Bert en ik vonden geleidelijk een ritme van gewone dagen en gewone weken en die vormden zich vanzelf tot een gewoon leven, waarin de tijd min of meer stil leek te staan. Elke dag leek op de vorige, al zei ik ’s morgens tegen hem hoe de dag heette en wat het plan was.
De dag had een andere naam. Het plan was elke dag hetzelfde. Knuffels en samenzijn.
In het weekend kwam er de wiekentsnek bij.
Monteur
Maar de rust van het gewone kon akelig verstoord worden door het bezoek van een monteur. Vrijwel zonder uitzondering was dat een man met een harde stem en met harde stappen, die daarbij nog eens de boel hier flink ontregelde. Kwam de monteur voor de CV-ketel, die boven in de berging hing, dan was er chaos.
Bert snapte niet waarom de monteur wel en hij niet in de berging mocht.
En hij vond het ook hinderlijk dat ik van boven naar beneden ging om de waterkraan uit en aan en dan weer uit en aan te doen. Die onrust, nee.
Overloop
Er kwam een dag dat hij niet meer bang onder de tafel bleef zitten. Die dag zag ik een andere kant van hem. Deze monteur was net als de anderen wat te luidruchtig aanwezig geweest. Nu stond hij in de huiskamer de administratie te doen, er waren papieren die ik moest tekenen.
Terwijl ik wachtte, zag ik Bert onder de tafel uit komen lopen met een dreigende houding. Hij keek naar de monteur. Stap voor stap naderde hij de monteur die argeloos op de papieren keek.
Zelfvertrouwen verdient steun.
Ik pakte het koffertje van de monteur en zei: “Dit gaan we afwikkelen op de overloop” en liep erheen, gevolgd door de verbaasde monteur.
Groot
Toen ik weer in de huiskamer terugkeerde, zat er een kater op het tapijt, die zich tien keer groter was gaan voelen. Hij had de monteur uit huis gejaagd. Hij kon zoiets. Hij was een belangrijke jongen die op het huis en zijn vrouw paste. De hele dag was Bert anders, sterker, zelfs zijn spinnen leek wat harder dan anders.
En ik wist, er komt altijd een volgende monteur, maar dan zou Bert er beter tegen opgewassen zijn. Misschien moest ik zelfs even waarschuwen bij de woningbouwstichting, dat hier een gevaarlijke kater woonde die snel genoeg had van herrie.
Na de eerste nacht samen, toen Bert op het hoofdkussen naast het mijne sliep, bleef hij voortaan beneden. De huiskamer was meer dan genoeg nieuw terrein, en ook toen hij wist wat er waar stond en wat hij ermee kon, bleef hij ’s nachts beneden.
Het einde van december naderde en daarmee kwam het besef dat er een nacht kwam met vuurwerk, hoe moest dat met Bert? Een gevoelige kater met angstklachten hield vast nog minder van dat soort herrie dan ik. En in het asiel wisten natuurlijk ook niet hoe hij zou reageren. Dus we waren op onszelf aangewezen, met andere woorden op elkaar. Het nieuwe jaar 2016 was overmijdelijk, wilden we goed door die laatste nacht komen.
In mij zit een Bert-vormige ruimte, en daar leer ik nu mee leven. Ik hoop dat die ruimte straks vol stroomt met vreugde om alles wat er was tussen hem en mij, dus daarvoor moet ik de ruimte eerst leeg-huilen. Er is tot mijn verbazing iets van troost gekomen. Het leek wel of Bert een teken gaf. Dat ging zo.
In tegenstelling tot het algemeen gangbare idee dat katten graag hoog zitten, wenste Bert laag te blijven. Hoger dan de vensterbank hoefde voor hem niet. En ik dacht, misschien is dit een kwestie van wennen, hij woont pas drie jaar hier, iedereen heeft een eigen tempo, wie weet wat er morgen gebeurt.
Foto