky

Kever heeft een mening over tekkels (video)

tekkels

Vorige week had ik geschreven dat mijn rug pijn deed, en ook mijn ene achterpoot, omdat ik een vergipsing had gemaakt met springen, het is gelukkig al bijna over hoor, maar ik moest wel twee keer naar de dokter ervoor, dat was omdat ik echt niks wilde eten, ook niet toen ik meediesijnen tegen de pijn had gekregen, ik lag alleen maar heel stil, mijn mensen waren best onder-hun-stuur, ze dachten dat er nog meer met me aan de hand was, ze moesten steeds aan Bolle denken die ineens een ster werd, daarom gingen we terug naar de dokter en die prikte mijn bloed om te kijken of alles goed was, je snapt dat ik daar niks aan vond, maar ik zei niks en ik bewoog me niet, ook niet toen het PUNTje van de naald in mijn vel ging.

Een tekkel

Mijn bloed was prima, dat wist ik wel want het zit altijd gewoon binnenin mijn lijf, en daar zit het feilig, wat zau er nau mee kunnen gebeuren?, mijn nieren en mijn leever en mijn suiker en nog veel meer waren helemaal in orde, mijn mensen waren blij en ze moesten huilen, omdat ze opgelugt waren dat ik niet een ziekte in mijn lijf heb, de dokter zei dat ik misschien wel vaker pijn in mijn rug ga krijgen, dat komt omdat mijn rug eigenlijk te lang is en mijn poten te kort, ik lijk op een tekkel zei ze, dat is natuurlijk niet waar want ik ben geen hond!, ik ben gewoon Kever, PUNT uit.

Feilig

Het was een moeilijke week, maar mijn mensen en ik hebben weer iets over elkaar geleerd, ik weet dat mijn mensen verdrietig en zenuwachtig worden als ik ziek ben, en mijn mensen weten dat ik heel stilletjes word en niet wil eten, maar dat ik juist WEL knuffels wil, ekstraveel zelfs, hele zachte knuffels, en we hebben weer gemerkt dat we op de blog allemaal vrienden zijn, mijn mensen en ik willen echt heeeeeeeel veel dankjewel zeggen tegen alle vrienden en vriendinnen van de blog!, zooo heee ik heb zoveel lieve woorden en meels gekregen, en zelfs een anfelop met snekkies en speelgoed van de Ttjes, en Dorus was hier in de tuin voor een intervjoew, het was bijna een overdo-sis aan Kever, zegt mijn vrouw, wat dat is weet ik niet, maar ik foelde me zooo feilig en SAMEN met iedereen, tot in de PUNTjes van mijn tenen.

Gras

Nu ben ik bijna weer de aude Kever, ik moet nog foorsichtig aan doen, maar dat is moeilijk, als mijn mensen even niet kijken zit ik alweer op het buro, of ik ren in mijn eentje door het gras, lange rug of niet, dat maakt mij niks uit, en met die korte pootjes die ik zau hebben ben ik snel hoor!, gisteren ving ik een balletje dat er al een tijd lag, en ook gras, kijk maar op de fillum, heb je een tekkel dat wel eens zien doen?, nee dat bedoel ik, daar moet je toch echt een Kever voor zijn, met zo een streepPUNT!

Oopa Floris doet vakanziewerk (deel 5)

Floris

Haai piepeltjes, hier ben ik weer Oopa Floris. Kent u mij nog? U kent mij toch wel?
Loes zegt dat ik vakanziewerk doe, nou dan doe ik vakanziewerk.

Vakanzie

En ik heb me toch een partij zin in vakanzie. Met mijn poten in de zon en heel veel poezevrouwtjes. Keigaaf.
Loes wanneer heb ik vakanzie wha haaa?
Ooh Bram heeft vakanzie.
En wat heb ik daarmee te maken?
Ik ben Oopa Floris, ik ken geen Bram?
Bram, Bram Floris wie ben jij?
Heb jij vakanzie?
Keigaaf!
Ik ga dutten,  ik ben er klaar mee. Ik ga vakanzie vieren.
Hoezo een verhaal schrijven?
Loes hellep, ik moet poepen….
Hoor jij mij, Loes….
Moet ik krijsen…
Ja ja ik zoek mijn bed al….
Dutten piepeltjes, keiveel dutten…

