Hoi allemaal, ben ik weer voor mijn blog van deze week. Hebben jullie allemaal genoten van de Hoedjesshow? Wij vonden het super mooi en hebben heel veel gezwaaid naar alle sterretjes. We hebben ook de poezels gezien die hier eerst woonden… onze vrouw werd er een beetje verdrietig van maar we hebben haar getroost hoor. Dat hoort gewoon als je samen bent en je ziet dat er iemand verdriet heeft. Ik denk dat jullie ook allemaal superlief geweest zijn voor jullie mensen.
Eten
Deze keer wil ik het eens hebben over eten en dan over verschillende manieren om en plekken waar je als katermans allemaal kunt eten. Het verhaal begint eigenlijk met de konijntjes. Mijn vrouw was bezig met brokjes en zo verdienen maar dat doet ze dus thuis. Als ze dat doet, zit ik vaak bij haar want dat is gezellig en ze zegt ook dat ik heel goed kan helpen. Nu kan ze dus in de tuin kijken als ze aan haar computer zit. Dropje was buiten (ik vond het om eerlijk te zijn veel te koud, geef mij maar die warme lamp binnen) en die was een beetje op en neer aan het dribbelen. En ineens kwam konijntje Jip voorbij gerend.
En wat denk je? Komt recht daar achteraan ook haar zusje Janneke voorbij. Mijn vrouw ging naar buiten en ik moest er natuurlijk ook even het mijne van weten. Het was nog best koud maar twee konijnen los in de tuin, dat is raar. Hoe komen die nu uit hun konijnenpaleis dacht ik nog. We gingen kijken en toen zagen we het: ze hadden (alweer) een gat in het hok geknaagd en daardoor konden ze naar buiten. Kim was ook al aan het proberen om zich erdoor te wurmen maar zij is wat groter dus dat paste niet goed. Mijn vrouw wist Janneke snel te pakken maar Jip heeft heel de middag door de tuin gerend. Nu geef ik daar niet zoveel om want het is wel gezellig maar ze zat wel in mijn tent…nu ja zeg. En zeg nu zelf: wie eet er nu hout? Nu ja, de konijntjes dus.
Doos
Konijntjes eten ook brokjes zoals wij, maar die van hen lust ik niet hoor. Smaken mij teveel naar gras. Ik heb liever kattenbrokjes of natvoer. Nu is het morgen Dierendag. Dus we hopen dan nog extra veel lekkers te krijgen. Niet dat we anders zielig zijn want we krijgen iedere dag lekkers. Nu doen onze mensen natvoer op een speciaal bordje. Als ze die uit de kast halen, maakt dat een speciaal geluid dus dan weet ik al dat we iets krijgen. Ik kan alleen soms niet zo goed wachten tot ze het bordje gevuld hebben en het voor me neerzetten. Dus wat doe je dan als katermans, ook al staat er een doosje op de aanrecht? Natuurlijk zetten ze dat weer net neer waar ik meestal zit…nou dan ga je er dus gewoon inzitten. Geen probleem want dat zit ook goed. En dat er nog wat in het doosje zat…dat
boeit me niet zo om eerlijk te zijn. Als ik maar bij mijn kip kan.
Hetzelfde verhaal met mijn brokjes. Dan doet mijn man een grote zak in de emmer. Omdat het net een nieuwe zak is, zijn de brokjes super vers. Er gaat niks boven verse en knapperige brokjes dus wachten, daar doet deze kater niet aan. Ik begin gewoon meteen met eten. Waarom ook niet eigenlijk? Er zitten alleen wel erg veel brokjes in zo’n grote emmer. Die eet ik natuurlijk niet allemaal tegelijk op maar o, wat zijn ze lekker! We hebben heel de dag brokjes hoor maar ik vind ze extra speciaal als ze net nieuw in de emmer zitten.
Dierendag
Morgen dus Dierendag. Wij worden genoeg verwend, denk dat al mijn vriendjes ook wel extra zullen boffen. Nu wil ik jullie vragen of jullie ook op deze dag speciaal eens willen denken aan alle andere dieren. Misschien kunnen jullie de vogeltjes wel wat extra lekkers geven of misschien heb je nog wel iets waar de diertjes in het asiel of de opvang wat aan hebben? Ook voor deze beestjes is het per slot van rekening Dierendag. Wij sparen centjes in onze spaarpot en gaan er dan wat moois voor de andere katjes voor kopen. Want ook dat hoort bij Dierendag, vinden wij.
Knuffel van Lucky
PS Draaien jullie ook met de pootjes voor vriendje Woezel? Hij krijgt vandaag een operatie dus dat is weer erg spannend allemaal.
Op de dag dat ik deze letters schrijf heb ik in mijn tuin zon gehad EN regen EN ook nog iets anders, iets dat ik niet vaak meemaak: er vielen allemaal keiharde klontjes ijs uit de lucht, ze vielen door mijn hele tuin en ook op mij!!, ik bleef zitten in het gras want ik wist niet zo goed wat ik moest doen, totdat mijn mensen me riepen en de deur voor me open hielden, ik rende heel snel naar binnen en mijn man wreef me droog met een haswand, Dat heet een washand! roept mijn vrouw, eeniewee ik vind dat altijd heeeerlijk, en ik moest er zo hard van spinnen dat mijn hele lijf mee spon, van mijn neus tot aan het PUNTje van mijn staart.
