Het idee dat een katerman, recht van lijf en leden, iets met zijn tijd van leven moest doen, had ik van Tim geleerd, de kleine rode kater die voor Bert bij me woonde.
Nacht
Tim was een moeilijke kater, twee jaar toen hij hier kwam en dan al een PTSS waardoor hij soms aanviel. Lang verhaal kort, hij ontwikkelde zich tot knuffelkater met gebruiksaanwijzing. En daar kwam ook iets anders bij.
In die tijd sliep ik nogal slecht. Onrustig. Te licht. Er waren nachten waarin ik wakker schrok en me bang voelde, niet wetende waardoor, dus evenmin hoe ik het moest verhelpen.

In de nacht is zoiets vanzelf moeilijker.
Al in de eerste weken veranderde er in zulke nachten iets. Tim voelde aan dat er iets met me was. Hij sprong dan op het bed, liep tot dichtbij mijn gezicht en keek me aan. Alert.
Het troostte me, gezien te worden.
Ik was niet alleen.
Dan aaide ik Tim en zei dat ik in orde was, waarna we alletwee weer rustig werden.
Zo werd Tim mijn slaapcoach. Iets dat juist hij, met zijn specifieke gevoeligheid, heel goed kon doen.
Rust
Toen Bert kwam, had ik door de jarenlange steun eigenlijk geen slaapcoach meer nodig. Gelukkig maar, wat Bert had ’s nachts op zijn beurt weer extra aandacht nodig.
Bert had andere kwaliteiten. Hij keek graag naar de straat en ik zag dat mensen in de straat naar hem opkeken. Er leek een vorm van contact te zijn. Bert keek intens naar beneden, en dan had hij een streng gezicht.
Van de weeromstuit werd het rustiger in de straat, daar zorgde hij wel voor. Hij moest niets hebben van gekke dingen. Geen lachen en praten onder het raam, nee dankubeleefd en nou doorlopen graag, zei het toeziend oog van Bert.
Juist Bert, met zijn intens kijken, met zijn behoefte aan rust en stilte en veiligheid, werd een uitstekende straatcontroleur.
Talent
Nu ben ik benieuwd wat Ollie voor dagbesteding gaat vinden. Het is waarschijnlijk te vroeg, want zijn voedselallergie zorgt nog voor wat ongemak. Hij is een kater vol energie, en ik vermoed met veel talenten. De straat is nog steeds rustig, en ik slaap nog steeds heel redelijk, dus Ollie mag kiezen wat hij later wil worden. Als hij maar gelukkig is.
Meestal zag ik Bert niet drinken, wat juist goed was, zeiden alle kattenwebsites, maar naarmate in de zomer de temperaturen stegen, stonden diezelfde kattenwebsites vol met waarschuwingen. Drinken, drinken, drinken.
Bert was een kater die van vaste gewoonten hield, alleen veranderde het nogal eens wat hij een vaste gewoonte vond. Dat gold zeker voor de nacht.
December kwam en daarmee de zorgen over hoe Bert zou reageren op het vuurwerk, en het piekeren wat ik kon doen om dat voor hem gemakkelijker te maken. Al in de eerste dagen kwam er een andere zorg bij.
Het leven met Tim, de kater die voor Bert bij me woonde, had zo zijn invloed op het leven met Bert. Tim was nierpatiënt geweest en elke avond tegen half tien, kreeg hij een medicijnhapje. Dat at hij van mijn vingers, knorde tussentijds, en nam zijn tijd. Als eerbetoon aan Tim, besloot ik om Bert elke avond een snack te geven.
Sportbrokken