Verstoppen

Haai iedereen van de piepeltjes, ik ben wakker…
En ik heb er zin in, kom maar op.
Ik ga jullie iets vertellen over wat ik goed kan.
FlorisJullie denken die Oopa kan niks maar ik ben keigoed in…
Ik ben keigoed in,
in….
Daar komt ie (Loes hellep even)…
Yesss, ik ben keigoed in verstoppen.
Ik ben de koning, keizer en nog veel meer in verstoppen. Niemand weet waar ik ben.
Wha haa mijn vrouw zoekt zich een breuk naar mij. Hoolaadiejeekes.
Vroeger hè…
Vroeger verstopte ik me voor de poezevrouwtjes, echt wel. Dan zat ik achter de struiken en loeren. Ik kan me toch een partij goed loeren. Niemand die het ziet. Goed hè. En dan als ze voorbij kwamen dan, wha haaa….Zo op de rug! Keistoer. Tja piepeltjes ik had poezevrouwtjes aan iedere poot, ik denk wel vier. Misschien nog wel meer. Ze vonden me kjuut, Loes hoor je dat. Ik ben Oopa Floris en ik ben kjuut. Ik ben een soort Oopa Kloenie wha haaaa. Maar dan met een échte snor. En ik drink…
Ik drink…
Wat? Heb ik dat al verteld? Wanneer dan?
Ik vertel nooit iets!
Piepeltjes heb ik dit al verteld?
Wha haaa, ik ben Oopa Kloenie wie kent mij niet? Hoezo moet ik dutten, ik ben keigoed fit.
Deement? Whaa haa die is niet lekker!
Ja ja ik ga al dutten.

Mijn kop

Loes ik ben wakker, Loes….
Wat?  Moet ik schrijven?
Keigaaf. Waarover Loes?
Verstoppen,  hoezo verstoppen?
Ik ga me niet verstoppen, ik ben niet gek?
Hee maar ik kan het wel goed, keigoed. Dan loopt mijn vrouw een kamer in en ik erachter aan. En soms gaat ze even, even… Ja dan gaat ze even en ik erachter aan. Hee en dan, dan ben ik de huppeltjes kwijt. O ja, de weg, dan ben ik de weg kwijt. Nou dat gebeurt me nooit maar dan ineens. Dan is mijn vrouw weg en dan doet ze de deur dicht….
Dat geloof je toch niet.
FlorisWie doet nou de, hoe heet zo’n ding….dicht?
Mijn kop? Hoezo mijn kop? Wie doet nou mijn kop dicht? Iedereen blijft van mijn kop af. Ik pinkel gewoon overal tegenaan.
Ik ben wel Oopa Floris, kennen jullie mij?
Loes hellep ik zit…
IK ZIT OPGESLOTEN, HELLEP…
IK MOET POEPEN…
POEPEN LOES..
Wat?
Lig ik op bed?
Keigaaf.
Ik ga me verstoppen Loes, niks zeggen hè..
Wat? Hoezo niet?
Vakanziewerk? Wat is dat?
Waar doe ik dat?
Mijn kop kan het niet meer aan. Mijn kop wordt gek.
Ik wil dutten Loes.
Ik ben moe piepeltjes, ik weet niks meer.

Wie ben ik, Loes wat doe ik hier?
Vakanziewerk?
Vakanzie wat?
Ik snap er niks meer van.
Tot volgende week .
Ik ga niet weg, IK GA NIET WEG….
Niet weglopen piepeltjes, ik ben Oopa en ik blijf!

Toedeledookie

Ik kan alleen thuis zijn maar liefer niet

alleen thuis

Pas schreef ik over tijd voor mezelf en dat priefee soms priefee is, en dat is waar maar toen zei mijn vrouw: “En als je alleen thuis bent, Bert, wat dan?”