Buiten
Mijn idee
Filos: wist jij het, dat we zo heetten?
Wij lijken heel veel op elkaar. Logisch zou je kunnen zeggen want jullie zijn broer en zus. Maar dat is niet altijd zo. Dat je op je familie lijkt. Jullie hebben vast wel gezien dat wij bijna hetzelfde zijn. Van buiten dan. Want van binnen zijn we ook allebei onszelf. Ik vertel jullie een klein geheimpje. De eerste dagen van ons leven hier kon het Maria-mens ons niet zo goed uit elkaar houden. Wie is wie en wie is nou eigenlijk wie, sprak ze dan. Ze zag ons ook bijna niet omdat we bovenop een hele hoge kast zaten. Zij moest op een trapje gaan staan om iets te kunnen zien. En dan nog zag ze ons niet helemaal.
Ik, ben de grootste van ons twee. Dat is wel vaker zo als katermans. Wij hebben heel veel witte haren. We hebben allebei een rode staart en een rode vlek op ons lijf, aan de linkerkant. Bibi heeft ook nog een rode vlek vlak boven haar staart. En rood op haar linker pootje. Bij mij zit een vlek op en achter mijn ene oor. En allebei een paar boven onze ogen. Bibi heeft ook nog sproeten. Mijn snuitje is wit.
Lieve allemaal, me eigen vind het fijn dat ik weer op de blog ben. Er waren ook kei veel liefe reejakzies. Dat maakt me super blij. Als mienister van gefoelige saake raakt me dat heel erg en dan wordt mijn hartje kei warm.
Eefe een vraag
mij wel en ziet ze niet dat ik bij de tafel ben. Als ik dan onder de stoel door loop en zachtjes doe, dan kan ik naar binnen snieken. Snieken is langzaam ontzichtbaar als een nienja naar binnen glippen. Poot voor poot zette ik ze heel zachtjes neer zodat ze me niet hoort. Soms kan ik ook hard lopen, dan hoor je mij bijvoorbeeld van de trap aflopen. Maar nu ben ik ekstra stil en foorzichtig. Mijn kop kijkt richting de deur die op een kier staat. Mijn lijf is in sniekhouding. Poot voor poot ga ik langzaam. Niemand ziet mij.
Lieve allemaal hier ben ik weer van mij eigen en van mij hart hoop ik dat alles goed is met u allemaal. Selluf dee ik aan bijkoome deze week want assie zo een groote eefenement heb georgaaniseer moet jij rust hebbe. Jij ben maar één poes en jij heb maar één gezond. Maar leefe ga alteit anners dan dattie in jou kop bedenk. Van mij eigen had ik mij letters al in mij kop foor mij verhaal van deze week en toen gebeur het…
Mij Bert en ik van mij eigen heb nu al een tijdje, meer dan fijf jaar verkering. Dan weet jij dinge ook al woon jij allebei bij jou vrouw. U weet wij heb onse mooderne relaazie en wij zijn tijd van leefe ver fooruit. Jij hoef nie alteit Saame op jou fensterbank te ligge, mij Bert kan zoies goed alleen. Maar wij zijn wel één tiem en u moet deze letters nie ferwarre met imtiem. Dat is onse priefee daar ben ik eerlijk ofer. Maar assie één tiem ben dan help jij elkaar ook als leefe in ze knoop raak. Bijfoorbeeld assie hoor, tegnies heb er vandaag ze zin nie in. Dan weet jij hoe laat jij leef, behalfe als jou tijd ook moodern is. Dan weet jij inees niks meer. En dan schrik jij wel want jij foel in jou hart. Jij ben zofeel afhankeluk van tegnies. Dat moetie nie wille want leefe is nie alteit tegnies. Leefe heb makkareele en leefe heb een hart!
verkering. Jij ga weer kontak maake met jou hart. Iedereen heb mij Bert gemis toen hij zonner ze innernet op ze fensterbank lag. En mij Bert mis Iedereen. Daar was mij hart heel feel door geraak, daar ben ik eerluk ofer. Onse verkering was oferal en nerges. Jij kan elkaar nie zien maar jij foel elkaar oferal. Dan weet jij verkering is sterker dan tegnies. Jij laat elkaar nie falle, jij sta op als één tiem want kontak maak jij met jou hart. Zoies leer jij pas assie met jou neus boofe op zo een feit druk. Maar van mij eigen wil ik het wel met u deele. Dat u nooit nie fergeet waar leefe om ga. Tegnies hoor foortaan bij onse leefe dat moet wij akzepteere. Maar tegnies heb geen verkering, jou hart heb verkering! Jou hart faar alteit ze eigen koers, het heb ze eigen Wiefie. En mij hart heb mij Bert, hij is tegnies en gefoelig. Dan bof jij wel!