
Hoi lieve allemaal, het is buiten lente. Ook al is het nog maar winter. Het is heel warm buiten en de zon schijnt volop. Als tuinkater moet ik dan ook echt naar buiten in mijn tuin.
Kriebels
Daar snof ik alle lucht op en kontrooleer ik de tuin of alles nog veilig is. Dat er geen verdwaalde beestjes zijn die in een andere tuin horen. Gelukkig is dat niet zo en is de tuin weer helemaal klaar voor de lente. Mijn vrouw heeft ook lentekriebels. Dat is wanneer het warm wordt buiten terwijl het eigenlijk al kei lang koud is. En folgens mij voelt iedereen deze lente kriebels want er zijn paarse bloeme overal. Dees hete krookussen. Ik vind ze heel mooi. Maar om nu echte grote bloeme te zetten is het nog te koud zegt mijn vrouw. Dan moet het een tijdje vijftien of twintig graden aan een stuk zijn. Dat is wanneer het de maand Maart is.
Kaartje
Maar mijn vrouw heeft iets gekregen van een kersepakket van voorig jaar. Een kaartje met bloeme. Dat klinkt heel normaal maar dat is het niet. Het is namelijk een kaartje waar zaadjes inzitten voor bloeme. Het is geen zakje met zaadjes maar een echt kaartje waar de zaadjes in zitten. Mijn vrouw en ik hebben bedacht dat we dees wel kunnen zaaien want dit zijn binnen bloeme. Ik heb aan mijn vrouw gevraagd om mooie foto’s te maken van het kaartje. Dan zie je wat ik bedoel. Ik heb zelf ook nog nooit eerder een kaartje gekregen die je kunt zaaien.
Bakje
Als er iets in de tuin gebeurt dan moet ik erbij zijn. Nu gaan we het kaartje zaaien. We hebben een bakje uit de keuken gehaald waar het kaartje in past. Eerst heb je potgrond nodig. Ik leerde van mijn vrouw dat potgrond voeding heeft voor zaadjes dus dat werkt het beste. Die kun je nu overal al kopen voor twee euro en dan heb je wel twintig lieter! Dat is mega veel want het kaartje is klein en we hebben twee handjes nodig. Maar potgrond kun je bewaren dus dat is handig voor als het lente is. Als er twee handjes potgrond in het bakje is, dan leggen we het kaartje er boven op en dan doen we nog twee handjes potgrond er boven op. Dan is het kaartje onder gestopt.
Water
Nu moet er nog wel water bij. Want water hebben ze nodig om te groeien. Ik denk dat twee handjes water ook genoeg is. In lieters weet ik niet hoeveel het is. De helft van mijn brokjesbak. Mijn vrouw zegt dat vijftig mie-lie-lieter genoeg is. Dat klinkt veel. Ik zou het op twee handjes houden. Nu hebben we het bakje in de zon buiten staan. Maar straks gaat het naar binnen voor de raam. Het is in de nacht nog te koud buiten. Dees bloeme zijn geen bloeme maar een plant die je kan eten. Het heet baa-sie-lie-kum. Het is voor de mens en niet voor katten. Als de zaadjes gaan groeien dan doe ik een updeet van dees plant. Dus nu is het wachten tot ze groeien. Ik ga lekker in de zon dutten. Fijn wiekent allemaal.


Op jou balkon
Toen ben ik op mij denkpaal gaan zitte want ik moes denke. Ofer mij ge-waar-wor-ding van mij eigen schaaduuw. Jij schrik er toch van, ik zeg u eerluk. Ik kende mij eigen schaaduuw nog nie. Jij denk dattie alles van jou selluf ken assie seeniejorpoes ben. Maar jou donkere kant steek zomaar ze kop op in jou zon. Jij heb er nie om gefraag en jij heb ook nog nie kennis mee gemaak. Jou zon geef het jou kaadoo. Mij vrouw zeg Loes misschien probeer jou schaaduuw jou wel iets te fertelle? Waar zou mij schaaduuw mij eigen nou iets ofer kunne fertelle? Mij schaaduuw ken mij eigen heelemaal nie. Het is mij eerste konfrontaazie met mij schaaduuw. Mij schaaduuw heb ze eigen gewoon te gedraage. Straks begin mij schaaduuw ook nog ofer mij buik. Dat mij deur te klein is en mij buik er nie op pas. Mij schaaduuw is mij dokter nie!
Van mij eigen hoop ik wel dat er nog meer zon ga koome. Dat ik mij schaaduuw beeter leer kenne en misschien hou mij schaaduuw ook van saardiene of van kaabeljouw? Dan kan ik kijke of mij schaaduuwvis net zo lekker smaak als mij vis van mij visboer. Mij vrouw zeg Loes jij kan ook oferdrijfe. Maar mij meening is; jij kan beeter oferdrijfe met jou vis in jou bek, als dat jou schaaduuw oferdrijf met jou buik op jou balkondeur. Dan krijg jij alleen maar kommentaar en dat moetie nie wille. Misschien kan ik mij zon op mij hart laate schijne, dat mij schaaduuw dan liefde foel. Jou schaaduuw heb ook warmte noodig. Mij erfaring is, jij moet ook lief kunne zijn foor jou eigen. Assie nie lief ben foor jou eigen kannie nie ferwachte dat jou schaaduuw ze eigen wel lief gedraag. Zo is het wel van ze eigen. Nu ga ik slaape want mij schaaduuw moet uitbuike. Mij vrouw zeg, Loes jij ben zò lief foor jou eigen. Straks passie niemeer in jou eigen schaaduuw. Dan kan jij maar één ding doen, jou balkondeur fervange,

Nou en toen we er waren toen heb ik het hele huis verkend. Daar heb ik wel een paar dagen over gedaan hoor. Ik bedoel wij katten zijn een stukje kleiner dan mensen dus het duurt wel even voordat je alles gezien hebt. Maar op een dag was ik in de natte kamer en keek ik omhoog. En daar hing een witte bak. Dus ik werd nieuwschierig en dacht zou ik daarop kunnen springen? Ik ging er eens goed voor zitten, haalde diep adem, deed een oer miauw en sprong. Gelukt! Ik zat in de witte wasbak! De eerste keer ben ik er meteen weer uitgesprongen. De tweede keer bleef ik er wat langer in zitten. En de derde keer was ik al een beetje moe en ben ik gewoon in slaap gevallen. Dat lag dus best lekker. Vooral in de zomer als het superwarm is dan is dat lekker koeltjes aan je billen.
Vier vensterbanken om op te chillen, allemaal balken om de circus Minnie op uit te hangen en bomen vol met vogels. Miauw wauw ik mauwde en purrde zo opgewonden was ik. En toen. Toen zag ik een deur en die deur ging naar de natte kamer. En daar was het hoor. Een witte wasbak. Twee keer zo groot als in het oude huis. Ik ging er meteen in liggen. En nog mooier, er zit ook een raam bij. Dus ik kon nu en tsjillen in de wasbak en naar de vogeltjes kijken. Oh wat was mijn poezeleventje nu miauwgeweldig. Het duurde dan ook niet lang voordat ik in slaap viel en heerlijk lag te dromen.