Mijn gefoel

Ja daar moet ik ook iets over zeggen. Want alleen thuis zijn is moeilijk. Pas was mijn vrouw heel lang weg en ze kwam pas thuis toen het afond was dat gebeurt haast nooit.
Toen ze haar jas aan deed, ging ik meteen achter de kastjes zitten dus ik zag verder niks moeilijks alleen hoorde ik haar nog wat roepen.
En daarna liep ik door het huis, ik deed een dutje, nog eentje en nog eentje en toen was ik klaar met dutjes en ik was nog steeds alleen thuis.
Toen ben ik in de vensterbank gaan liggen kijken of ze al in de straat kwam en naar mij keek dat doet ze altijd.
Ik had dus tijd voor mezelf maar mijn gefoel was toch anders. Mijn gefoel zei ik foel me alleen.

Gefoel inhalen

En toen ze eindelijk thuis kwam, kreeg ik knuffels en liefe woordjes en heel lekker eete. Anders als ik me gewoon foel eet ik het meteen op maar nou niet.
Ik wilde de gewone dag foelen. Dus toen ze aan haar werktafel ging zitten toen ging ik meteen op mijn krukje erbij liggen voor het gefoel en mijn eete liet ik staan.
Alles was later maar alles moet wel gewoon zijn. Dan snap ik het leefe.
Ik moest dus gefoel inhalen.

Die nacht heb ik veel op bed gelegen ook om gefoel in te halen.
De dag erna wilde ik inhaal-knuffels.
En sneks.
En weer knuffels.
Ik kreeg alles en meer.
Dat hielp.

Samen

Gewoon eefe alleen overdag dat kan. Dan gaat ze boodschappen doen ofzo. Daar ben ik aan gewend. Langer alleen thuis dat kan ik ook maar eerlijk waar ik ben liefer samen dat is gezellig en gewoon en zo hoort het eigenlijk ook altijd.

Loesje vertelt ofer als jou visboer met ze vakanzie is

lieve allemaal hoop dattie gelukkig in u hart ben opgestaan, vandaag is Loesjes-dag. Assie Loesjes-dag heb dan hoef u nooit meer u tweifel te hebbe, Loesje heb ze letters gemaak.

Jou straat

Foordat ik mij verhaal begin wil ik u eerst iets fertelle. Mij Bert heb mij foorige week zofeel ferras. Hij zeg Loes deze is foor jou eigen en het was mij eigen straat. Het was foor mij feertien jaar.
Selluf ben ik nog nooit in mij eigen straat gewees want assie binnepoes ben kom jij nie op jou straat. Mij vrouw vin het te gefaarluk en selluf zou ik het nie durfe. Wat hebbie buite te zoeke assie binne jou denkpaal heb en jou kompjuuter. Misschien denk u nu wel, is Loes net zo erg als ze jeug van teegeswoordig? Zit zij ook ze heele dag te geeme, of doe zij tikketok. Assie mij eigen een beetje ken dan weet u. Loes is seeniejorpoes en zij heb seeriejeuze verkering. Maar jij moet jou verkering wel kunnen zien, anders moetie er nie aan beginne. Daarom heb mij vrouw ze kompjuuter en ze heb ook ze teblet en ze teelefoon. Die hebbie allemaal noodig assie seeriejeuze verkering heb. Nu kan ik mij Bert zien wanneer ik wil, want jij heb het toch noodig. Saame is belangrijk en het maak nie uit hoe jij saame ben. Mij Bert en ik van mij eigen zijn moodern. Wij zijn misschien seeniejor maar wij geef wel onse goede foorbeeld. En toen heb mij Bert mij eigen ferras met mij eigen straat, u visboer kan het zien op mij footoo assie mij misschien nie geloof. Loesje-Huispoes!
Jij fraag jou eigen af, hoe kom mij Bert aan mij eigen straat? Maar assie kontroleur ben van jou straat dan zie jij veel. Selluf heb ik drie daage nie geslaape van mij opwinning. En ik heb al mij saardiene op want jij moet het toch ferwerke.

Jou visboer

visboer

Jij denk bij jou eigen jou vrouw ga wel op ze twee wiele naar jou visboer en dat heb ze ook gedaan. Maar zij kwam trug en ze zeg Loes, Loesje… Nou dan foel jij jou bui al hange. Assie zoies zeg dan weet jij dat jou vis niemeer zo vers is. Mij vrouw zeg, Loes jou visboer was nie thuis van ze eigen. Toen zat ik ineens rechtop in mij denkpaal. Nie thuis! Mij vrouw zeg, Loes jou visboer is met ze vakanzie, hij is visse met ze eigen. Dan kan jij jou eigen dag hebben en jou eigen straat, jij schrik er toch van. Jou buik is het nie gewend dat jou visboer ze eigen ding doe. En hij heb er niks van gezeg, anders had ik misschien ook mij vakanziewerk kunnen doen. Net als mij broer Oopa Floris, hij heb ze vakanziewerk van Bram gekreege. Mij visboer heb mij eigen niks gegeefe, hij heb al mij makkareele meegenoome op ze vakanzie.
Mij vrouw zeg Loes, jou visboer heb ze vakanzie ferdien, hij sta alteit met ze heele viskraam foor jou klaar. Maar ik zeg u eerluk, ik was in mij sjok. Mij vissjok. En mij hart in mij buik is heel feel trouw, jij ga nie meteen naar jou andere visboer renne. Assie ouwer ben dan hebbie waarde foor iemand die jou eigen alteit goed behandel. Mij visboer is mij vriend, mij visvriend. Dan ga jij nie zomaar sweipe op jou teelefoon en jou andere visvriend zoeke. Jij ben geen kitten meer. Jij heb respek! En jij wacht…

Jou diejeet

Ik zeg u eerluk, ik vin wachte moeiluk. Mij vrouw zeg Loes het duur drie weeke. Van drie weeke heb ik mij ferstand nie maar het foel als heel lang. Toen heb ik wel mij vrouw aangekeeke met mij intense blik. Want jij moet toch eete. Mij vrouw zeg ook, Loes wat nu? Jij kan nie elke dag van jou leefe jou nierdiejeet wegwerke ook al wil jou dokter dat wel. U weet ik doe heel feel mij best maar assie boegonnies ben dan ben jij la belle kwiezien van jou buik. Selluf ben ik meer Loesje Kwiezien, maar het is beeter als mij dokter soiets nie weet. Hij heb geen ferstand van lekker eete, assie iets van jou dokter krijg weet jij, het heb geen smaak. Misschien heb u het ook dat u faavooriete visboer op ze vakanzie is, of misschien hebbie liefer u vleesboer. Jij mis het toch. Mij vrouw zeg dattie nu naar ze heele groote winkel ga foor mij goermet. Toen heb ik garnaale in sjelei besteld en kaabeljouw in saus die lekker is. En mij tonijn en makkareele, maar mij vrouw zeg dat meneer goermet mij makkareele nie ken. Mij visboer heb er vast geen errug in dat jij als poes aan jou lot van jou groote winkel ben ofer geleefer, assie selluf tusse ze zaagvis zit bij te koome. Maar hij heb het wel ferdien van ze eigen want hij heb zo een lekkere makkareele. Dan ferdien hij ze vakanzie en jij loop nie weg naar jou andere visboer. Nu doe ik oefene met wachte en ik doe iedere dag in mij bakje kijke of mij drie weeke foorbij zijn. Ik zeg u eerluk, het val nie mee…

Jou kaadoo

visboer Maar nu kom het lieve allemaal. Mij vrouw breng mij een kaadoo-doos en jij foel, jou vis kom eraan. Jij denk jou visboer is jou eigen nie fergeete en hij stuur ze makkareele met ze posduif. Maar mij hart wis nie hoe zij in mij buik moes ligge van mij ferbaasing. Het was mij beebiekitten Faaletienooo en hij stuur ze Ooma zofeel lekkere vis. Ze heele doos vol. Mij vrouw zeg, Loes jij kan ze nie eete!
Maar het maak nie uit. Mij vis ruik lekker en jij kan ermee knuffele. Dan foel jij jou hart oope gaan want jou kleine beebiekitten ken ze Ooma zofeel goed. Ik zeg u eerluk, hij lijk op ze Ooma maar dat kan jij beeter nie zo hard roepe. Ze jeug van teegeswoordig lijk liefer op Maks Ferstap dan op ze Ooma. Maar hij denk wel aan ze Ooma en dan weet jij, het kom wel goed. Lieve Faaletienooo, dank jou wel foor jou mooie kaadoo-doos vol met jou vis. Nu denk ik iedere dag van mij wachte aan jou mij beebie en nie zofeel aan mij visboer

Loesje